10.5 Toelichting op de balans
ACTIVA
1. Beleggingen voor risico pensioenfonds
| Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 203.080 | 665.080 | 1.129.125 | -148.965 | 122.328 | 1.970.648 | ||||||
| Aankopen | 10.177 | 214.348 | 605.360 | 0 | 5.987 | 835.872 | ||||||
| Verkopen | -5.570 | -81.888 | -679.740 | 36.199 | 0 | -730.999 | ||||||
| Herwaardering | 5.230 | 182.866 | 9.421 | -8.880 | 11.843 | 200.480 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 5.550 | 5.550 | ||||||
| Overige mutaties | 1.251 | -1.251 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Stand per 31 december 2024 | 214.168 | 979.155 | 1.064.166 | -121.646 | 145.708 | 2.281.551 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 198.730 | |||||||||||
| Totaal | 2.480.281 |
In bovenstaand overzicht is het verloop van de derivaten per saldo (positief en negatief) opgenomen ad
- € 121.646. De positief gewaardeerde derivaten ad € 77.084 zijn opgenomen onder de activa; de negatief gewaardeerde derivaten ad € 198.730 zijn opgenomen onder de passiva.
In het overzicht zijn de aankopen en verkopen van valuta afdekking gesaldeerd opgenomen.
Het bedrag aan negatieve derivaten van € 198.730 bestaat voor € 189.554 uit rentederivaten en voor
€ 9.176 uit valutaderivaten. Een toelichting inzake de derivatenposities is weergegeven in paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'.
De reallocatie onder overige mutaties betreft fondsen die van beleggingscategorie zijn gewijzigd gedurende het jaar. Het betreft aandelen die bij nader inzien vastgoedaandelen zijn.
| Vastgoed beleggingen | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 222.874 | 611.593 | 955.762 | -140.136 | 119.831 | 1.769.925 | ||||||
| Aankopen | 5.262 | 161.927 | 1.132.462 | 0 | 11.076 | 1.310.727 | ||||||
| Verkopen | -3.250 | -205.983 | -1.013.940 | -14.203 | -105 | -1.237.481 | ||||||
| Herwaardering | -21.806 | 97.543 | 54.841 | 5.374 | -4.140 | 131.812 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 0 | 0 | 0 | 0 | -4.334 | -4.334 | ||||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Stand per 31 december 2023 | 203.080 | 665.080 | 1.129.125 | -148.965 | 122.328 | 1.970.648 | ||||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 226.049 | |||||||||||
| Totaal | 2.196.697 |
Vastgoedbeleggingen
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Participatie vastgoedbeleggingsfondsen | 182.584 | 178.991 | ||
| Indirect vastgoedbeleggingen, beursgenoteerd | 31.584 | 24.089 | ||
| Totaal | 214.168 | 203.080 |
Aandelen
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Beusgenoteerde aandelen | 837.540 | 573.394 | ||
| Aandelen beleggingsfondsen | 141.615 | 91.686 | ||
| Totaal | 979.155 | 665.080 |
Vastrentende waarden
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Obligaties beursgenoteerd | 717.733 | 697.401 | ||
| Hypothekenfondsen | 155.383 | 147.845 | ||
| Obligatiebeleggingsfondsen | 191.050 | 283.879 | ||
| Totaal | 1.064.166 | 1.129.125 |
Derivaten
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 1.786 | 3.029 | ||
| Rentederivaten | 75.298 | 74.055 | ||
| Totaal | 77.084 | 77.084 |
Het pensioenfonds heeft eind 2024 € 114.679 (2023: € 143.913) aan onderpand verstrekt in de vorm van liquiditeiten en € 45.399 aan onderpand verstrekt in de vorm van (staats) obligaties als initial margin als gevolg van de negatieve waardeontwikkeling van de derivaten. De verstrekte (staats)obligaties zijn verantwoord onder de vastrentende waarden.
Voor de toelichting op de derivaten wordt verder verwezen naar paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'.
Overige beleggingen
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Infrastructuurfondsen | 131.195 | 113.365 | ||
| Liquide middelen | 14.513 | 8.963 | ||
| Totaal | 145.708 | 122.328 |
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen reële waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de reële waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de reële waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de reële waarde.
Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bepaalde vastgoedbeleggingen zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:
| 31 december 2024 | Directe markt-noteringen |
Afgeleide markt-noteringen | Waarderings- modellen |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed beleggingen | 31.584 | 0 | 182.584 | 214.168 | ||||
| Aandelen | 979.155 | 0 | 0 | 979.155 | ||||
| Vastrentende waarden | 908.783 | 0 | 155.383 | 1.064.166 | ||||
| Derivaten | 0 | -121.646 | 0 | -121.646 | ||||
| Overige beleggingen | 0 | 14.513 | 131.195 | 145.708 | ||||
| Totaal per 31 december 2024 | 1.919.522 | -107.133 | 469.162 | 2.281.551 |
| 31 december 2023 | Directe markt-noteringen |
Afgeleide markt-noteringen | Waarderings- modellen |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoed beleggingen | 24.089 | 0 | 178.991 | 203.080 | ||||
| Aandelen | 665.080 | 0 | 0 | 665.080 | ||||
| Vastrentende waarden | 981.280 | 0 | 147.845 | 1.129.125 | ||||
| Derivaten | 0 | -148.965 | 0 | -148.965 | ||||
| Overige beleggingen | 0 | 122.328 | 0 | 122.328 | ||||
| Totaal per 31 december 2023 | 1.670.449 | -26.637 | 326.836 | 1.970.648 |
Vastgoed
Het deel van de waarde aan vastgoedbeleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en - technieken bestaat alleen uit indirect vastgoed. De waarde is gebaseerd op de taxatiewaarde. De eerste waardering is verkrijgingsprijs inclusief transactiekosten. Deze taxaties worden verricht door verscheidene externe erkende taxateurs. Iedere externe taxateur hanteert, binnen de algemene richtlijnen zoals binnen de branche gelden, eigen uitgangspunten. De richtlijnen binnen de branche geven aan dat voor de waardebepaling in dit geval moet worden uitgegaan van de verkoopwaarde van een object met als doelstelling om met het object huurinkomsten te genereren. Als basis wordt hiervoor een contante waardeberekening gebruikt van de toekomstige kasstromen.
Vastrentende waarden
Het deel van de vastrentende waarden waarvan de reële waarde op basis van schatting wordt vastgesteld, betreft volledig hypotheken.
Overige beleggingen
Het deel van de overige beleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en -technieken bestaat uit beleggingen van PGGM Infra die vanaf 2024 op maandbasis gewaardeerd worden. Voorgaande jaren werden deze beleggingen volledig gecategoriseerd onder de categorie afgeleide marktnoteringen.
2. Vorderingen en overlopende activa
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Beleggingsvorderingen | 174.156 | 179.200 | ||
| Vorderingen werkgevers | 23.260 | 17.644 | ||
| Vorderingen op deelnemers van het pensioenfonds | 2 | 3 | ||
| Overige vorderingen en overlopende activa | 118 | 35 | ||
| Totaal | 197.536 | 196.882 |
Voor de specificatie van de beleggingsvorderingen is onderstaand een tabel opgenomen.
Beleggingsvorderingen
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Nog af te wikkelen transacties | 20.503 | 1.295 | ||
| Te vorderen dividend | 1.490 | 1.400 | ||
| Te vorderen dividendbelasting | 1.825 | 1.536 | ||
| Lopende interest | 35.907 | 31.028 | ||
| Collateral | 114.413 | 143.913 | ||
| Overige beleggingsvorderingen | 18 | 28 | ||
| Totaal | 174.156 | 179.200 |
Vordering werkgevers
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen op werkgevers | 23.847 | 18.263 | ||
| Voorziening dubieuze debiteuren | -587 | -619 | ||
| Totaal | 23.260 | 17.644 |
De vorderingen op werkgevers betreffen de premies voor de maanden november en december van € 17.959 (2023: € 10.815). Deze zijn in de maanden januari en februari 2025 in rekening gebracht. Daarnaast nog openstaande premie over het huidig jaar van € 5.738 (2023: € 7.229) en voorgaand jaar van € 150 (2023:
€ 219). De voorziening dubieuze debiteuren van € 587 is hierop in mindering gebracht. Zie voor de specificatie hiervan de onderstaande tabellen
De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde verzekeringskosten.
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
Verloop van de voorziening dubieuze debiteuren
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -619 | -515 | ||
| Afgeschreven vorderingen | 288 | 69 | ||
| Dotatie ten laste van de rekening van baten en lasten | -256 | -173 | ||
| Stand per 31 december | -587 | -619 |
3. Overige activa
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 10.471 | 13.967 | ||
| Totaal | 10.471 | 13.967 |
Onder de overige activa worden opgenomen de tegoeden op bankrekeningen die onmiddellijk danwel op korte termijn opeisbaar zijn. Bankrekeningen die beheerd worden door de vermogensbeheerder, zijn onder de betreffende beleggingscategorieën gerubriceerd.
Er is geen kredietfaciliteit van toepassing.
PASSIVA
4. Stichtingskapitaal en reserves
| Algemene reserve | Weerstands- reserve |
Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2023 | 49.631 | 349.976 | 399.607 | |||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | -65.009 | 43.100 | -21.909 | |||
| Stand per 31 december 2023 | -15.378 | 393.076 | 377.698 | |||
| Uit bestemmingssaldo van baten en lasten | 35.307 | 67.446 | 102.753 | |||
| Stand per 31 december 2024 | 19.929 | 460.522 | 480.451 |
Het weerstandsreserve wordt meegenomen in de berekening van de dekkingsgraad.
Dekkingsgraden, vermogenspositie en herstelplan
De dekkingsgraden zijn ultimo jaar als volgt:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Nominale dekkingsgraad | 124,5% | 121,4% | ||
| Beleidsdekkingsgraad | 125,1% | 129,5% |
De dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden (inclusief de negatieve derivatenpositie) te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De beleidsdekkingsgraad is het rekenkundig gemiddelde van de nominale dekkingsgraden van de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaard model van DNB. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in paragraaf 10.6 Risicobeheer.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stichtingskapitaal en reserves | 480.451 | 124,5% | 377.698 | 121,4% | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 86.160 | 104,4% | 77.161 | 104,4% | ||||
| Vereist eigen vermogen | 460.522 | 123,5% | 393.076 | 122,2% | ||||
Als het eigen vermogen lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van dekkingstekort. Indien het eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen, maar wel tenminste gelijk is aan het minimaal vereist eigen vermogen, bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van reservetekort. In 2024 is geen sprake van een reservetekort.
De vermogenspositie van het pensioenfonds kan als gevolg van bovenstaande worden gekarakteriseerd als een toereikende solvabiliteit (2023: idem).
De opbouw van het vereist eigen vermogen wordt toegelicht in paragraaf 10.6 Risicobeheer.
Herstelplan
Per 31 december 2024 is de beleidsdekkingsgraad (125,1%) hoger dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (123,5%), waardoor het indienen van een herstelplan niet aan de orde is voor het pensioenfonds.
Voorstel tot resultaatbestemming
Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. De bestemming is nader uitgewerkt in de ABTN. Het voorstel van de verdeling van het positieve resultaat over boekjaar 2024 van € 102.753 is als volgt:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Algemene reserve | 35.307 | -65.009 | ||
| Weerstandsreserve | 67.446 | 43.100 | ||
| 102.753 | -21.909 |
5. Technische Voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.767.782 | 1.547.690 | ||
| Pensioenopbouw | 109.903 | 77.927 | ||
| Toeslagverlening | 29.227 | 77.746 | ||
| Rentetoevoeging | 61.115 | 50.092 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten | -27.663 | -23.816 | ||
| Wijziging marktrente | 52.695 | 43.823 | ||
| Wijziging actuariële uitgangspunten | -22.831 | 18.959 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -4.688 | -20.289 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | -6.031 | -4.350 | ||
| Stand per 31 december | 1.959.509 | 1.767.782 |
Ultimo boekjaar bedraagt de gemiddelde gewogen discontovoet 2,06% (2023: 2,26%).
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling. Het opbouwpercentage is verhoogd van 1,60% over 2023 naar 1,84% per 1 januari 2024.
Toeslagverlening
Het pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de actieve en niet actieve deelnemers per 31 december jaarlijks te verhogen op 1 januari met de stijging van het Consumentenprijsindexcijfer alle bestedingen, afgeleid. De toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter, die afhankelijk is van de financiële positie van het pensioenfonds. Dit betekent dat geen recht op toeslagen bestaat en dat het niet zeker is of en in hoeverre in de toekomst toeslagverlening kan plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de toeslagverlening kan in principe worden ingehaald.
Per 1 januari 2025 is een toeslag verleend van 1,46% (2024: 4,53%) aan de actieve en niet actieve deelnemers. Er zijn geen inhaaltoeslagen verleend.
Rentetoevoeging
De voorziening pensioenverplichtingen is opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur aan het einde van het voorgaande kalenderjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenuitkeringen in de verslagperiode.
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de voorziening pensioenverplichtingen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.
Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
Met ingang van 1 januari 2025 is het opbouwpercentage verlaagd van 1,84% naar 1,66%. Hierdoor wordt de toekomstige opbouw van arbeidsongeschikten ook lager. Omdat arbeidsongeschikten zijn vrijgesteld van premiebetaling, wordt dit in de voorziening opgenomen. De technische voorziening daalt hierdoor en dit zorgt voor een positief resultaat van € 5.452 en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,3%.
Het fonds heeft in 2024 de sterftegrondslagen en de opslag voor wezenpensioen gewijzigd.
De aanpassing naar de gepubliceerde AG Prognosetafel 2024 zorgt voor een daling van de technische voorziening van € 2.219. Dit heeft een positief effect op de dekkingsgraad van 0,1%. De wijziging van de correctiefactoren voor de ervaringssterfte leidt tot een daling van de technische voorziening van € 13.459 en heeft een positief effect op de dekkingsgraad van 0,8%. De verlaging van de opslag voor wezenpensioen geeft een afname van de technische voorziening van € 1.701 en heeft geen effect op de dekkingsgraad.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorziening | 8.163 | 16.351 | ||
| Onttrekking aan de technische voorziening | -12.851 | -36.640 | ||
| Totaal | -4.688 | -20.289 |
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat op kanssysteem: | ||||
| - Sterfte | -2.693 | -2.505 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | -3.861 | -3.225 | ||
| - Mutaties | -195 | 736 | ||
| - Overige technische grondslagen | 718 | 644 | ||
| Totaal | -6.031 | -4.350 |
Het resultaat op sterfte is een gevolg van het feit dat de werkelijke sterfte afwijkt van de veronderstelde sterfte.
Actuariële resultaten op arbeidsongeschiktheid ontstaan doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.
De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën als volgt samengesteld:
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieven deelnemers | 715.447 | 29.095 | 649.802 | 26.532 | ||||
| Pensioengerechtigden | 387.263 | 6.803 | 345.224 | 6.264 | ||||
| Gewezen deelnemers | 856.799 | 32.941 | 772.756 | 30.797 | ||||
| Totaal | 1.959.509 | 68.839 | 1.767.782 | 63.593 | ||||
Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling van het pensioenfonds betreft een middelloonregeling.
Het ouderdomspensioen is gelijk aan 1,84% (2023: 1,60%) van de pensioengrondslag, waarover premie aan het pensioenfonds is betaald. De pensioengrondslag is gelijk aan het (gemaximeerde) pensioensalaris minus de franchise. Onder het pensioensalaris vallen alle elementen in het loon die meetellen bij het bepalen van de op te bouwen aanspraken. Het bijbehorend partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen. Tevens is het wezenpensioen verzekerd.
Het bestuur van het pensioenfonds heeft de ambitie om toeslagen op de opgebouwde pensioenen te verlenen. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds. Er bestaat geen recht op jaarlijkse toeslagverlening.
De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, rendement, looninflatie en demografie. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toezegging voor toekomstige toeslagverlening voorwaardelijk is.
Het bestuur van het pensioenfonds hanteert de volgende leidraad voor het verlenen van toeslagen:
- bij een beleidsdekkingsgraad onder de 110% wordt geen toeslag verleend;
- bij een beleidsdekkingsgraad tussen de 110% en circa 135% (bovengrens) wordt gekeken welke toeslag kan worden toegekend op basis van de wettelijke voorschriften voor toekomstbestendige toeslagverlening;
- bij een beleidsdekkingsgraad boven de circa 135% wordt volledige toeslag toegekend en wordt gekeken in hoeverre extra toeslagen kunnen worden toegekend.
Bij het toekennen van toeslagen kijkt het bestuur ook naar de economische situatie en kan worden afgeweken van het toeslagbeleid.
Het bestuur heeft op basis van de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad besloten een toeslag te verlenen per 1 januari 2025 van 1,46% aan de actieve en inactieve deelnemers van het pensioenfonds (1 januari 2024: 4,53%). In het boekjaar zijn geen inhaaltoeslagen verleend.
6. Derivaten
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 198.730 | 226.049 | ||
| Totaal | 198.730 | 226.049 |
Het bedrag aan negatieve derivaten bestaat voor € 189.554 (2023: € 223.536) uit rentederivaten en voor € 9.176 (2023: € 2.513) uit valutaderivaten.
7. Overige schulden en overlopende passiva
| 31-12-2024 | 31-12-2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Schulden m.b.t. beleggingen | 46.865 | 32.463 | ||
| Te verrekenen premies | 430 | 977 | ||
| Pensioenuitkeringen | 2 | 7 | ||
| Belastingen en premie sociale verzekeringen | 523 | 512 | ||
| Vermogensbeheerkosten | 885 | 1.375 | ||
| Administratiekosten | 494 | 51 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 399 | 632 | ||
| Totaal | 49.598 | 36.017 |
De schulden m.b.t. beleggingen bestaan uit de lopende interest (€ 25.656), nog af te wikkelen transacties
(€ 21.197) en overige schulden uit beleggingen (€ 12).
De te verrekenen premies betreffen opgelegde ambtshalve facturen, waar geen opbouw tegenover staat in de voorziening pensioenverplichtingen, maar wel zijn opgenomen onder de premiebaten.
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.