6.1 Marktontwikkelingen
Het jaar 2022 leek goed te starten met een daling wereldwijd van het aantal nieuwe coronabesmettingen en versoepelingen, waarmee COVID-19 als dominant thema naar de achtergrond verdween. De Russische invasie in Oekraïne op 24 februari veranderde dat beeld echter bruut. Het gevolg was een humanitaire ramp in Oekraïne. Internationaal was sprake van geopolitieke spanningen, sancties, hoge energie- en voedselprijzen en inflatie, productieverstoringen, maar ook een eensgezinde EU die meer gaat investeren in defensie en de energietransitie gaat versnellen. Het gevolg was wereldwijd fors oplopende inflaties tot niveaus die tot voor kort ondenkbaar waren. Deze inflatie vertaalde zich vervolgens ook naar de rest van de economie zoals de arbeidsmarkt en de huizenmarkt. Pas in de laatste maanden van het jaar was sprake van een kentering. De inflatie in de eurozone liep op van 5,0% eind 2021 tot een piek van 10,6% in oktober 2022, om vervolgens weer iets te dalen tot 9,2% in december 2022 op jaarbasis. In de VS laat de inflatie de laatste zes maanden van het jaar al een daling zien om het jaar te eindigen op 6,5% op jaarbasis. Hoewel veel inflatie-indicatoren aan het normaliseren zijn (kosten containerschepen, geldgroei, producentenprijzen), blijven de 2e-orde inflatie-effecten (stijgende lonen en huren) een bron van zorg voor de centrale banken.
De Federal Reserve verhoogde in 2022 de beleidsrente maar liefst zes keer: in mei en juni met respectievelijk 50 bps en 75 bps (de grootste stap sinds 1994), in het derde kwartaal tweemaal met 75 bps, gevolgd door twee stappen in het laatste kwartaal van in totaal 1,25%-punt zodat de rente is uitgekomen op een range van 4,25%-4,50%. Ook de Bank of England (BoE) verhoogde de korte rente. In september greep de BoE in, toen de Britse obligatiemarkt een flinke crisis onderging, door lange staatsobligaties op te kopen. In het laatste kwartaal wijzigde de Bank of Japan (BoJ) haar beleid. In plaats van een doelstelling voor de 10-jaars rente van 0% met een bandbreedte van +/-0,25%-punt, hanteert de BoJ nu een doelstelling van 0% met een bandbreedte van +/-0,5%-punt. Deze aankondiging resulteerde in hogere rentes in Japan en een sterkere Japanse yen. Ook de ECB liet zich niet onbetuigd in het afgelopen jaar. Allereerst werden in juni de netto opkoopprogamma’s stopgezet. In het derde kwartaal werd de korte rente in twee stappen verhoogd van 0% tot 1,25%, gevolgd door twee verhogingen in het laatste kwartaal van in totaal 1,25%-punt waardoor de korte rente in het eurogebied het jaar uitging op 2,5%. Zowel de Fed als de ECB geven aan dat de rente nog verder verhoogd dient te worden, en dat de inflatie –hoewel dalend- nog steeds aanzienlijk te hoog is. Met name de kerninflatie daalt niet snel genoeg.
In de laatste maanden van 2022 nam het pessimisme ten aanzien van de economisch groei toe. Dit was het gevolg van de energiecrisis in Europa, de hoge kerninflatie, een krapper monetair beleid, een wereldwijde negatieve kentering op de huizenmarkt, en een historisch laag consumentenvertrouwen. Voor Europa is een recessie in 2023 nu het basisscenario. Voor de VS is de raming verlaagd tot slechts een groei van 0,3%. En ook in China nam het groeipessimisme toe wegens de problemen in de vastgoedsector en ‘lockdowns’ wegens COVID-19.
Aandelen
De combinatie van hoge inflatie, forse geopolitieke spanningen, toenemend pessimisme over economische groei en (de verwachting van) een krapper monetair beleid, zorgden voor forse negatieve rendementen op de aandelenmarkten in de eerste negen maanden van het jaar. Daarmee was sprake van een flinke correctie op de hoge rendementen van de voorgaande jaren. In laatste drie maanden van het jaar trad wat herstel op maar per saldo blijft 2022 een jaar om snel te vergeten voor de aandelenmarkten.
Rentemarkten
De combinatie van hoge inflatie, forse geopolitieke spanningen, toenemend pessimisme over economische groei en (de verwachting van) een krapper monetair beleid, zorgden voor forse negatieve rendementen op de aandelenmarkten in de eerste negen maanden van het jaar. Daarmee was sprake van een flinke correctie op de hoge rendementen van de voorgaande jaren. In laatste drie maanden van het jaar trad wat herstel op maar per saldo blijft 2022 een jaar om snel te vergeten voor de aandelenmarkten.
6.2 De beleggingsportefeuille
De totale beleggingsportefeuille van het pensioenfonds kwam eind 2022 uit op een vermogen van € 1,9 miljard wat een daling is van € 649 miljoen ten opzichte van ultimo 2021. Dit is vooral te verklaren door de fors gestegen rente.
De beleggingsportefeuille van het pensioenfonds bestaat uit een matchingportefeuille (met als doel het verminderen van het (rente)risico versus de verplichtingen en daarnaast het betalen van een deel van de verplichtingen) en een returnportefeuille (met als doel het betalen van een deel van de verplichtingen, en daarnaast het genereren van extra rendement ten behoeve van herstel van de dekkingsgraad, het creëren van goede indexatie kansen en het betaalbaar houden van de regeling). De returnportefeuille behaalde in 2022 een negatief rendement (-11,0%). Dit werd vooral veroorzaakt door de dalende aandelenkoersen.
Ook de vastrentende waarde beleggingen lieten een negatief rendement zien. Zo begon de 30-jaars euro swaprente in 2022 op 0,62% en ging deze op 2,53% het jaar uit, een stijging van 1,91%-punt. Deze forse stijging heeft een negatief effect gehad op de matchingportefeuille (-51,7%).
Het rentebeleid van het pensioenfonds is in 2022 ongewijzigd gebleven. De renteafdekking is blijven staan op 60%.
In de onderstaande tabel zijn de beleggingsvorderingen (€ 159.949) en schulden m.b.t. de beleggingen (€ 9.352) in tegenstelling tot in de jaarrekening, ook meegenomen. Daarom wijkt het totaalbedrag aan beleggingen in de onderstaande tabel (€ 1.920.522) af van het totaal in de toelichting op de balans in het verloopstaat (€ 1.769.925). Dit laatste betreft het bedrag inclusief de negatieve derivatenpositie.
De tabel toont de beleggingen eind 2022 in procenten en in euro's (x € 1.000):
| Belegd Vermogen (%) | Belegd Vermogen (* € 1.000) | |
|---|---|---|
| CATEGORIE | 31-12-2022 | 31-12-2022 |
| Returnportefeuille | 66,31% | 1.273.529 |
| Matchingportefeuille | 33,69% | 646.993 |
| Totaal Portefeuille | 100,00% | 1.920.522 |
| Liquide return portefeuille | ||
| Vastrentende waarden | 20,51% | 166.470 |
| Beursgenoteerd vastgoed | 2,94% | 23.889 |
| Aandelen | 75,48% | 612.544 |
| Grondstoffen | 0,00% | - |
| Liquiditeiten | 1,06% | 8.590 |
| Totaal Liquide returnportefeuille | 100,00% | 811.493 |
| Illiquide return portefeuille | ||
| Particuliere hypotheken | 31,30% | 144.629 |
| Zakelijke hypotheken | 0,00% | - |
| Privaat vastgoed PGGM | 43,06% | 198.938 |
| Privaat vastgoed SAREF | 0,01% | 47 |
| Infrastructure | 23,06% | 106.533 |
| Valuta overlay | 2,57% | 11.889 |
| Totaal Illiquide returnportefeuille | 100,00% | 462.036 |
| Totaal Returnportefeuille | 1.273.529 | |
| Matching Portefeuille | ||
| Euro staatsobligaties | 47,10% | 304.706 |
| Euro bedrijfsobligaties | 44,98% | 291.037 |
| Rente swaps | -23,04% | -149.092 |
| Liquiditeiten | 30,97% | 200.342 |
| Totale matching portefeuille | 100,00% | 646.993 |
Aanpassingen in de beleggingsportefeuille
De belangrijkste wijzigingen die gedurende 2022 in de portefeuille van het pensioenfonds hebben plaatsgevonden, zijn de volgende:
- Het pensioenfonds introduceert een klimaatbenchmark voor de beleggingen in aandelen en obligaties. Met ingang van december 2022 wordt de wereldwijde aandelenportefeuille belegt tegen deze benchmark. De bedrijfsobligaties volgen in het eerste kwartaal van 2023.
- Het uitsluitingsbeleid binnen het MVB-beleid is uitgebreid met uitsluitingen van tabak en controversiële wapens.
- Verder zijn in 2022 geen managers vervangen. Wel is in 2022 besloten om, als gevolg van het niet langer kunnen beleggen in de liquide beleggingsoplossingen van PGGM, de allocatie naar aandelen opkomende markten en staatsobligaties opkomende markten onder te brengen bij respectievelijk BlackRock en State Street Global Advisors. Beide transities zijn in het eerste kwartaal van 2023 afgerond.
Rendementen van de beleggingsportefeuille
Het rendement van de portefeuille van het pensioenfonds wordt afgezet tegen een benchmark. Dit gebeurt om de resultaten te kunnen beoordelen. Het rendement van de totale portefeuille in 2022 was -26,8%. De benchmark was -27,48%. Dit betekent dat het pensioenfonds een ‘outperformance’ had van 0,94%. Na beheerkosten (42bp) blijft er voor het pensioenfonds nog steeds een outperformance over van 52bp. In de tabel hieronder staan de rendementen (voor aftrek van management fee, maar na aftrek van de transactiekosten) per categorie en van de totale portefeuille in 2022.
| Liquide Returnportefeuille | Year to Date | ||
| Portefeuille | Index | ||
| Return | Return | Relatief | |
| Aandelen | |||
| Ontwikkelde Markten | -12,37 | -12,78 | 0,47 |
| Opkomende Markten | -11,09 | -14,85 | 4,42 |
| Obligaties | |||
| Opkomende Markten Lokale valuta | -5,34 | -5,98 | 0,68 |
| High Yield | -5,69 | -7,53 | 1,99 |
| Illiquide Returnportefeuille | Year to Date | ||
| Portefeuille | Index | ||
| Return | Return | Relatief | |
| Infrastructuur | 3,06 | 1,00 | 2,04 |
| Privaat Vastgoed PGGM | 9,98 | 3,53 | 6,23 |
| Privaat Vastgoed SAREF | -3,15 | -0,92 | -2,25 |
| Particuliere hypotheken | -16,32 | -15,56 | -0,91 |
| Valuta Overlay* | -2,79 | -2,73 | -0,06 |
| Matchingportefeuille | Year to Date | ||
| Portefeuille | Index | ||
| Return | Return | Relatief | |
| Euro staatobligaties | -33,13 | -33,02 | -0,16 |
| Euro Bedrijfsobligaties | -13,76 | -13,65 | -0,13 |
| Rente swaps & liquiditeiten* | -99,85 | -99,85 | 0,00 |
| Totaal Portefeuille | Year to Date | ||
| Portefeuille | Index | ||
| Return | Return | Relatief | |
| Totaal Portefeuille | -26,80 | -27,48 | 0,94 |
De totale beleggingsportefeuille van het pensioenfonds haalde in 2022 een negatief rendement van -26,80%. Dit negatieve rendement werd door de Return & Matchingportefeuille gerealiseerd. Op twee categorieën na (Infrastructuur en Vastgoed PGGM) lieten alle categorieën een negatief rendement zien binnen de portefeuille. Het pensioenfonds zet het rendement van de portefeuille af tegen een meetlat. Zo’n meetlat heet een benchmark. Dit gebeurt om de resultaten goed te kunnen beoordelen. Het rendement van de totale portefeuille in 2022 was -26,80% en het rendement van de benchmark -27,48%. Dit betekent dat pensioenfonds een ‘outperformance’ had van 0,94%. De beleggingsportefeuille van het pensioenfonds heeft dus meer rendement gehaald dan de benchmark.
De relatieve performance van de aandelen opkomende markten en High Yield vallen op met een outperformance van respectievelijk 4,4% en 2,0%. Dit is deels te verklaren door de verschillende benchmark die het beleggingsfonds en het pensioenfonds hanteert en deels door outperformance van het beleggingsfonds versus haar eigen benchmark.
Een portefeuille die in 2022 een grote outperformance liet zien was Privaat Vastgoed (PGGM), met een outperformance van meer dan 6%. Het fonds heeft op basis van haar meerjarenplan de afgelopen jaren ingezet op het ontwikkelen en kopen van logistiek, woningen en niches. Dit betaalt zich nu uit in goede rendementen over 2022.
Z-score 2022 van de beleggingsportefeuille
De Z-score wordt ieder jaar berekend. Deze score laat het verschil zien tussen het werkelijke rendement van de portefeuille en het rendement van de benchmark. Een positief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds het beter deden dan de markt. Een negatief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds het slechter deden dan de markt. Bij de berekening worden de kosten meegenomen. Daarnaast wordt een performancetoets gedaan. Deze toets berekent de Z-scores over een periode van vijf jaar. In het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 staat dat vrijstelling van de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds mogelijk is als de performancetoets lager is dan 0%.
De Z-score voor 2022 is 0,43%. De performancetoets is 1,16% waarmee het pensioenfonds boven de toegestane norm zit, wat wil zeggen dat op basis van de performancetoets er geen vrijstelling van de verplichte deelname aan het pensioenfonds mogelijk is.
6.3 Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB)
Inleiding
Afgelopen jaar zijn er diverse mijlpalen behaald met onze programma’s gericht op stemmen en engagement. Klimaat was een thema dat volop in de belangstelling stond. De klimaattop in Glasgow (COP26) heeft het belang van dit onderwerp en de risico’s van klimaatverandering nog eens onderstreept.
De financiële sector speelt een belangrijke rol in een groenere en duurzamere economie. Op Europees niveau is er een actieplan opgesteld: het ‘Action Plan on Financing Sustainable Growth’. Dit plan moet de financiële sector ertoe bewegen om meer te beleggen in activiteiten die zich richten op de lange termijn en op duurzaamheid. Het pensioenfonds is zich bewust van die rol en is hier al geruime tijd mee bezig.
Lange termijn waarde creatie is een van de leidende principes voor het beleid ten aanzien van maatschappelijk verantwoord beleggen van het pensioenfonds. Aan dit principe geeft het pensioenfonds invulling door via de beleggingen een positieve bijdrage te leveren aan lange termijn duurzame ontwikkeling en evenwichtige sociale verhoudingen.
Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR)
De SFDR heeft als doel om de informatieverschaffing over duurzame beleggingen binnen de financiële sector te verbeteren. Het pensioenfonds kwalificeerde de pensioenregeling gedurende 2022 als een artikel 6-regeling én koos voor de opt out onder artikel 4 SFDR. Het pensioenfonds heeft, in lijn met deze keuzes, gedurende 2022 middels zowel een verklaring op de website alsook een aanpassing in laag 2 van de P123 gecommuniceerd naar haar achterban.
Engagement, stemmen, uitsluitingen in 2022
Ons engagementprogramma speelt een belangrijke rol in de uitwerking van ons streven naar lange termijn waarde creatie. Het is bovendien een belangrijk instrument waarmee ESG vooronderzoek wordt vormgegeven: identificatie, beoordeling en mitigatie van duurzaamheidsrisico’s van de portefeuille op maatschappij en milieu en van duurzaamheidsrisico’s die mogelijk een materiële impact hebben op de beleggingsportefeuille.
Identificatie en beoordeling van materiële daadwerkelijke en potentiële negatieve impacts is het startpunt van het engagementprogramma waarmee Columbia Threadneedle Investments namens het pensioenfonds invulling geeft aan het mitigatieproces. Mitigatie vindt plaats binnen de drie werkstromen van het engagementprogramma: engagement met prioriteitsbedrijven, (reactief) engagement dat zich richt op het snel aanspreken van bedrijven in geval van controverses en thematisch engagement:
Het programma engagement met prioriteitsbedrijven richt zich op potentiële negatieve impact en strategische ESG-risico’s. Jaarlijks worden ondernemingen geselecteerd die als risicovol worden beoordeeld en die een groot gewicht hebben in de portefeuille. Hierbij hanteert Columbia Threadneedle Investments een systematische methode van kwantitatieve analyse op basis van ESG-data en scores, gecombineerd met een kwalitatieve beoordeling door eigen analyses.
Startpunt is een beoordeling van ESG-prestaties en risicoclassificatie van ondernemingen in de portefeuille aan de hand van ESG-ratings: absolute scores, relatieve scores (ten opzichte van de sector) en veranderingen in de tijd. De uitkomst hiervan is inzicht in prestaties van ondernemingen op belangrijke duurzaamheidsthema's zoals CO2-uitstoot, arbeidsomstandigheden en corruptie. Daarnaast richt de analyse zich op kernpunten van corporate governance, zoals onafhankelijkheid van bestuur en belangen van minderheidsaandeelhouders.
Vervolgens worden de prestaties en strategie van ondernemingen die als belangrijk en risicovol worden geclassificeerd, kwalitatief beoordeeld aan de hand van onderzoek naar bedrijfsgeschiedenis, strategie, financiële prestaties en doelen, gecombineerd met een nadere analyse van ESG- risicobeheersing en ESG-prestaties en -ambities, onder andere op basis van engagementervaring uit het verleden. Ook wordt daarbij beoordeeld of engagement succesvol kan zijn en of het de juiste mitigatiestrategie is. Voor de analyses wordt gebruik gemaakt van gegevens en inzichten van Columbia Threadneedle Investments, MSCI ESG en ISS.
Als laatste wordt er over de engagement activiteiten op kwartaalbasis gerapporteerd en gepubliceerd op de website.
Binnen de ontwikkelde aandelen & credit portefeuilles van het pensioenfonds zijn er 988 engagements gevoerd bij 406 verschillende ondernemingen, wat 144 keer resultaat heeft opgeleverd.
Thematisch engagement
Naast ESG-risico’s op het niveau van ondernemingen, worden ieder jaar ESG-thema's, trends en risico’s geïdentificeerd die van invloed zijn op groepen ondernemingen, bijvoorbeeld binnen sectoren of regio’s. Deze thema's worden uitgewerkt in projecten die doorgaans twee tot drie jaar lopen. In 2022 waren dat onder andere de volgende projecten:
Climate Action 100+
Wij blijven sterk betrokken bij het Climate Action 100+ (CA100+) initiatief, waarbij wij als mede-leider van de engagement met acht ondernemingen optreden en actief betrokken zijn bij nog eens 40 ondernemingen. Wij dragen ook bij aan de strategische richting van CA100+ via de nieuwe Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC) Adviesgroep.
CA100+ is een door beleggers geleid initiatief om ervoor te zorgen dat 's werelds grootste bedrijven ter wereld die broeikasgassen uitstoten actie ondernemen op het gebied van klimaatverandering. In totaal wordt met 167 bedrijven die cruciaal zijn voor de overgang naar een koolstofarme wereldeconomie engagement gevoerd door de groep van betrokken beleggers. De drie vooraf overeengekomen uitdagingen voor deze bedrijven zijn:
- Een sterk bestuurskader inzake klimaatverandering
- Actie ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen in de hele waardeketen te verminderen.
- Meer openheid van zaken geven.
In 2022 hadden we meer dan 50 CA100+ engagementsvergaderingen. Dit resulteerde in het bereiken van verschillende belangrijke mijlpalen bij ondernemingen waarmee we betrokken waren, waaronder:
- In de automobielsector heeft Stellantis (onder andere Peugeot, Opel, Fiat en Jeep) zijn netto nul in 2050-strategie bekendgemaakt en hebben Mercedes-Benz en Toyota klimaatlobbyrapporten gepubliceerd.
- Dominion Energy heeft de reikwijdte van haar netto nul-doelstelling uitgebreid met Scope 3-emissies (toeleveranciers en klanten), die 44% van haar voetafdruk uitmaken.
Wij blijven de komende jaren actief betrokken bij Climate Action 100+.
Arbeidsomstandigheden
Verificatie van sociale audits
Dit jaar zijn we begonnen met een tweeledig project gericht op de controlepraktijken in de keten van winkelbedrijven en de controle- en assurance diensten van aanbieders van ESG-audits. Via dit project hebben we belangrijke inzichten verkregen in de manier waarop audits worden gebruikt om arbeidsomstandigheden te verbeteren en mensenrechtenrisico's te beperken. Een belangrijk onderwerp was het aanmoedigen van winkelbedrijven om hun due diligence-aanpak voor de toeleveringsketen te verbreden en te wijzen op de verantwoordelijkheden van auditdienstverleners om bredere due diligence kaders te bevorderen.
Wij constateren dat detailhandelaren in verschillende mate afhankelijk zijn van audits en dat de meeste ondernemingen meer dan alleen audits in hun due diligence-kader hebben opgenomen. Bij bedrijven die aan het begin van hun ontwikkeling van risicobeheer van de toeleveringsketen staan, zien we een focus op beleidsverklaringen, het opbouwen van capaciteit en begrip door middel van initiatieven met meerdere belanghebbenden en het laten uitvoeren van audits.
Audits zijn over het algemeen slechts een indicatie van risico's voor klanten, maar corrigerende maatregelen om problemen op te lossen zijn de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, de winkelbedrijven. Hierop spreken wij ze aan. Bij alle auditors die wij hebben gesproken, is voorlichting over belangrijke sociale en en milieurisico’s en corrigerende maatregelen een integraal onderdeel van de dienstverlening.
Met de komst van wetgeving die bestuurders van ondernemingen aansprakelijk kan stellen voor een gebrek aan sociale controle (due diligence) van de toeleveringsketen, is verificatie door derden van cruciaal belang geworden. Een thema dat wij in 2023 zullen onderzoeken is de perceptie dat te veel wordt vertrouwd op beperkte zekerheid in plaats van op redelijke zekerheid. Redelijke zekerheid (‘reasonable assurance’) heeft een grotere reikwijdte, een hogere frequentie en vereist aanzienlijke toegang tot gegevens. Wij zullen ondernemingen vragen om meer duidelijkheid over de reikwijdte, de resultaten en de corrigerende maatregelen van hun audit- en due diligence-programma's voor de toeleveranciers.
Stemmen
Het pensioenfonds maakt gebruik van haar stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen binnen de wereldwijde aandelenportefeuilles. Hierbij wordt kritisch gekeken naar de maatschappelijke context waarin een onderneming opereert.
Wij zien stemmen als een belangrijk onderdeel van actief aandeelhouderschap. De verwachtingen van de ondernemingen waarin wordt belegd en de uitvoering van ons stembeleid, vloeien voort uit de Nederlandse Corporate Governance Code en de OESO en ICGN (International Corporate Governance Network) principes van goed ondernemingsbestuur.
Voor het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen onderschrijven wij de corporate governance richtlijnen, waarin rekening wordt gehouden met duurzaamheid op het gebied van milieu en sociale factoren, mede gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN mensenrechten-richtlijn. Door middel van stemmen op afstand (proxy voting) is het pensioenfonds in staat wereldwijd van haar stemrecht gebruik te maken.
In 2022 zijn 19.906 stemmen uitgebracht op 1.448 aandeelhoudersvergaderingen.
Uitsluitingen
Gegeven de uitkomsten van het deelnemersonderzoek van het pensioenfonds is er na een analyse besloten om de bestaande uitsluitingenlijst uit te breiden voor tabak en controversiële wapens.
Voor controversiële wapens is besloten om alle genoemde soorten controversiële wapens en vormen van betrokkenheid van ondernemingen uit te sluiten. Hieronder vallen ABC-wapens (Atomair, Biologisch, chemisch), wapens met verarmd uranium, verblindende wapens, niet-traceerbare wapens, ontvlammende wapens, cluster-munitie en landmijnen.
Voor tabak is besloten om alle producenten uit te sluiten, om alle grondstoffenleveranciers uit te sluiten, voor distributeurs en licentiehouders een omzetdrempel van 10% te hanteren en voor verkopers ook een omzetpercentage van 10% te hanteren.
Daarnaast worden landen die op de sanctielijst van de VN Veiligheidsraad staan, uitgesloten.
Landen of ondernemingen waarin op basis van wetgeving (zoals de EU sanctielijst) niet mag worden belegd worden door de vermogensbeheerders van het pensioenfonds uitgesloten. Op de website van het pensioenfonds wordt de uitsluitingen lijst gepubliceerd. Deze lijst wordt op kwartaal basis bij wijzigingen geactualiseerd.
6.4 Vooruitzichten 2023
Geopolitiek is de wereld lange tijd niet zo turbulent geweest als nu, met onder andere een oorlog in Oekraïne, een energiecrisis, klimaatverandering, en spanningen tussen de VS en China. Deze ontwikkelingen zullen de financiële markten ook in het komende jaar beroeren. De economische groei zal naar verwachting in het grootste deel van de wereld vertragen mede als gevolg van de opgelopen inflatie.
De verwachting is ook dat de centrale banken van de ontwikkelde markten blijven verkrappen door de korte rente verder te verhogen. Maar omdat de inflatieverwachtingen eind 2022 fors zijn afgenomen, zal het verhogen van de korte rente in kleinere stapjes gaan plaats vinden dan eerder gedacht. Mogelijk dat, vanwege de terugvallende economische groei, de korte rente later in het jaar zelfs weer iets verlaagd kan gaan worden. De centrale banken zullen daarbij op hun hoede blijven en zullen kosten wat het kost een oplopende inflatie als gevolg van een loon-prijsspiraal willen voorkomen. Dit betekent dat de voorzichtigheid op de financiële markten ook het komende jaar zich zal voortzetten. Daarbij zijn de vooruitzichten voor de opkomende economieën wat positiever onder andere omdat deze landen eerder zijn begonnen met een minder ruim monetair beleid.