Spring naar inhoud

Risicoverslaglegging

Risicoverslaglegging

Het pensioenfonds beschikt over een risicomanagementbeleid. Hierin is op hoofdlijnen beschreven hoe het pensioenfonds risico’s beheerst en welke kaders hiervoor bij het pensioenfonds en bij alle uitbestedingspartners worden gehanteerd. In het beleid zijn de uitgangspunten opgenomen en wordt beschreven op welke wijze het pensioenfonds invulling geeft aan de risico-governance en aan het risicomanagementraamwerk.

5.1 Governance

Het pensioenfonds werkt volgens het ‘three lines model’, een methode binnen het risicomanagement die eraan bijdraagt dat de belangrijkste risico’s goed beheerst worden zodat de organisatie in control is. De governancestructuur van het pensioenfonds is zodanig ingericht dat de onafhankelijkheid van de tweede lijn respectievelijk derde lijn ten opzichte van de eerste respectievelijk eerste en tweede lijn is gewaarborgd. Dit wordt onderstaand nader toegelicht.

In de risico-governance is het uitvoerend bestuur eerste lijn verantwoordelijk. Vanuit die verantwoordelijkheid bestaat de rol van het uitvoerende bestuur uit:

  • Implementeren in de dagelijkse bedrijfsvoering en de prioritering van het management van het integraal risicomanagementraamwerk;
  • Uitvoeren van het risicomanagementproces bestaande uit het identificeren en beoordelen van risico’s, het vaststellen en implementeren van risicobeheersmaatregelen en bewaken en rapporteren van de risico’s en de genomen beheersmaatregelen, rekening houdend met de uniformiteit waaronder de risicobereidheid;
  • Rapporteren aan zowel het bestuur als andere interne en externe belanghebbenden over de risico’s waaraan het pensioenfonds is blootgesteld;
  • Waarborgen van risicobewustzijn, integriteit, ethisch gedrag en het verkondigen van het belang van risicomanagement.

De sleutelfunctiehouder risicobeheer is tweede-lijn verantwoordelijk en wordt hierbij ondersteund door de vervuller risicobeheer.  Vanuit de functie risicobeheer wordt het bestuur ondersteund bij de vaststelling of alle risico’s afdoende worden beheerst en geeft gevraagd en ongevraagd zijn risico-opinie ten aanzien van door het bestuur te nemen besluiten. Dat blijkt uit het periodiek vaststellen of de diverse risicorapportages zijn ontvangen, zijn behandeld en of hiervan een zichtbare beoordeling is geweest (is vastgelegd). De sleutelfunctiehouder risicobeheer stelt op kwartaalbasis een eigen risicorapportage op met daarin onder meer een eigen oordeel over risicobeheersing van het pensioenfonds. 

Andere tweede-lijnfuncties zijn de sleutelfunctiehouder actuarieel, de compliance officer en de functionaris gegevensbescherming.

De sleutelfunctiehouder interne audit is derde-lijn verantwoordelijk. Hij/zij ondersteunt en adviseert de eerste en tweede lijn en bewaakt of de eerste en tweede lijn hun verantwoordelijkheden ook daadwerkelijk nemen.

5.2 Risicomanagementraamwerk

Risicomanagementonderdelen
Het raamwerk bestaat uit zeven risicomanagementonderdelen:

  1. Het risicobeheer is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocessen;
  2. Het pensioenfonds stelt strategieën, processen en rapportageprocedures vast die noodzakelijk zijn voor het regelmatig onderkennen, meten, bewaken en beheren van de risico’s en het rapporteren hierover;
  3. Het pensioenfonds heeft haar risicobereidheid gedefinieerd en heeft daaraan meetbare prestatie-indicatoren gekoppeld;
  4. Het pensioenfonds draagt zorg voor de uitvoering van het beleid, evalueert het beleid ten minste driejaarlijks en past het beleid bij belangrijke wijzigingen onverwijld aan;
  5. Het pensioenfonds heeft de instrumenten en technieken benoemd ter concrete en praktische ondersteuning van de uitvoering van het risicoproces;
  6. Het pensioenfonds beschikt over systemen en data voor het vastleggen, opslaan en analyseren van kwantitatieve en kwalitatieve risicodata;
  7. Het pensioenfonds besteedt aandacht aan mensen, cultuur en bewustzijn als essentieel onderdeel van adequaat risicomanagement.

Risicomanagementproces
Voor het borgen van kwaliteit wordt gewerkt met een cyclus voor het beheer van de verschillende onderdelen van het raamwerk. Voor een eenduidige benadering van de beheersing van risico’s binnen het pensioenfonds is daartoe een risicomanagementproces gedefinieerd, bestaande uit de volgende onderdelen:

  • Risico-identificatie: het op basis van de strategie en doelstellingen identificeren van de potentiële risico’s die de realisatie van de strategie en doelstellingen kunnen belemmeren.
  • Risicobeoordeling: het analyseren, beoordelen en mogelijk kwantificeren van de (oorzaken van de) risico’s.
  • Risicoresponse: het bepalen van de maatregelen om met het risico om te gaan, waarbij opties zijn:
    • risicovermijding (stoppen met activiteiten);
    • risico-acceptatie (geen maatregelen);
    • risicobeheersing (beheersingsmaatregelen / controls); of
    • risico delen (herverzekeren).
  • Implementatie: het daadwerkelijk inrichten, implementeren en verankeren van de maatregelen.
  • Bewaken & rapporteren: het gedurende het gehele risicomanagementproces bewaken en verantwoording afleggen over de kwaliteit en voortgang.

Eigenrisicobeoordeling
Een wezenlijk onderdeel van het risicomanagementraamwerk is de eigenrisicobeoordeling (ERB). De ERB is een instrument voor het pensioenfonds om inzicht te krijgen in de samenhang tussen de strategie, de materiële risico’s die het pensioenfonds kunnen bedreigen, de mogelijke gevolgen hiervan voor de financiële positie van het pensioenfonds en de pensioenaanspraken en pensioenrechten. De ERB geeft inzicht in de effectiviteit van het risicobeheer inclusief de (feitelijke) beheersmaatregelen. Dit inzicht is van essentieel belang voor de vormgeving van het risicobeheer van het pensioenfonds. Het pensioenfonds voert tenminste driejaarlijks een reguliere ERB uit. Deze frequentie is geënt op de (strategische) beleidscyclus van het pensioenfonds, zodat de ERB een onderbouwing is voor strategische beleidsbesluiten.
In september 2024 heeft het bestuur de ERB geactualiseerd vastgesteld.

Naast de driejaarlijkse reguliere ERB zijn er twee soorten omstandigheden die om een tussentijdse actualisatie van (een deel van) de ERB vragen:

a. Een significante wijziging in het risicoprofiel (bijvoorbeeld een significante wijziging in de risicohouding).
b. Een strategisch besluit met een materiële impact op het risicoprofiel.

In 2019 heeft het bestuur een eerste ERB uitgevoerd als onderdeel van het strategische besluit om over te gaan tot opdrachtaanvaarding van de per 1 januari 2020 te wijzigen pensioenregeling naar een pensioenregeling met de CDC-karakter. De ERB is in 2024 geactualiseerd, waarbij het bestuur het beleidsvoornemen heeft uitgesproken om ten behoeve van de transitie naar de nieuwe pensioenregeling, een 'Trigger ERB' uit te zullen voeren in 2025. Het pensioenfondsbestuur heeft op 15 december 2021 de strategie voor de periode 2022 – 2027 vastgesteld. 

IRM-jaarplan
In het IRM-jaarplan worden de thema’s vastgelegd en ingepland, waarbij expliciet aandacht zal worden besteed aan de daarmee gepaard gaande risico’s. De belangrijkste risico-gerelateerde thema’s in 2024 waren:

  • kostenefficiency integreren in de uitwerking van de transitie;
  • de mogelijke risico’s die gepaard gaan met de introductie van het Pensioenakkoord in relatie tot:
    • houdbaarheid strategie: de relatie met sociale partners, verantwoordingsorgaan, (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers en toezichthouders.
    • interne governance: de implementatie van wet- en regelgeving en de verankering daarvan in beleid.
    • operationeel: de bestuurlijke besluitvormingsprocessen, de ondersteuning daarbij vanuit adviseurs en het overleg met en de uitvoering door de partijen waaraan werkzaamheden zijn uitbesteed.
  • verdere uitwerking en invulling van het MVB-beleid (inclusief SFDR);
  • datakwaliteit.

Daarnaast zijn in 2024 de analyses van de risicodomeinen Gedrag & Cultuur, Risicomanagement, Integriteit en Verzekeringstechnisch Risico integraal herijkt. Gestart werd met de ESG risicoanalyse.

Het bestuur benoemde per 1 september 2024 een nieuwe houder en vervuller van de risicobeheerfunctie. Tevens startte het bestuur de implementatie van CERRIX als ondersteunende tooling bij het uitvoeren van het risicobeheersingsraamwerk.

Ook in 2025 zal het bestuur aandacht geven aan de gebieden waarin mogelijk risico’s optreden die gepaard gaan met de introductie van Wet toekomst pensioenen in relatie tot:

  • Houdbaarheid strategie: de relatie met sociale partners, verantwoordingsorgaan, (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers en toezichthouders.
  • Interne governance: de implementatie van wet- en regelgeving en de verankering daarvan in beleid.
  • Operationeel: de bestuurlijke besluitvormingsprocessen, de ondersteuning daarbij vanuit adviseurs en het overleg met en de uitvoering door de partijen waaraan werkzaamheden zijn uitbesteed.

De risicoanalyse die specifiek in het kader van de Wet toekomst pensioenen is opgesteld, wordt tweemaal per jaar besproken, waar nodig is hierop geacteerd vanuit het bestuur. . 

Daarnaast wordt in 2025 risico-gerelateerde aandacht gegeven aan beheersing milieu- en klimaatrisico’s, keuzebegeleiding, communicatiecampagnes, evaluatie bestuurswisselingen, evaluatie beloningsbeleid, evaluatie samenwerking bestuur en overige fondsorganen en risicobeheersing bij uitbestedingspartijen.

In 2025 zijn integrale herijkingen gepland van de risicodomeinen Kredietrisico, Marktrisico, Renterisico, Liquiditeitsrisico en de Kapitaalpositie. Ook vindt in 2025 een Trigger ERB plaats gebaseerd op de transitie naar de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2026.

Voor een uitgebreide toelichting op de belangrijkste financiële en actuariële risico’s en de gevoeligheid van de financiële positie van het fonds voor veranderingen in onderliggende veronderstellingen, verwijzen wij naar de risicoparagraaf in de toelichting op de jaarrekening die is opgenomen in paragraaf 10.6 op de pagina’s 129 tot en met 137. Daarin zijn onder meer scenarioanalyses opgenomen met betrekking tot rente-, inflatie- en marktrisico’s, conform de vereisten uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

5.3 Risicobeoordeling

Voor het identificeren van risico’s is aangesloten op de door DNB onderscheiden risicogebieden in het basisprogramma van de Actualisatie Toezichtsmethodologie (ATM). Het fonds onderscheidt de volgende hoofdrisico-categorieën (hoofdcategorieën zijn verder onder te verdelen naar deelrisico’s): 

  • Bedrijfsmodel en strategie
    • Levensvatbaarheid bedrijfsmodel
    • Houdbaarheid strategie
  • Governance, gedrag, cultuur (GGC) en risicomanagement
    • Interne Governance
    •  Gedrag en cultuur
    • Risicomanagement
  • Integriteit
    • Witwassen
    • Terrorismefinanciering
    • Sancties
    • Corruptie
    • Maatschappelijke onbetamelijkheid
  • Prudentiële risico’s
    • Kredietrisico (financieel)
    • Marktrisico (financieel)
    • Renterisico (financieel)
    • Operationeel risico
    • Liquiditeitsrisico (financieel)
    • Verzekeringstechnisch risico (financieel)
  • Kapitaal
    • Kapitaalpositie (financieel)

Risico’s worden kwantitatief en kwalitatief (aan de hand van vooraf in het risicomanagementbeleid vastgestelde referentieschalen) beoordeeld op basis van de waarschijnlijkheid van het optreden van het risico (kans) en de impact daarvan op het behalen van de doelstellingen.

De analyse van de financiële risico’s is gemaakt op basis van UFR. Indien deze op basis van marktrente wordt gemaakt, zouden de risico’s groter zijn. Bovendien zijn de analyses gemaakt op geïsoleerde risico’s waarbij in samenhang het cumulatieve risico nog aanzienlijk is.

Bij de risicoanalyse wordt onderscheid gemaakt tussen het bruto risico, het netto risico en de risicotolerantie(als weergave van de risicobereidheid). Het bruto risico is het risico zonder rekening te houden met eventuele beheersmaatregelen die het bestuur treft om de waarschijnlijkheid en/of impact te beperken. Het bruto risico is afhankelijk van de context waarbinnen het pensioenfonds opereert en de doelstellingen. Het netto risico is het risico dat overblijft nadat is gereageerd op de bruto risico’s. Indien het netto risico vanuit de risicobereidheid (nog) niet acceptabel is, worden aanvullende acties gedefinieerd om tot de risicotolerantie te komen.

Bedrijfsmodel en strategie

Levensvatbaarheid bedrijfsmodel

Dit risico is nader onderverdeeld in continuïteit uitbesteding, kosten en productontwikkeling.

Deze risico’s zijn zowel intern als extern gedreven. Het uitbestedingsrisico vormt een zeer belangrijk aandachtsgebied voor het pensioenfonds. Zowel hetpensioenbeheer (aan TKP en Montae & Partners B.V.) als het vermogensbeheer (aan Columbia Threadneedle Investments en Caceis) zijn uitbesteed. Het bestuur stelt zich, onder meer door het beoordelen van jaarverslagen, op de hoogte van de (financiële) gezondheid van de uitbestedingspartners, om zodoende tijdig te kunnen anticiperen op negatieve ontwikkelingen. Het pensioenfonds heeft met de uitbestedingspartners schriftelijke afspraken gemaakt over de opzegging en beëindigingsvoorwaarden, die een goede transitie naar een andere uitvoerder mogelijk maken.

Het bestuur kan afhankelijk van het (meerjarig) resultaat de kostenopslagen in premie en voorziening pensioenverplichtingen aanpassen. Om de werkelijke kosten te bewaken wordt jaarlijks een begroting opgesteld en vindt elk kwartaal een beoordeling plaats of de kosten binnen de begroting blijven. Afwijkingen van de begroting zijn slechts mogelijk indien onderbouwd en door het bestuur geaccordeerd. In de tussen het pensioenfonds en de externe uitvoerders gesloten overeenkomsten zijn afspraken opgenomen over tarieven, kosten en vergoedingen.

De productbepalingen liggen vast in het pensioenreglement en het uitvoeringsreglement. Het bestuur bewaakt ontwikkelingen in wet- en regelgeving, die van invloed zijn op de reglementen. Relevante wijzigingen in wet- en regelgeving worden afgestemd met werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers en de uitvoerders aan wie activiteiten zijn uitbesteed.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Houdbaarheid strategie

Dit risico is nader onderverdeeld in concurrentie en communicatie.

Deze risico’s zijn met name extern gedreven. Het pensioenfonds volgt ontwikkelingen in de nabije omgeving van het pensioenfonds op de voet. Dit betreft met name ontwikkelingen bij aangesloten werkgevers, media-aandacht voor pensioen in algemene zin en media-aandacht voor het pensioenfonds in het bijzonder. Het pensioenfonds bewaakt in hoeverre wordt voldaan aan het representativiteitscriterium. De beleggingsprestaties van het pensioenfonds worden jaarlijks getoetst met behulp van de Z-score en performancetoets. Het bestuur beheerst dit risico door een naar haar mening voorzichtig beleid te voeren en flexibel te reageren op ontwikkelingen.

Het pensioenfonds stelt eenmaal per drie jaar een communicatiebeleidsplan op. Vanuit het communicatiebeleidsplan wordt jaarlijks een voorstel voor een jaarplan met een begroting ontwikkeld dat door het bestuur wordt vastgesteld. Het bestuur informeert de aangesloten werkgevers, de deelnemers en de pensioengerechtigden via de website en het jaarverslag over het beleid.

Het pensioenfonds heeft bij haar beleggingsbeleid aandacht voor corporate governance en duurzaamheid. Bij het nemen van beleggingsbeslissingen wordt rekening gehouden met ongewenste elementen als wapenproductie, schending van mensenrechten en het bevorderen van strafbare of moreel verwerpelijke gedragingen. Het pensioenfonds onthoudt zich van transacties in dergelijke beleggingsfondsen en/of heeft CTI de opdracht gegeven de dialoog aan te gaan met dergelijke beleggingsfondsen.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Governance, gedrag, cultuur (GGC) en risicomanagement

Interne Governance

Dit risico is nader onderverdeeld in aansprakelijkheid, afdwingbaarheid contracten, naleving, personeel en wet- en regelgeving.

Deze risico’s zijn zowel intern als extern gedreven. Het bestuur blijft op de hoogte van wijzigingen in wet- en regelgeving door het volgen van media, vakliteratuur en nieuwsbrieven op het gebied van pensioen- en vermogensbeheer. Het pensioenfonds maakt bij de opstelling van alle voor het pensioenfonds relevante juridische documenten gebruik van de diensten van daarin gespecialiseerde partijen. Nieuwe producten, initiatieven, projecten worden voorafgegaan door een gedegen analyse van gerelateerde juridische risico’s. Voor complexere zaken wordt altijd advies ingewonnen bij gerenommeerde externe juristen. Voorleggers bij bestuursbesluiten bevatten een paragraaf waarin wordt vastgelegd of het gevraagde besluit in overeenstemming is met het beleid van het pensioenfonds. Juridisch risico wordt, indien aanwezig en onderkend, in de bestuursnotities vermeld en wordt daardoor meegenomen in de afwegingen van het bestuur voorafgaand aan de besluitvorming. Het pensioenfonds ziet erop toe dat wijzigingen in relevante wet- en regelgeving door de externe uitvoerders voldoende worden vertaald naar en geïmplementeerd in interne processen en procedures. Voor de bestuursleden is een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afgesloten.

In de contracten met externe uitvoerders zijn expliciet voorwaarden rondom aansprakelijkheid en wederzijdse verplichtingen rondom uitvoering en eventuele beëindiging vastgelegd. Het pensioenfonds beschikt over een verplichtstellingsbeschikking en wordt door het Ministerie van Justitie en Veiligheid geïnformeerd over afgegeven vergunningen. TKP voert namens het pensioenfonds het handhavingsbeleid uit. De afspraken hierover zijn vastgelegd in een overeenkomst. De verplichtingen van de werkgever zijn onderdeel van het uitvoeringsreglement.

Het bestuur heeft een geschiktheidsplan opgesteld. In het geschiktheidsplan wordt uiteengezet welke deskundigheden, competenties en professioneel gedrag van het bestuur worden verwacht en welke mogelijkheden daartoe worden aangereikt. (Nieuwe) bestuursleden volgen, indien noodzakelijk, een pensioenopleiding. Daarnaast heeft het bestuur minimaal eens per jaar een studiedag en is sprake van een zelfevaluatie door het bestuur.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Gedrag en cultuur

Dit risico is nader onderverdeeld in afhankelijkheid, belangenverstrengeling, cybercrime, externe fraude, fiscale fraude, integriteit uitbesteding en interne fraude.

Deze risico’s zijn met name intern gedreven.

Integer handelen is binnen het pensioenfonds verankerd in de totale compliance structuur. Alle betrokkenen bij het pensioenfonds, zowel intern als extern, worden geacht te voldoen aan het geheel van interne en externe wet- en regelgeving, dat op het pensioenfonds van toepassing is. Het pensioenfonds brengt jaarlijks de hoofden nevenfuncties in kaart en nieuwe nevenfuncties moeten door betrokkenen gemeld worden. Bij het aangaan van contracten met derden wordt in kaart gebracht welke mogelijke tegenstrijdige belangen gepaard kunnen gaan met de opgegeven hoofd- en nevenfuncties. Bij het nemen van bestuursbesluiten wordt altijd in ogenschouw genomen of door het besluit mogelijk sprake is van benadeling van derden. Iedere vergadering toetst het bestuur of agendapunten worden besproken waarbij sprake kan zijn van belangenverstrengeling. Daarnaast worden iedere bestuursvergadering als apart agendapunt nevenfuncties/giften besproken. Elke betrokkene dient tweemaal per jaar digitaal te verklaren dat de gedragscode is nageleefd.

Contractueel is vastgelegd dat uitbestedingspartners zijn gehouden aan de uitbestedingsregels ingevolge de Pensioenwet, die van toepassing zijn op het pensioenfonds. De overeenkomsten bevatten aansprakelijkheidsbepalingen. Het pensioenfonds verlangt van haar uitbestedingspartners dat zij een gedragscode voert dan wel beleid heeft dat in de lijn is met haar eigen gedragscode; dit is onderdeel van de jaarlijkse evaluatie. Hierbij besteedt het pensioenfonds tevens aandacht aan beheerst beloningsbeleid, fraudebeleid en belangenverstrengeling bij deze uitbestedingspartners.

Uitbestedingspartners verstrekken periodieke rapportages inzake niet-financiële risico’s, waarin aandacht is voor integriteitrisico’s. Het pensioenfonds ontvangt ieder kwartaal in control statements, compliance statements of soortgelijke rapportages van de uitbestedingspartners. Eventuele volmachten zijn contractueel vastgelegd. 

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Binnen de risicocategorie Gedrag en cultuur volgt het bestuur nadrukkelijk het risico van interne, externe en fiscale fraude. In 2024 is geen fraude geconstateerd. Het bestuur hanteert ter beheersing van frauderisico de volgende maatregelen:

  • Het fonds hanteert bij alle bindende handelingen namens het fonds het vier-ogen-principe. In geval van ondertekening geldt een gezamenlijke tekenbevoegdheid.
  • Het pensioenfonds heeft een gedragscode ingesteld voor het bestuur en al degenen die voor, namens of in opdracht van het pensioenfonds werken en alle door het bestuur aan te wijzen verbonden personen, ter voorkoming van conflicten tussen het belang van het pensioenfonds en de privébelangen van betrokkenen alsmede ter voorkoming van het gebruik van vertrouwelijke informatie van het pensioenfonds voor privédoeleinden.
  • Een externe compliance officer toetst twee keer per jaar of de gedragscode wordt nageleefd op basis van vragenlijsten. Hiervan wordt een rapport opgesteld.
  • Het bestuur heeft een klokkenluidersregeling en een incidentenregeling ingesteld; alle functionarissen hebben de mogelijkheid te rapporteren aan de vertrouwenspersoon over onregelmatigheden, te weten gebeurtenissen van algemene, operationele of financiële aard die een ernstig gevaar vormen of kunnen vormen voor de beheerste en integere bedrijfsvoering van het fonds. De gedragscode, de klokkenluidersregeling en de incidentenregeling maken deel uit van het integriteitsbeleid dat door het fonds is vastgesteld. Tijdens de benoemingsprocedures wordt expliciet aandacht geschonken aan integriteitsaspecten. Onderdeel van de benoemingsprocedures is een toetsing van geschiktheid en betrouwbaarheid door DNB. Fiscale risico’s die het gevolg zijn van fouten (zoals de BTW problematiek) worden in de jaarrekening vermeld onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen. 
  • Het fonds beschikt over een beloningsbeleid en het bestuur toetst tevens het beloningsbeleid bij de uitbestedingspartners. Tijdens de benoemingsprocedures wordt expliciet aandacht geschonken aan integriteitsaspecten. Onderdeel van de benoemingsprocedures is een toetsing van geschiktheid en betrouwbaarheid door DNB. 
  • Het fonds beschikt over een uitbestedingsbeleid, waarin het proces rondom een nieuwe uitbesteding is vastgelegd alsmede de eisen die daarbij aan een uitvoerder worden gesteld.
  • Betalingen worden getoetst aan vooraf gemaakte schriftelijke afspraken. Bij het ontbreken daarvan wordt navraag gedaan of daadwerkelijk opdracht gegeven is en vindt alsnog schriftelijke vastlegging plaats.
  • In de overeenkomsten met de uitbestedingspartners is opgenomen dat zij aansprakelijk zijn voor schade als gevolg van onder andere fraude.
  • Het bestuur toetst of uitbestedingspartners beschikken over een procuratieregeling en een (minimaal) 4 ogen principe hanteren. 
  • De werkgever is verplicht om alle werknemers die aan de pensioenregelingen deel moeten nemen bij het fonds aan te melden. Daarbij dient de werkgever ervoor zorg te dragen dat het fonds de beschikking krijgt over alle door het bestuur nodig geoordeelde gegevens. De werkgever dient ervoor te zorgen dat alle vereiste gegevens volledig, juist en tijdig worden verstrekt. De werkgever is aansprakelijk voor schade die het fonds lijdt als gevolg van het aanleveren van onvolledige, onjuiste of niet tijdige informatie door de werkgever. 
  • Het pensioenreglement bevat de informatieverplichtingen voor deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. 
  • Via SUAG worden maandelijks wijzigingen in arbeidsgeschiktheid gemeld en verwerkt.

Risicomanagement

De Sleutelfunctie Risicobeheer (SF RB) vervult een zelfstandige en onafhankelijke rol ten opzichte van het bestuur en monitort de risicobeheersing bij de uitvoering en bij het bestuur. De SF RB is verantwoordelijk voor de opzet en de inrichting van het risicobeheersysteem. De SF RB speelt een rol in het realiseren en verder uitbouwen van de ambitie van het bestuur ten aanzien van risicomanagement.

Het doel is een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is en zorgt voor een adequate organisatie van het integrale risicomanagement. De SF RB informeert het bestuur na afloop van een kwartaal over de actuele stand van zaken inzake het risicobeheer van het pensioenfonds. De risicorapportage omvat de belangrijkste strategische, tactische en operationele ontwikkelingen vanuit risicoperspectief en deze worden gerelateerd aan de betreffende risicohouding en risicobereidheid van het bestuur en beoordeeld door de SF RB. De beoordeling is gebaseerd op onder meer de besprekingen met de Uitvoerende Bestuursleden, onder andere, aan de hand van hun meest recente rapportages, de daarin benoemde onderliggende rapportages van uitbestedingspartners en de daarin genoemde bevindingen. Het is aan de Uitvoerende Bestuursleden om de risico’s te identificeren en te beschrijven. De SF RB geeft onafhankelijk een risico-opinie bij bestuursbesluiten, die nieuw beleid of een wijziging van beleid inhouden.

Integriteit

Witwassen

Op het gebied van witwassen volgt het Bestuur de wet- en regelgeving en ziet erop toe dat de externe uitvoerders deze opvolgen. Per 31 december 2024 bevindt het netto risico zich binnen de door het Bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Terrorismefinanciering

Op het gebied van terrorismefinanciering volgt het Bestuur de wet- en regelgeving en ziet erop toe dat de externe uitvoerders deze opvolgen. Per 31 december 2024 bevindt het netto risico zich binnen de door het Bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Sancties

Op het gebied van sanctiewetgeving volgt het Bestuur de wet- en regelgeving en ziet erop toe dat de externe uitvoerders deze opvolgen. Per 31 december 2024 bevindt het netto risico zich binnen de door het Bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Corruptie

Verwezen wordt naar de beheersmaatregelen genoemd onder het risico Gedrag en cultuur. Per 31 december 2024 bevindt het netto risico zich binnen de door het Bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Maatschappelijke onbetamelijkheid

Het bestuur past een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid (MVB-beleid) toe. Dit beleid bestaat uit engagement, corporate governance en het uitsluiten van ondernemingen van het belegbaar universum. Het verantwoord beleggingsbeleid wordt vormgegeven binnen de geselecteerde beleggingsfondsen en de discretionaire mandaten. Bij de selectie en evaluatie van (externe) beheerders worden duurzaamheidscriteria door de fiduciair meegenomen. (Externe) beheerders moeten ESG-criteria in hun beleggingsbeslissingen meenemen bij (semi-) actieve strategieën. Tot slot wordt van (externe) (semi-) actieve portefeuillebeheerders verwacht dat zij MVB-beleid handhaven en naleven en hierover in hun rapportage verantwoording afleggen.

Het pensioenfonds rapporteert over MVB in het jaarverslag, via de website en schenkt er aandacht aan in de nieuwsbrieven.

Per 31 december 2024 bevindt het netto risico zich binnen de door het Bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Prudentiële risico’s

Kredietrisico

Dit risico is nader onderverdeeld in default probability en loss given default. Deze risico’s zijn met name extern gedreven. Het pensioenfonds let scherp op kredietwaardigheid en liquiditeit en stuurt op creditratings. Met betrekking tot onderpand zijn duidelijke afspraken gemaakt en vindt spreiding over meerdere tegenpartijen plaats. Monitoring van het tegenpartijrisico geschiedt dagelijks en de fiduciair heeft de verplichting afwijkende zaken te rapporteren aan het pensioenfonds. Op kwartaalbasis wordt een rapportage geleverd met posities per tegenpartij. Het pensioenfonds heeft kennisgenomen van en maakt gebruik van het beleid van de fiduciair op dit punt. Het pensioenfonds maakt gebruik van central clearing, waarbij het tegenpartijrisico door het Clearing House wordt gedragen. Beheer van liquide middelen vindt op dag basis plaats. Per kwartaal wordt hierover gerapporteerd. Caceis treedt als de tegenpartij op voor het uitlenen van effecten. Hiertoe zijn specifieke afspraken gemaakt over de kwaliteit en de spreiding van het onderpand. Naast rapportages van Caceis zelf zorgt het pensioenfonds op reguliere basis voor controle op die afspraken.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Marktrisico

Dit risico is nader onderverdeeld in prijsvolatiliteit, marktliquiditeit, concentratie en correlatie en maatschappelijke opvattingen of ontwikkelingen. Deze risico’s zijn met name extern gedreven.

Het pensioenfonds kiest voor spreiding in de beleggingsportefeuille qua risicoprofiel van de achterliggende beleggingen in relatie tot de verplichtingen van het pensioenfonds. Beleggen in risicovollere producten wordt bewust gedaan in de veronderstelling dat daar een hoger rendement tegenover staat. 

Keuzes met betrekking tot de asset allocatie worden gemaakt op basis van een ALM-studie. Er wordt voor elk jaar een beleggingsplan vastgesteld. Voor bestaande categorieën wordt ten minste één keer per drie jaar een investment case behandeld. Eventuele opname van nieuwe categorieën gebeurt eveneens middels een investment case. Opname van een nieuwe beleggingscategorie en herziening of beëindiging van bestaande categorieën worden door het bestuur besloten. Hierbij geldt het principe “discretionair waar het kan” (ook gelet op transparantie) waarbij kosten en proportionaliteit worden meegewogen. 

Compliance-statements bevatten een overzicht met eventuele overtredingen op mandaten en/of beleggingsrichtlijnen door de vermogensbeheerders zelf. Daarnaast vindt controle van de beleggingsrichtlijnen plaats door de onafhankelijke beleggingsadministrateur Caceis. Columbia Threadneedle Investments rapporteert per kwartaal de risico-inschattingen aangaande balansrisico, allocatierisico en concentratierisico. Daarnaast rapporteert Columbia Threadneedle Investments per kwartaal over de wijze van uitvoering van de mandaten door de onderliggende managers. Afspraken over spreiding in sectoren en geografische gebieden zijn vastgelegd in de mandaten en worden op maandbasis getoetst door Caceis. Derivaten mogen gebruikt worden om op efficiënte wijze een marktpositie in te nemen of af te dekken, maar niet om te speculeren. Het pensioenfonds maakt gebruik van central clearing. Om te allen tijde te kunnen voldoen aan hieruit volgende onderpand verplichting is een kredietfaciliteit bij de bewaarder ingericht. Beheer van liquide middelen vindt op dag basis plaats. Per kwartaal wordt hierover gerapporteerd.

In het kader van het prudent person beginsel zorgt het bestuur op advies van de portefeuille balansmanagement voor een beheerste blootstelling aan minder liquide producten. In de jaarlijkse toetsing wordt hieraan door de certificerend actuaris aandacht besteed.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Renterisico

Het matchingrisico is nader onderverdeeld in rente-, valuta- en inflatierisico. Deze risico's zijn met name extern gedreven.

Het strategisch afdekkingsbeleid ten aanzien van de nominale verplichtingen is afhankelijk van de rente. Het afdekkingsbeleid wordt periodiek getoetst aan de hand van een ALM-studie. Het pensioenfonds kiest bewust om een gedeelte van het renterisico, mede gelet op de samenstelling van het deelnemersbestand, niet af te dekken om herstelcapaciteit te behouden. De rente-overlay wordt uitgevoerd door middel van rentederivaten, hoofdzakelijk renteswaps, staatsobligaties en bedrijfsobligaties. Via maand- en kwartaalrapportages wordt door de vermogensbeheerder verantwoording afgelegd over de rentehedge. Aan de orde komen onder meer: hedgeratio, de rentegevoeligheid van de totale verplichtingen, de hedge per bucket en het ex post hedge percentage.

Valutarisico

Het valutarisico wordt afgedekt door de exposure naar vreemde valuta van een aantal beleggingscategorieën af te dekken met vooraf vastgelegde afdekkingspercentages. Voor het afdekken van valuta exposure kan gebruik worden gemaakt van instrumenten met een maximale looptijd van 2 jaar: spot-transacties en forwards. Per kwartaal vindt rapportage door de vermogensbeheerder plaats over hedgeratio en norm.

De beleggingsportefeuille bevat categorieën waarbij bewust wordt gestreefd naar het beperken van het inflatierisico. Het pensioenfonds belegt daarnaast gedeeltelijk in risicovolle beleggingen mede vanuit inflatiematching oogpunt. Het inflatierisico ligt voor een belangrijk deel bij de pensioengerechtigden, gewezen deelnemers en deelnemers via het voorwaardelijke toeslagbeleid van het pensioenfonds. Het bestuur beslist jaarlijks in hoeverre pensioenaanspraken en pensioenrechten worden aangepast.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Operationeel risico

Dit risico is nader onderverdeeld in (pre)acceptatie/transactie, informatie, IT-beschikbaarheid bestuur en uitbesteding, IT-integriteit bestuur en uitbesteding, IT-vertrouwelijkheid bestuur en uitbesteding, IT-aanpasbaarheid uitbesteding en kwaliteit uitbesteding en verplichtstelling.

Deze risico’s zijn zowel intern als extern gedreven.

De tekenbevoegdheden van het pensioenfonds zijn vastgelegd middels inschrijving bij de Kamer van Koophandel. In de tussen het pensioenfonds en de externe uitvoerders gesloten overeenkomsten zijn afspraken opgenomen over betalingsverkeer en volmachten.

Het bestuur kan haar bevoegdheden delegeren aan één of meer door het bestuur al dan niet uit zijn midden aangewezen portefeuilles, adviseurs of uitbestedingspartners. Deze gedelegeerde bevoegdheden worden echter uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur. De commissie, adviseur of uitbestedingspartner legt voor de uitoefening van haar taken verantwoording af aan het voltallige bestuur. Dit gebeurt aan de hand van de notulen van een commissievergadering en notities dan wel presentaties met adviezen voor het bestuur.

Het pensioenfonds maakt gebruik van een eigen bestuurlijke IT-omgeving. Bij de inkoop van de dienstverlening is een cloud computing risicoanalyse uitgevoerd. De geïdentificeerde risico’s bevinden zich, nadat op onderdelen aanvullende mitigerende maatregelen zijn genomen, binnen de tolerantiegrenzen van het pensioenfonds. Leden van het bestuur, het verantwoordingsorgaan en de auditcommissie zijn verplicht gebruik te maken van de bestuurlijke IT-omgeving. Het pensioenfonds beschikt over een IT-beleid waarin is vastgelegd hoe bestuurs(orgaan)leden dienen om te gaan met IT-middelen die zij ten behoeve van de uitoefening van hun functie bij het pensioenfonds gebruiken. Daarnaast beschikt het pensioenfonds over een datakwaliteitbeleid en monitort de functionaris gegevensbescherming de naleving van privacywetgeving, waaronder de opvolging van datalekken.

Het uitbestedingsrisico vormt een zeer belangrijk aandachtsgebied voor het pensioenfonds. Zowel het pensioenbeheer als bestuursondersteuning (aan TKP en Montae & Partners B.V.) als het vermogensbeheer (aan Columbia Threadneedle Investments en Caceis) zijn uitbesteed. Het pensioenfonds heeft een uitbestedingsbeleid inclusief selectie- en evaluatieproces opgesteld en heeft commissies ingesteld die onder meer belast zijn met de voorbereiding van selectie- en evaluatietrajecten. De selectie van externe uitvoerders vindt plaats op basis van eisen gesteld door DNB en criteria geformuleerd door het pensioenfonds zelf. De criteria van het pensioenfonds hangen samen met beschikbare deskundigheid, de cultuur van de organisatie, schaalvoordelen en flexibiliteit. Het pensioenfonds legt de selectie en evaluatie van externe uitvoerders vast.

Contractueel is vastgelegd dat uitbestedingspartners zijn gehouden aan de uitbestedingsregels ingevolge de Pensioenwet, die van toepassing zijn op het pensioenfonds. Het pensioenfonds toetst de externe uitvoerders op hun beheersmaatregelen op het gebied van kwaliteit en IT (beschikbaarheid, (data)integriteit, vertrouwelijkheid en aanpasbaarheid), onder andere via jaarlijkse ISAE- of soortgelijke rapporten. Tenminste jaarlijks voert (een delegatie uit) het bestuur evaluatiegesprekken met de externe partijen. Er wordt gewerkt met een Service Level Agreement (SLA) en periodieke rapportages over de in de SLA vastgelegde afspraken. Het pensioenfonds beschikt verder over een IT-beleid, waarin de eisen die door het pensioenfonds aan uitbestedingspartners worden gesteld zijn vastgelegd. Het pensioenfonds heeft haar eigen beschikbaarheids-, (data)integriteits- en vertrouwelijkheidseisen vastgesteld. Uitbestedingspartners hebben een meldplicht ten aanzien van incidenten en rapporteren over de uitkomsten van doorlopen testen (bijvoorbeeld penetratie, patch en uitwijk). Het pensioenfonds heeft verwerkersovereenkomsten met de uitbestedingspartners. 

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Liquiditeitsrisico

Het fonds zorgt voor afdoende liquiditeit van de portefeuille als geheel. Het bestuur heeft inzicht in de verwachte liquiditeitsbehoefte, zowel voor wat betreft de pensioenverplichtingen als voor wat betreft de beleggingsverplichtingen. De hoeveelheid beleggingen in illiquide beleggingscategorieën is tot een prudent niveau beperkt. 

In het kader van central clearing wordt op dagbasis de benodigde cash voor derivaten gemonitord en worden de derivatenposities dagelijks direct afgerekend. In de kwartaalrapportage is een liquiditeitstoets in stress per ultimo kwartaal opgenomen.

Per 31 december 2024 bevinden alle nettorisico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Verzekeringstechnisch risico

Dit risico is nader onderverdeeld in sterfte-, arbeidsongeschiktheids- en concentratie- & correlatierisico. Deze risico’s zijn met name extern gedreven.

De belangrijkste risico’s voor het pensioenfonds zijn de levensverwachting en arbeidsongeschiktheid. Wanneer ontwikkelingen op deze gebieden de noodzaak geven tot aanpassing van de grondslagen zal het pensioenfonds hiertoe direct overgaan. De adviserend actuaris ondersteunt bij de vaststelling van de actuariële grondslagen. Jaarlijks doet de waarmerkend actuaris verslag via een certificeringsrapport over de financiële positie van het pensioenfonds. Het actuarieel rapport wordt opgesteld door TKP Pensioen. Op basis hiervan monitort het bestuur het verzekeringstechnisch risico.

Per 31 december 2024 bevinden alle netto risico’s zich binnen de door het bestuur vastgestelde risicotolerantie.

Kapitaal

De periodieke rapportages vanuit de verschillende uitbestedingspartners waarin de kapitaalpositie van het pensioenfonds en risico’s die de kapitaalpositie bedreigen zijn opgenomen, worden beoordeeld door de Uitvoerende Bestuursleden. De belangrijkste bevindingen worden besproken binnen de portefeuilles en het bestuur.

Versie: v8.2.38

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report