Spring naar inhoud

10.5 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

    Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2024   203.080   665.080   1.129.125   -148.965   122.328   1.970.648
Aankopen   10.177   214.348   605.360   0   5.987   835.872
Verkopen   -5.570   -81.888   -679.740   36.199   0   -730.999
Herwaardering   5.230   182.866   9.421   -8.880   11.843   200.480
Mutatie liquide middelen   0   0   0   0   5.550   5.550
Overige mutaties   1.251   -1.251   0   0   0   0
Stand per 31 december 2024   214.168   979.155   1.064.166   -121.646   145.708   2.281.551
Schuldpositie derivaten (credit)                       198.730
Totaal                       2.480.281

In bovenstaand overzicht is het verloop van de derivaten per saldo (positief en negatief) opgenomen ad
- € 121.646. De positief gewaardeerde derivaten ad € 77.084 zijn opgenomen onder de activa; de negatief gewaardeerde derivaten ad € 198.730 zijn opgenomen onder de passiva.

In het overzicht zijn de aankopen en verkopen van valuta afdekking gesaldeerd opgenomen.

Het bedrag aan negatieve derivaten van € 198.730 bestaat voor € 189.554 uit rentederivaten en voor
€ 9.176 uit valutaderivaten. Een toelichting inzake de derivatenposities is weergegeven in paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'.

De reallocatie onder overige mutaties betreft fondsen die van beleggingscategorie zijn gewijzigd gedurende het jaar. Het betreft aandelen die bij nader inzien vastgoedaandelen zijn.

    Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2023   222.874   611.593   955.762   -140.136   119.831   1.769.925
Aankopen   5.262   161.927   1.132.462   0   11.076   1.310.727
Verkopen   -3.250   -205.983   -1.013.940   -14.203   -105   -1.237.481
Herwaardering   -21.806   97.543   54.841   5.374   -4.140   131.812
Mutatie liquide middelen   0   0   0   0   -4.334   -4.334
Overige mutaties   0   0   0   0   0   0
Stand per 31 december 2023   203.080   665.080   1.129.125   -148.965   122.328   1.970.648
Schuldpositie derivaten (credit)                       226.049
Totaal                       2.196.697

Vastgoedbeleggingen

    31-12-2024   31-12-2023
         
Participatie vastgoedbeleggingsfondsen   182.584   178.991
Indirect vastgoedbeleggingen, beursgenoteerd   31.584   24.089
Totaal   214.168   203.080

Aandelen

    31-12-2024   31-12-2023
         
Beusgenoteerde aandelen   837.540   573.394
Aandelen beleggingsfondsen   141.615   91.686
Totaal   979.155   665.080

Vastrentende waarden

    31-12-2024   31-12-2023
         
Obligaties beursgenoteerd   717.733   697.401
Hypothekenfondsen   155.383   147.845
Obligatiebeleggingsfondsen   191.050   283.879
Totaal   1.064.166   1.129.125

Derivaten

    31-12-2024   31-12-2023
         
Valutaderivaten   1.786   3.029
Rentederivaten   75.298   74.055
Totaal   77.084   77.084

Het pensioenfonds heeft eind 2024 € 114.679 (2023: € 143.913) aan onderpand verstrekt in de vorm van liquiditeiten en € 45.399 aan onderpand verstrekt in de vorm van (staats) obligaties als initial margin als gevolg van de negatieve waardeontwikkeling van de derivaten. De verstrekte (staats)obligaties zijn verantwoord onder de vastrentende waarden.

Voor de toelichting op de derivaten wordt verder verwezen naar paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'. 

Overige beleggingen

    31-12-2024   31-12-2023
         
Infrastructuurfondsen   131.195   113.365
Liquide middelen   14.513   8.963
Totaal   145.708   122.328

Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen reële waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de reële waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de reële waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de reële waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bepaalde vastgoedbeleggingen zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

31 december 2024   Directe
markt-noteringen
  Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-
modellen
  Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   31.584   0   182.584   214.168
Aandelen   979.155   0   0   979.155
Vastrentende waarden   908.783   0   155.383   1.064.166
Derivaten   0   -121.646   0   -121.646
Overige beleggingen   0   14.513   131.195   145.708
Totaal per 31 december 2024   1.919.522   -107.133   469.162   2.281.551
31 december 2023   Directe
markt-noteringen
  Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-
modellen
  Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   24.089   0   178.991   203.080
Aandelen   665.080   0   0   665.080
Vastrentende waarden   981.280   0   147.845   1.129.125
Derivaten   0   -148.965   0   -148.965
Overige beleggingen   0   122.328   0   122.328
Totaal per 31 december 2023   1.670.449   -26.637   326.836   1.970.648

Vastgoed
Het deel van de waarde aan vastgoedbeleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en - technieken bestaat alleen uit indirect vastgoed. De waarde is gebaseerd op de taxatiewaarde. De eerste waardering is verkrijgingsprijs inclusief transactiekosten. Deze taxaties worden verricht door verscheidene externe erkende taxateurs. Iedere externe taxateur hanteert, binnen de algemene richtlijnen zoals binnen de branche gelden, eigen uitgangspunten. De richtlijnen binnen de branche geven aan dat voor de waardebepaling in dit geval moet worden uitgegaan van de verkoopwaarde van een object met als doelstelling om met het object huurinkomsten te genereren. Als basis wordt hiervoor een contante waardeberekening gebruikt van de toekomstige kasstromen.

Vastrentende waarden
Het deel van de vastrentende waarden waarvan de reële waarde op basis van schatting wordt vastgesteld, betreft volledig hypotheken.

Overige beleggingen
Het deel van de overige beleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en -technieken bestaat uit beleggingen van PGGM Infra die vanaf 2024 op maandbasis gewaardeerd worden. Voorgaande jaren werden deze beleggingen volledig gecategoriseerd onder de categorie afgeleide marktnoteringen.

2. Vorderingen en overlopende activa

    31-12-2024   31-12-2023
         
Beleggingsvorderingen   174.156   179.200
Vorderingen werkgevers   23.260   17.644
Vorderingen op deelnemers van het pensioenfonds   2   3
Overige vorderingen en overlopende activa   118   35
Totaal   197.536   196.882

Voor de specificatie van de beleggingsvorderingen is onderstaand een tabel opgenomen. 

Beleggingsvorderingen

    31-12-2024   31-12-2023
         
Nog af te wikkelen transacties   20.503   1.295
Te vorderen dividend   1.490   1.400
Te vorderen dividendbelasting   1.825   1.536
Lopende interest   35.907   31.028
Collateral   114.413   143.913
Overige beleggingsvorderingen   18   28
Totaal   174.156   179.200

Vordering werkgevers

    31-12-2024   31-12-2023
         
Vorderingen op werkgevers   23.847   18.263
Voorziening dubieuze debiteuren   -587   -619
Totaal   23.260   17.644

De vorderingen op werkgevers betreffen de premies voor de maanden november en december van € 17.959 (2023: € 10.815). Deze zijn in de maanden januari en februari 2025 in rekening gebracht. Daarnaast nog openstaande premie over het huidig jaar van € 5.738 (2023: € 7.229) en voorgaand jaar van € 150 (2023:
€ 219). De voorziening dubieuze debiteuren van € 587 is hierop in mindering gebracht. Zie voor de specificatie hiervan de onderstaande tabellen 

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde verzekeringskosten.

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

Verloop van de voorziening dubieuze debiteuren

    31-12-2024   31-12-2023
         
Stand per 1 januari   -619   -515
Afgeschreven vorderingen   288   69
Dotatie ten laste van de rekening van baten en lasten   -256   -173
Stand per 31 december   -587   -619

3. Overige activa

    31-12-2024   31-12-2023
         
Liquide middelen   10.471   13.967
Totaal   10.471   13.967

Onder de overige activa worden opgenomen de tegoeden op bankrekeningen die onmiddellijk danwel op korte termijn opeisbaar zijn. Bankrekeningen die beheerd worden door de vermogensbeheerder, zijn onder de betreffende beleggingscategorieën gerubriceerd.

Er is geen kredietfaciliteit van toepassing.

PASSIVA

4. Stichtingskapitaal en reserves

    Algemene reserve   Weerstands-
reserve
  Totaal
             
Stand per 1 januari 2023   49.631   349.976   399.607
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   -65.009   43.100   -21.909
Stand per 31 december 2023   -15.378   393.076   377.698
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   35.307   67.446   102.753
Stand per 31 december 2024   19.929   460.522   480.451

Het weerstandsreserve wordt meegenomen in de berekening van de dekkingsgraad.

Dekkingsgraden, vermogenspositie en herstelplan
De dekkingsgraden zijn ultimo jaar als volgt:

    31-12-2024   31-12-2023
         
Nominale dekkingsgraad   124,5%   121,4%
Beleidsdekkingsgraad   125,1%   129,5%

De dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden (inclusief de negatieve derivatenpositie) te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De beleidsdekkingsgraad is het rekenkundig gemiddelde van de nominale dekkingsgraden van de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaard model van DNB. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in paragraaf 10.6 Risicobeheer.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

    31-12-2024   31-12-2023
                 
Stichtingskapitaal en reserves   480.451   124,5%   377.698   121,4%
Minimaal vereist eigen vermogen   86.160   104,4%   77.161   104,4%
Vereist eigen vermogen   460.522   123,5%   393.076   122,2%

Als het eigen vermogen lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van dekkingstekort. Indien het eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen, maar wel tenminste gelijk is aan het minimaal vereist eigen vermogen, bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van reservetekort. In 2024 is geen sprake van een reservetekort.

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan als gevolg van bovenstaande worden gekarakteriseerd als een toereikende solvabiliteit (2023: idem).

De opbouw van het vereist eigen vermogen wordt toegelicht in paragraaf 10.6 Risicobeheer.

Herstelplan
Per 31 december 2024 is de beleidsdekkingsgraad (125,1%) hoger dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2024 (123,5%), waardoor het indienen van een herstelplan niet aan de orde is voor het pensioenfonds. 

Voorstel tot resultaatbestemming
Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. De bestemming is nader uitgewerkt in de ABTN. Het voorstel van de verdeling van het positieve resultaat over boekjaar 2024 van € 102.753 is als volgt:

    31-12-2024   31-12-2023
         
Algemene reserve   35.307   -65.009
Weerstandsreserve   67.446   43.100
    102.753   -21.909

5. Technische Voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

    31-12-2024   31-12-2023
         
Stand per 1 januari   1.767.782   1.547.690
Pensioenopbouw   109.903   77.927
Toeslagverlening   29.227   77.746
Rentetoevoeging   61.115   50.092
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten   -27.663   -23.816
Wijziging marktrente   52.695   43.823
Wijziging actuariële uitgangspunten   -22.831   18.959
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -4.688   -20.289
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -6.031   -4.350
Stand per 31 december   1.959.509   1.767.782

Ultimo boekjaar bedraagt de gemiddelde gewogen discontovoet 2,06% (2023: 2,26%).

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling. Het opbouwpercentage is verhoogd van 1,60% over 2023 naar 1,84% per 1 januari 2024.

Toeslagverlening
Het pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de actieve en niet actieve deelnemers per 31 december jaarlijks te verhogen op 1 januari met de stijging van het Consumentenprijsindexcijfer alle bestedingen, afgeleid. De toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter, die afhankelijk is van de financiële positie van het pensioenfonds. Dit betekent dat geen recht op toeslagen bestaat en dat het niet zeker is of en in hoeverre in de toekomst toeslagverlening kan plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de toeslagverlening kan in principe worden ingehaald.

Per 1 januari 2025 is een toeslag verleend van 1,46% (2024: 4,53%) aan de actieve en niet actieve deelnemers. Er zijn geen inhaaltoeslagen verleend.

Rentetoevoeging
De voorziening pensioenverplichtingen is opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur aan het einde van het voorgaande kalenderjaar.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de voorziening pensioenverplichtingen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.

Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Met ingang van 1 januari 2025 is het opbouwpercentage verlaagd van 1,84% naar 1,66%. Hierdoor wordt de toekomstige opbouw van arbeidsongeschikten ook lager. Omdat arbeidsongeschikten zijn vrijgesteld van premiebetaling, wordt dit in de voorziening opgenomen. De technische voorziening daalt hierdoor en dit zorgt voor een positief resultaat van € 5.452 en daardoor een positief effect op de dekkingsgraad van 0,3%.

Het fonds heeft in 2024 de sterftegrondslagen en de opslag voor wezenpensioen gewijzigd. 

De aanpassing naar de gepubliceerde AG Prognosetafel 2024 zorgt voor een daling van de technische voorziening van € 2.219. Dit heeft een positief effect op de dekkingsgraad van 0,1%. De wijziging van de correctiefactoren voor de ervaringssterfte leidt tot een daling van de technische voorziening van € 13.459 en heeft een positief effect op de dekkingsgraad van 0,8%. De verlaging van de opslag voor wezenpensioen geeft een afname van de technische voorziening van € 1.701 en heeft geen effect op de dekkingsgraad.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten

    31-12-2024   31-12-2023
         
Toevoeging aan de technische voorziening   8.163   16.351
Onttrekking aan de technische voorziening   -12.851   -36.640
Totaal   -4.688   -20.289

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

    31-12-2024   31-12-2023
         
Resultaat op kanssysteem:        
- Sterfte   -2.693   -2.505
- Arbeidsongeschiktheid   -3.861   -3.225
- Mutaties   -195   736
- Overige technische grondslagen   718   644
Totaal   -6.031   -4.350

Het resultaat op sterfte is een gevolg van het feit dat de werkelijke sterfte afwijkt van de veronderstelde sterfte.

Actuariële resultaten op arbeidsongeschiktheid ontstaan doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.

De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën als volgt samengesteld:

    31-12-2024   31-12-2023
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven deelnemers   715.447   29.095   649.802   26.532
Pensioengerechtigden   387.263   6.803   345.224   6.264
Gewezen deelnemers   856.799   32.941   772.756   30.797
Totaal   1.959.509   68.839   1.767.782   63.593

Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling van het pensioenfonds betreft een middelloonregeling.

Het ouderdomspensioen is gelijk aan 1,84% (2023: 1,60%) van de pensioengrondslag, waarover premie aan het pensioenfonds is betaald. De pensioengrondslag is gelijk aan het (gemaximeerde) pensioensalaris minus de franchise. Onder het pensioensalaris vallen alle elementen in het loon die meetellen bij het bepalen van de op te bouwen aanspraken. Het bijbehorend partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen. Tevens is het wezenpensioen verzekerd.

Het bestuur van het pensioenfonds heeft de ambitie om toeslagen op de opgebouwde pensioenen te verlenen. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds. Er bestaat geen recht op jaarlijkse toeslagverlening.

De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, rendement, looninflatie en demografie. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toezegging voor toekomstige toeslagverlening voorwaardelijk is.

Het bestuur van het pensioenfonds hanteert de volgende leidraad voor het verlenen van toeslagen:

  • bij een beleidsdekkingsgraad onder de 110% wordt geen toeslag verleend;
  • bij een beleidsdekkingsgraad tussen de 110% en circa 135% (bovengrens) wordt gekeken welke toeslag kan worden toegekend op basis van de wettelijke voorschriften voor toekomstbestendige toeslagverlening;
  • bij een beleidsdekkingsgraad boven de circa 135% wordt volledige toeslag toegekend en wordt gekeken in hoeverre extra toeslagen kunnen worden toegekend.

Bij het toekennen van toeslagen kijkt het bestuur ook naar de economische situatie en kan worden afgeweken van het toeslagbeleid.

Het bestuur heeft op basis van de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad besloten een toeslag te verlenen per 1 januari 2025 van 1,46% aan de actieve en inactieve deelnemers van het pensioenfonds (1 januari 2024: 4,53%). In het boekjaar zijn geen inhaaltoeslagen verleend.

6. Derivaten

    31-12-2024   31-12-2023
         
Derivaten   198.730   226.049
Totaal   198.730   226.049

Het bedrag aan negatieve derivaten bestaat voor € 189.554 (2023: € 223.536) uit rentederivaten en voor € 9.176 (2023: € 2.513) uit valutaderivaten. 

7. Overige schulden en overlopende passiva

    31-12-2024   31-12-2023
         
Schulden m.b.t. beleggingen   46.865   32.463
Te verrekenen premies   430   977
Pensioenuitkeringen   2   7
Belastingen en premie sociale verzekeringen   523   512
Vermogensbeheerkosten   885   1.375
Administratiekosten   494   51
Overige schulden en overlopende passiva   399   632
Totaal   49.598   36.017

De schulden m.b.t. beleggingen bestaan uit de lopende interest (€ 25.656), nog af te wikkelen transacties
(€ 21.197) en overige schulden uit beleggingen (€ 12).  

De te verrekenen premies betreffen opgelegde ambtshalve facturen, waar geen opbouw tegenover staat in de voorziening pensioenverplichtingen, maar wel zijn opgenomen onder de premiebaten.

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

Versie: v8.2.38

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report