3.1 Algemeen
Het pensioenfonds is opgericht op 1 juli 1990 en statutair gevestigd in Amsterdam. Het pensioenfonds is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam onder nummer 41209638. De laatste statutenwijziging vond plaats op 12 december 2024. Het pensioenfonds is aangesloten bij de Pensioenfederatie.
3.1.1 Missie, visie en strategie
Periodiek wordt op basis van een interne en externe analyse gekeken of de Missie, Visie en Strategie van het pensioenfonds nog up-to-date zijn en worden deze, waar nodig, bijgesteld. In het najaar van 2021 is een aantal strategische sessies onder begeleiding van een externe partij gehouden waarna de Missie en Visie zijn geactualiseerd en de Strategie tot en met 2027 (‘Roadmap’) is opgesteld.
Missie – waar staan we voor?
Beveiligers beschermen elkaar via het pensioenfonds tegen financiële risico’s van ouderdom en overlijden. Die bescherming is er ook bij langdurige ziekte omdat de pensioenopbouw wordt voortgezet. Het pensioenfonds is een fonds waar beveiligers zich thuis voelen: beveiligers, en zij die dat waren, weten dat hun belangen evenwichtig worden gewogen. We waken over de pensioenen van beveiligers, zoals sociale partners dat met ons hebben afgesproken.
Visie – waar gaan we voor?
Het pensioenfonds is herkenbaar, service gericht, kostenbewust en heeft oog voor de omgeving. Die houding past bij de branche en de mensen die daarin werken. Het veilig beheren en laten groeien van de opgebouwde pensioenen staat voorop. We geven inzicht in de opgebouwde- en te bereiken pensioenen, zijn behulpzaam op de momenten die ertoe doen, handelen voorspelbaar en nemen alleen verantwoorde risico’s.
Strategie
Het pensioenfondsbestuur stelde op 15 december 2021 de strategie voor de periode 2022 – 2027 vast. De eindrapportage met betrekking tot het afgeronde strategietraject is door het bestuur vertaald in de respectievelijke Jaarplannen waar de portefeuilles verantwoordelijkheid voor dragen. Jaarlijks vertaalt het bestuur de strategie in de jaarplannen voor het daaropvolgende jaar. Het bestuur neemt ook de ‘Early warning signals’, die kunnen duiden op een mogelijk gewenste strategiewijziging, mee in de jaarlijks op te stellen bestuurlijke agenda. In 2025 heeft het bestuur vastgesteld dat op basis van de 'Early warning signals' geen noodzaak bestaat om af te wijken van de eerder bepaalde strategie. Eind 2025 is gestart met de voorbereidingen tot het opstarten van het traject om een nieuw strategisch beleidskader op te stellen voor de periode 2028-2032.
3.1.2 Het bestuur
Het bestuur is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstelling van het pensioenfonds, de strategie en (de uitvoering van) het beleid. De samenstelling van het uitvoerend bestuur in 2025 is als volgt:
| Naam | Rol | Zittingstermijn |
|---|---|---|
| De heer mr. P. Priester (geboortejaar 1964) |
Bestuurslid | Van 01-07-2014 tot 01-07-2029 |
| Mevrouw ir. E.M.C. Eelens MBA FRM CAIA (geboortejaar 1981) |
Bestuurslid | Van 10-07-2018 tot 10-07-2030 |
De samenstelling van het niet-uitvoerend bestuur (NUB) in 2025 is als volgt:
| Naam | Rol | Zittingstermijn |
|---|---|---|
| De heer dr. U. Kock (geboortejaar 1970) |
Voorzitter | Van 01-07-2024 tot 01-07-2028 |
Benoemd namens de werkgevers
| Naam | Rol | Zittingstermijn |
|---|---|---|
| De heer drs. R.J. de Vries (geboortejaar 1968) |
Bestuurslid | Van 25-08-2024 tot 25-08-2028 |
| De heer L.R. van Gelder (geboortejaar 1984) |
Bestuurslid | Van 14-07-2025 tot 14-07-2029 |
| Mevrouw drs. E.A. Simons (geboortejaar 1973) |
Bestuurslid | Van 27-06-2024 tot 27-06-2028 |
Benoemd namens de actieven
| Naam | Rol | Zittingstermijn |
|---|---|---|
| De heer drs. M.W. van Rossum (geboortejaar 1994) |
Bestuurslid | Van 02-05-2024 tot 02-05-2028 |
| De heer D. Schut RA (geboortejaar 1973) |
Bestuurslid | Van 01-07-2024 tot 01-07-2028 |
Benoemd namens de pensioengerechtigden
| Naam | Rol | Zittingstermijn |
|---|---|---|
| Mevrouw E.R. Schuring (geboortejaar 1970) |
Bestuurslid | Van 11-07-2022 tot 11-07-2026 |
In 2025 hebben zich geen mutaties voorgedaan in het bestuur. Op 31 december 2025 is er een bestuurder jonger dan 40 jaar. In het bestuur hebben drie vrouwen zitting. In het verantwoordingsorgaan heeft geen vrouw zitting.
Bij vacatures geeft het bestuur bij voordragende partijen aan dat het bestuur streeft naar diversiteit en dat het bestuur vraagt of de voordragende partijen hier bij de voordracht aandacht aan willen schenken.
3.1.3 Organen, portefeuilles en gerelateerde partijen
Verantwoordingsorgaan
Het verantwoordingsorgaan bestaat uit vijf leden: drie namens de deelnemers (actieven), één namens de pensioengerechtigden, één namens de werkgevers. De toetredingsdatum en de datum waarop het lidmaatschap van een lid eindigt zijn opgenomen in een rooster van aftreden. De heer Mat Zeegers heeft aangegeven dat hij om persoonlijke redenen met ingang van 1 januari 2026 geen lid meer zal zijn van het verantwoordingsorgaan. Inmiddels heeft het fonds de vakbonden gevraagd met een nieuwe kandidaat te komen. Het verantwoordingsorgaan is op 31 december 2025 als volgt samengesteld:
| Naam | Benoemd namens | Benoemd tot |
|---|---|---|
| De heer H.A. Dijksterhuis (geboortejaar 1975) |
Werkgevers (voorzitter) | 01-01-2028 |
| De heer M. Dost (geboortejaar 1964) |
Deelnemers | 01-01-2027 |
| De heer M.L.E. Zeegers (geboortejaar 1968) |
Deelnemers | 01-01-2026 |
| De heer M. de Groot (geboortejaar 1976) |
Pensioengerechtigden | 01-01-2028 |
| De heer A. Hoogendoorn (geboortejaar 1960) |
Deelnemers | 01-01-2029 |
Portefeuilles binnen het bestuursmodel
Het pensioenfonds stelt zich ten doel conform pensioenreglement en statuten de pensioenregeling uit te voeren die geldt voor werkgevers, werknemers, gewezen werknemers en hun nabestaanden in de bedrijfstak. Het bestuur heeft op basis van de opdrachtaanvaarding doelstellingen, risicohouding en beleidsuitgangspunten geformuleerd. Voor het zo optimaal mogelijk nastreven van de doelstellingen hanteert het pensioenfonds met ingang van 1 juli 2014 het Omgekeerd Gemengd Bestuursmodel. In 2018 is dit model geëvalueerd en met ingang van 1 januari 2019 concreter ingevuld door de Portefeuillestructuur toe passen, waarmee de tot dan toe opererende commissies kwamen te vervallen.
Binnen het governancemodel worden vier specifieke portefeuilles gehanteerd. Dit zijn de portefeuilles:
- Balansmanagement (vermogensbeheer & actuarieel/verslaglegging);
- Risk & Compliance;
- Pensioenzaken & Communicatie;
- Governance.
De portefeuilles overleggen minimaal viermaal in een jaar. In de portefeuille overleggen participeren 1 uitvoerend bestuurder, cq. de onafhankelijk voorzitter en 2 niet-uitvoerende bestuurders. Waar wenselijk participeren externe onafhankelijke adviseurs in de portefeuille.
De portefeuilles hebben een duidelijk afgebakend mandaat dat is vastgelegd in jaarplannen, de beleidsbepalende beslissingen worden door het bestuur genomen (in de bestuursvergaderingen). Dit houdt in dat alle informatie en voorstellen vanuit een bepaalde portefeuille uiteindelijk op het hoogste aggregatieniveau worden besproken en dat beleid wordt vastgesteld tijdens een bestuursvergadering. Hierin vindt consultatie plaats tussen de niet-uitvoerende en de uitvoerende bestuurders.
De voorbereiding van de bespreking binnen het bestuur vindt plaats via de portefeuilles, via het overleg tussen de uitvoerend bestuurders onderling of het overleg tussen de uitvoerend bestuurders en de voorzitter of via het niet-uitvoerend bestuur.
Partijen
| Pensioenbeheer | Bestuursondersteuning | |
| TKP Pensioen B.V. | Montae & Partners B.V. | |
| Postbus 501 | Verrijn Stuartlaan 1F | |
| 9700 AM Groningen | 2288 EK Rijswijk | |
| Custodian en beleggingsadministrateur | Fiduciair Manager | |
| Caceis Investor Services | Columbia Threadneedle Investments | |
| Postbus 24001 | Postbus 75471 | |
| 1000 DB Amsterdam | 1070 AL Amsterdam | |
| Beleggingsadviseur | Compliance officer | |
| Drs. H.A. Kempen | Mr. H. Pullen | |
| Kempen Management & Consultancy B.V. | Maatschap Trivu | |
| Jacob van Lenneplaan 53 | Akkerwendestraat 7 | |
| 3743 AP Baarn | 4761 ZG Zevenbergen | |
| Adviserend actuaris | Adviseur SFDR | |
| B. Weijers, AAG | Drs. R. Hadders | |
| Willis Towers Watson Netherlands B.V. | Cardano | |
| Prof. E.M. Meijerslaan 5 | Weena 690 - 21e etage | |
| 1183 AV Amstelveen | 3012 CN Rotterdam | |
| Certificerend actuaris | Accountant | |
| ir M.W. Heemskerk AAG | Drs. J.A. van Muijlwijk-Duijzer, RA | |
| Mercer (Nederland) B.V. | Forvis Mazars Accountants N.V. | |
| Startbaan 6 | Eurogate II - Watermanweg 80 | |
| 1185 XR Amstelveen | 3067 GG Rotterdam |
In overleg met de toezichthouder heeft Pensioenfonds Particuliere Beveiliging de sleutelfuncties uit hoofde van IORP II als volgt ingericht:
- De rol van sleutelfunctiehouder Actuarieel is belegd bij Mercer en wordt uitgeoefend door de heer ir. M. Heemskerk AAG, de sleutelhouder is ook de vervuller en is tevens de waarmerkend actuaris van Pensioenfonds Particuliere Beveiliging.
- De rol van Sleutelfunctiehouder en -vervuller Interne Audit is belegd bij de heer drs. R. de Waard. Hiervoor is een overeenkomst gesloten met BDO Advisory B.V.
- De rol van Sleutelhouder Risicobeheer is via een uitbestedingsrelatie belegd bij CL Risk Consulting en wordt uitgeoefend door de heer drs. C. Lötgerink.
- De rol van Vervuller Risicobeheer wordt uitgeoefend door mevrouw A. Lucas en is belegd bij Montae & Partners B.V.
3.2 Bestuursaangelegenheden
3.2.1 Zelfevaluatie
In 2025 ondernam het bestuur verschillende activiteiten om het bestuurlijk functioneren verder te verbeteren en naar een nog hoger niveau te brengen.
Het bestuur houdt jaarlijks een zelfevaluatie. Minimaal eens in de drie jaar vindt deze evaluatie plaats onder externe begeleiding. In 2025 heeft de zelfevaluatie onder externe begeleiding plaatsgevonden in een collectieve bestuurssessie op 16 september 2025. De uitkomsten van deze zelfevaluatie zijn besproken in een bestuursvergadering, waarna in een gezamenlijke overleg op 4 november 2025 met een andere extern begeleider een vervolg is gegeven door te reflecteren op een aantal aandachtspunten vanuit de zelfevaluatie. Hiermee is een direct vervolg gegeven aan wat in de zelfevaluatie naar voren is gekomen.
Daarnaast evalueerde het bestuur als afsluiting van iedere bestuurvergadering het verloop van de vergadering en de onderlinge interactie tijdens de bestuursvergaderingen.
Ook de individuele gesprekken die de voorzitter in 2025 met de bestuursleden voerde, vormden input voor verbetering van de onderlinge samenwerking.
Het bestuur werkt op deze wijze continu aan het ontwikkelen en op peil houden van de bestuurskracht; de aandachtspunten uit de zelfevaluatie, reflecties uit de bestuursvergaderingen en de individuele gesprekken krijgen op deze manier direct een plek binnen het bestuur. Ook is er structureel aandacht voor permanente educatie.
3.2.2 Intern toezicht (Verslag niet-uitvoerend bestuur)
Intern toezicht
De bijdrage van de niet-uitvoerende bestuursleden aan het Jaarverslag van 2025 heeft tot doel verantwoording af te leggen over het intern toezicht zoals is vastgelegd in de artikelen 103 lid 4, 101a lid 4 en 104 lid 2 van de Pensioenwet. De niet-uitvoerende bestuursleden hebben tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. De niet-uitvoerende bestuursleden zijn ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur. Tevens leggen zij verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan, de sociale partners en in het bestuursverslag als onderdeel van het Jaarverslag 2025. De niet-uitvoerende bestuursleden staan het bestuur waarvan zij zelf deel uitmaken met raad ter zijde.
Het Intern toezicht wordt ondersteund door de Auditcommissie, die daarbij een adviserende rol heeft.
Werkwijze en thema’s
Gedurende het verslagjaar is gewerkt met portefeuilles en portefeuillehouders binnen de niet-uitvoerende bestuursleden, toegespitst op de volgende beleidsgebieden: :
- Governance;
- Risk & Compliance;
- Balansmanagement;
- Pensioenzaken & Communicatie.
Ondanks dat er sprake is van een portefeuilleverdeling met aandachtsgebieden, zijn alle niet-uitvoerende bestuursleden als geheel verantwoordelijk voor het toezicht op alle beleidsgebieden.
De niet-uitvoerende bestuursleden hebben toezicht gehouden vanuit verschillende invalshoeken, bestaande uit reguliere toezichtthema’s en focusthema’s specifiek gedurende 2025:
Reguliere toezichtthema’s:
- Missie, visie en strategie
- Besturing en bestuurskracht, governance
- Beheerste en integere bedrijfsvoering
- Het beleid van het fonds
Focusthema’s specifiek voor 2025:
- Keuzebegeleiding
- Integratie ESG-risico’s (Environmental, Social and Governance)
- Digital Operational Resilience Act (DORA)
- Wet toekomst pensioenen (Wtp)
De niet-uitvoerende bestuursleden streven naar continue verbetering. De niet-uitvoerende bestuursleden stellen naar aanleiding van hun bevindingen en oordeel hun aanbevelingen op. In 2025 is er voldoende aandacht geweest voor de opvolging van de bevindingen naar aanleiding van het Jaarwerk 2024.
Hierna volgen samengevat de bevindingen, oordelen en aanbevelingen van de door de niet-uitvoerende bestuursleden getoetste toezichtgebieden. Aan de genoemde aanbevelingen wordt nadrukkelijk gewerkt door het bestuur in 2026.
Missie, visie en strategie
Het bestuur is de afgelopen jaren deels vernieuwd, waardoor de huidige missie, visie en strategie niet door alle bestuursleden is doorleefd om van daaruit nieuwe stappen te zetten. De missie, visie en strategie wordt gebruikt als toetsingskader bij beleidskeuzes en jaarplannen zijn hiermee in lijn. Ondanks drukte vanwege de focus op de Wet toekomst pensioenen (Wtp) was er voldoende aandacht voor het bestaande strategische kader. Het strategisch beleidskader loopt tot 2027. Eind 2025 is een traject opgestart om gedurende 2026-2027 te komen tot een nieuw strategisch beleidskader voor 2028 – 2032.
Aanbevelingen:
- Breng tijdig de strategische thema’s in kaart voor het strategietraject 2026–2027.
Besturing en bestuurskracht, governance
Het bestuur heeft afgelopen jaar beperkte aandacht gehad voor de vraag of de inrichting van het fonds nog passend is. Na de overgang naar de Wtp en tijdens het op te starten strategietraject lijkt dat een goed moment. Gedurende het Wtp proces is de uitwerking van besluitvorming door het bestuur en de operationele projectaansturing gedelegeerd aan de Bestuurlijke Regiegroep (BRG), met duidelijke afspraken en mandaat. De BRG functioneert goed binnen dit mandaat deze tijdelijke uitbreiding van rollen tijdens het Wtp-traject wordt passend bevonden. De governancestructuur en het bestuur functioneren goed en sluiten aan op de besturingsfilosofie van het pensioenfonds. De Code Pensioenfondsen wordt gevolgd.
Aanbevelingen:
- Evalueer het bestuursmodel in het strategietraject gedurende 2026–2027 en heb aandacht voor het besturen in het nieuwe pensioenstelsel.
Beheerste en integere bedrijfsvoering
Ondanks de drukte en hectische periode tijdens de transitie naar de Wtp is de bedrijfsvoering beheerst en integer verlopen met aanhaken van alle noodzakelijke gremia. Er heeft adequate monitoring van uitbestedingspartijen plaatsgevonden, ongeacht de veranderdruk. De verhoogde complexiteit legde een grote werkdruk bij de actuarieel adviseur; het risico op afhankelijkheid is daar scherp in de gaten gehouden. Risicomanagement staat structureel op de agenda en is adequaat; sleutelfuncties leveren waardevolle input. Het bestuur bemerkt onbalans in kennisniveau op vermogensbeheer en IT, wat countervailing power belemmert. De impact van IT wordt afdoende meegenomen in besluitvorming. Datakwaliteit en datamanagement zijn op orde richting invaarmoment. De (eenmalige project)kosten stijgen door Wtp, maar kosteneffectiviteit en -efficiëntie blijven onder aandacht van het bestuur.
Aanbevelingen:
- Versterk kennis in de volle breedte van het bestuur op het gebied van vermogensbeheer.
- Denk na over welk inzicht benodigd is in de vermogensbeheerkosten onder Wtp, als stuurinformatie voor en verantwoording vanuit het bestuur.
Het beleid van het fonds
Missie, visie en strategie en evenwichtigheid worden consistent besproken, toegepast en gewogen bij besluitvorming, waarbij stakeholders worden betrokken waar nodig.Sleutelfunctiehouders leveren waardevolle bijdragen, vooral bij Wtp gerelateerde onderwerpen. Het uitbestedingsbeleid functioneert adequaat en wordt waar nodig bijgestuurd.
Aanbevelingen:
- Geen
Keuzebegeleiding
Het pensioenfonds vindt uitgebreide keuzebegeleiding een belangrijk onderwerp. Het bestuur heeft een bewuste afweging gemaakt tussen kosten en ambitie en daarmee een substantieel budget hiervoor vrij gemaakt waarvan o.a. een pilot wordt uitgevoerd. Er wordt adequaat bijgestuurd, mede door een proactieve houding van het bestuur. De gekozen aanpak en keuze waarop de keuzebegeleiding is vormgegeven getuigt van een gedegen proces van beeld-, oordeels- en besluitvorming. Er is in dit stadium nog onvoldoende zicht op impact en waardering door de deelnemers (onder Wtp).
Aanbevelingen:
- Voer een integrale evaluatie uit van de pilot keuzebegeleiding (zijn de doelen bereikt?), inclusief deelnemerswaardering.
- Neem leerpunten mee in het strategietraject gedurende 2026-2027, inclusief veranderend deelnemersgedrag onder Wtp.
Integratie ESG‑risico’s
ESG-risicomanagement is geïmplementeerd in 2024. Vanwege de focus op het Wtp-traject is de aandacht hiervoor afgenomen, waardoor de ESG-risicomanagementcyclus nog onvoldoende is uitgewerkt en heeft het bestuur als geheel keuzes over ESG-risicomanagement nog niet goed doorleefd. Wel is er expliciete aandacht geweest voor ESG in investment cases en gebruik van transition benchmarks. Tevens neemt het bestuur risico mitigerende maatregelen in de beleggingskeuzes.
Aanbevelingen:
- Doorleef ESG-risicomanagement in het bestuur en veranker het integraal in de bedrijfsvoering en het risicomanagement.
- Definieer de governance van ESG-risicobeheer.
DORA-compliance
DORA is volledig geïmplementeerd op basis van sectorbrede good practices en externe expertise.Het betreft een aantoonbare versterking van ICT‑risicobeheer(incidentmanagement, continuïteit, risicobeoordeling), waarbij DORA strategisch wordt benut. Het bestuur ontwikkelt zich op het gebied van IT‑kennis en jaarlijkse wordt een IT-beveiligingscontrole uitgevoerd.
Aanbevelingen:
- Borg dat de scoping van de verstrekte third party assurance van de pensioenuitvoeringsorganisatie en onder-uitbestedingspartijen, de belangrijkste IT-risico's voor het pensioenfonds afdekt.
- Borg dat het kennisniveau van het bestuur up-to-date blijft met de ontwikkelingen op het gebied van ICT en ICT-risicobeheer.
- Borg dat de governance van ICT-risicobeheer en de rollen van de bestuurlijke gremia daarin is geïmplementeerd.
Wet toekomst pensioenen
Bestuur heeft grote stappen gezet binnen korte tijd, met hoge wendbaarheid. Er is sprake geweest van professionele planning en aansturing. Er heeft intensieve en effectieve stakeholderafstemming plaatsgevonden; alle relevante stakeholders zijn betrokken in een zorgvuldig proces. Het communicatieplan is adequaat uitgevoerd en voldoet aan wettelijke vereisten. Het risicomanagement tijdens de transitie was zorgvuldig. De hogere werkdruk leidde tot kwaliteitsrisico’s, maar de BRG en het bestuur hebben adequate risico mitigerende maatregelen genomen, waardoor het transitieproces voldoende robuust is.
Aanbevelingen:
- Geen
3.2.3 Verslag auditcommissie
Conform het omgekeerd gemengd bestuursmodel heeft het bestuur ter ondersteuning van de interne toezichtfunctie een externe auditcommissie ingesteld. In het voorjaar van 2020 is het reglement van de auditcommissie aangepast om het adviserende karakter van de auditcommissie te verduidelijken (zie jaarverslag 2020). De niet uitvoerende bestuursleden benoemen en ontslaan de leden van de auditcommissie. In 2025 bestond de auditcommissie uit twee onafhankelijke leden: de heer W.S. Zeverijn en mevrouw E.J.J. Vlastuin.
In het verslagjaar hebben de leden van de auditcommissie diverse contacten met de voorzitter en de respectievelijke niet-uitvoerende bestuursleden gehad. Ook hebben de leden van de auditcommissie twee vergaderingen van de niet uitvoerende bestuursleden fysiek bijgewoond.
In het verslagjaar hebben de leden van de auditcommissie de niet uitvoerende bestuursleden onder andere geadviseerd over:
- de algemene invulling en uitvoering van het intern toezicht
- het toezichtplan 2025 en 2026 van het intern toezicht
- het toezichtverslag van de niet-uitvoerende bestuursleden over 2024 en 2025
- hoe het toezicht vanuit de niet uitvoerende bestuursleden inzake de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel vormgegeven en voor derden aantoonbaar gemaakt kan worden
De leden van de auditcommissie hebben gemerkt dat de niet uitvoerende bestuursleden pro-actief contact hebben gezocht, open stonden voor de adviezen en hiermee aantoonbaar aan de slag zijn gegaan.
De leden van de auditcommissie hebben ervaren dat de niet uitvoerend bestuursleden transparant zijn richting de auditcommissie en de auditcommissie adequaat voorzien hebben van informatie.
3.2.4 Geschiktheid van het bestuur
Het bestuur werkt op basis van een Geschiktheids- en Opleidingsplan aan zijn geschiktheid. In 2025 heeft het bestuur voornamelijk educatie sessies Wet toekomst pensioenen gehouden om de geschiktheid van de bestuursleden, naast individuele opleidingen, mede op peil te houden. Daarnaast hebben bestuurders gezamenlijk educatie gevolgd op het gebied van IT en groepsdynamiek. In totaal heeft het bestuur 11 extra WTP-sessies gehouden waarin educatie een onderdeel was van de sessie. Daarnaast hebben de bestuursleden individueel of gezamenlijk 14 congressen/seminars gevolgd in 2025. De onderwerpen waren vrij breed en gingen van IT tot maatschappelijk verantwoord beleggen en ESG-beleid.
3.2.5 Beloningsbeleid
In 2025 heeft het bestuur het beloningsbeleid tekstueel aangepast. De aanpassing bevatte voornamelijk een update van het beleid en wat meer transparantie in de gegevens. Het bestuur heeft over de wijziging advies gevraagd van het verantwoordingsorgaan hoewel dit geen formele aanpassing van het beloningsbeleid was. Het beleid bepaalde al dat de beloningen jaarlijks worden geïndexeerd, tenzij het bestuur dit door omstandigheden wenst te heroverwegen. In 2025 zijn de beloningen aangepast; er waren geen zwaarwegende argumenten om niet over te gaan tot indexatie. De hoogte van de vergoedingen is met 4,1% geïndexeerd per 1 januari 2025, waarbij het prijsindexcijfer als basis is gehanteerd. Het verantwoordingsorgaan adviseerde positief ten aanzien van het bestuursbesluit tot indexatie.
Het beloningsbeleid is in te zien via de website van het pensioenfonds.
3.2.6 Vergaderdata, studie/beleidsdagen en overige bijeenkomsten
Het bestuur heeft in 2025 negentien (19) keer vergaderd. Negen (9) keer kwam het bestuur bijeen voor een reguliere vergadering en tien (10) vergaderingen zijn specifiek besteed aan de overgang naar het nieuwe pensioencontract. Daarnaast vond in maart de jaarlijkse heisessie plaats en in september de jaarlijkse zelfevaluatie van het bestuur.
In het kader van de voorbereidingen op en de implementatie van de Wtp-transitie is een Bestuurlijke Regie Groep samengesteld, bestaande uit een delegatie van het bestuur en de projectmanager met secretariële ondersteuning, die de bestuursbesluiten in het kader van de transitie voorbereidde. Deze Bestuurlijke Regie Groep kwam in 2025 eenentwintig (21) keer bij elkaar.
3.2.7 Actuariële en bedrijfstechnische nota
In 2025 heeft wegens de overgang van het fonds per 1 januari 2026 naar het solidaire premiecontract geen aanpassing van de ABTN plaatsgevonden. In de eerste helft van 2026 past het bestuur de ABTN aan naar de stand van zaken per 1 januari 2026. Het bestuur verwacht in het eerste kwartaal van 2026 dat alle wijzigingen en veranderingen geheel in scope zijn zodat een volledig aangepaste ABTN kan worden opgesteld.
De ABTN is te raadplegen op de website van het pensioenfonds.
3.2.8 Wet- en regelgeving - relevante ontwikkelingen
Wet toekomst pensioenen
Het invaren betreft een ingrijpend proces waarbij bestaande collectieve aanspraken zijn omgezet naar een nieuw stelsel met individuele pensioenvermogens. De besluitvorming hierover is voorafgegaan door een zorgvuldig traject waarin het bestuur onder meer heeft stilgestaan bij de gekozen contractvorm, de verdeling van het collectieve vermogen, de gehanteerde uitgangspunten en aannames en de uitvoerbaarheid binnen de administratieve en vermogensbeheerketen. Dit heeft geleid tot veel voorbereidende werkzaamheden in samenwerking met sociale partners, het verantwoordingsorgaan en de uitbestedingspartijen van het fonds. Bij dit proces zijn de interne sleutelfuncties en externe adviseurs op het gebied van onder meer actuariaat, vermogensbeheer, IT en risicobeheer betrokken geweest. Diverse extra vergaderingen hebben plaatsgevonden zodat er tijdig "groen licht" gegeven kon worden voor deze overgang.
Het bestuur is tot het invaarbesluit gekomen op basis van het vastgestelde transitieplan door sociaal partners en na het doorlopen van expliciete toets- en beslismomenten, waarbij is vastgesteld dat aan de randvoorwaarden voor een beheerste en evenwichtige overgang werd voldaan.Daarbij is eveneens tot in de eindfase constructief samengewerkt met de toezichthouders, DNB en AFM, die geen bezwaar tot invaren hadden.
Risico’s inzake de overgang naar de Wet toekomst pensioenen (RJ 610.403)
In het kader van de overgang naar de Wtp heeft het bestuur expliciet aandacht besteed aan de risico’s zoals bedoeld in RJ 610.403. Deze risico’s houden verband met de voorbereiding en uitvoering van de transitie en het invaren in 2026.
Een belangrijk aandachtspunt vormde de kwaliteit, volledigheid en beschikbaarheid van pensioen- en deelnemersdata. Deze data zijn essentieel voor de correcte uitvoering van de transitieberekeningen en de juiste toedeling van persoonlijke pensioenvermogens bij invaren. Het fonds heeft hierop gestuurd door gerichte datakwaliteitscontroles, datamigratietoetsen en aanvullende verificaties. Dit alles conform de zes fasen van het datakwaliteitskader, waarmee het pensioenfonds aantoonbaar in controle is van de datakwaliteit (get clean) en blijft (stay clean).
Daarnaast zijn risico’s onderkend met betrekking tot de gehanteerde aannames en modellen, de betrouwbaarheid en continuïteit van IT‑systemen en de afhankelijkheid van externe dienstverleners binnen de uitvoeringsketen, de IT-readiness. Ook is rekening gehouden met onzekerheden die samenhangen met het toezicht- en regelgevingskader tijdens de transitieperiode.
Het bestuur heeft deze risico’s beheerst door middel van een gestructureerde governance, expliciet vastgestelde go/no‑go‑momenten, aandacht voor IT‑readiness en de inzet van assurance‑maatregelen. Daarbij is ook rekening gehouden met vereisten op het gebied van informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid. Dit alles kwam samen in een uitgebreide risico-analyse die gedurende het proces continu is gemonitord. Op basis hiervan is vastgesteld dat het invaren op een beheerste en integere wijze heeft kunnen plaatsvinden.
Schijnzelfstandigheid
In het najaar van 2024 heeft de Belastingdienst aangekondigd dat men strenger gaat controleren of een zelfstandige feitelijk niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst. In de Branche zijn veel zelfstandigen werkzaam. Dit kan voor alle betrokkenen consequenties hebben. Het bestuur heeft op de website informatie gepubliceerd. Ook worden werkgevers in de Branche aangeschreven om hun maatregelen te treffen. In 2025 heeft het bestuur de ontwikkelingen gevolgd.
3.2.9 Vooruitblik 2026
Wet toekomst pensioenen
Vanaf 1 januari 2026 is het pensioenfonds overgegaan naar het nieuwe pensioencontract binnen de kaders van de Wet toekomst pensioenen(Wtp). Bij de overgang spelen meerder partijen naast het pensioenfonds een belangrijke rol. Eén daarvan is de pensioenuitvoeringsorganisatie TKP. Begin 2026 zal de focus liggen op een correcte implementatie van het nieuwe pensioenreglement onder de Wtp bij de pensioenuitvoerder; een verdere stabilisatie en optimalisatie van de uitvoering binnen het nieuwe pensioenstelsel.Daarnaast zijn pensioenen vanuit 2025 'ingevaren' in het nieuwe stelstel. Ook daarvoor is begin 2026 de aandacht van het bestuur gericht op een beheerste en zorgvuldige overgang van deze ingevaren pensioenen. De aandacht verschuift daarna van transitieactiviteiten naar het structureel uitvoeren en doorontwikkelen van het beleggingsbeleid, de risico‑ en IT‑beheersing en de governance die passen bij het Wtp‑stelsel.
Het bestuur verwacht dat de overgang naar het nieuwe stelsel blijvende impact heeft op de wijze waarop risico’s worden gelopen en beheerst en op de inrichting van monitoring en rapportage. In de periode na invaren blijft aanvullende aandacht nodig voor datakwaliteit, uitvoerbaarheid en de verdere professionalisering van de uitvoeringsketen.
Het bestuur blijft sturen op een zorgvuldig en transparant proces, met het oog op een evenwichtige belangenafweging voor alle deelnemersgroepen en een betrouwbare en toekomstbestendige pensioenuitvoering.
Daarnaast speelt de communicatie hierover richting de deelnemers een belangrijke rol in 2026. De deelnemers moeten juist en tijdig worden geïnformeerd over wat de gevolgen van de overgang voor de deelnemers zijn. Ook daarna is communicatie bij en over keuzebegeleiding een belangrijke pijler waar het pensioenfonds aandacht aan besteedt
De druk op het pensioenfonds vanuit de implementatie van de Wtp neemt daarmee niet direct na de overgang per 1 januari 2026 af. De verwachting is dat dit zeker gedurende het eerste halfjaar van 2026 maar ook daarna nog een grote impact op het pensioenfonds heeft.
Strategisch beleidskader 2028-2032
Het pensioenfondsbestuur stelde in 2021 het strategisch beleidskader vast voor de periode 2022 – 2027. Dit betekent dat er voor de periode 2028-2032 een nieuw strategisch beleidskader wordt opgesteld door het pensioenfonds. In 2026 worden de voorbereidingen hiervoor opgestart. Met een externe partij doorleeft het bestuur van het pensioenfonds gedurende 2026 en 2027 het traject om te komen tot een nieuwe strategie vanaf 2028 waarbij uitgebreid wordt stilgestaan bij de toekomst van het pensioenfonds in alle verschillende aspecten. Daarbij worden alle stakeholders van het pensioenfonds betrokken, waaronder de pensioenuitvoeringsorganisatie en sociale partners. Het uiteindelijke beleid wordt vastgesteld door het bestuur als strategie voor de volgende 5 jaar. Het strategisch beleidskader wordt daarna door het bestuur vertaald in de Jaarplannen van de portefeuilles waar de portefeuilles zelf de verantwoordelijkheid voor dragen.
Geopolitieke risico's
De buitenlandse crises (Oekraïne, Iran) en geopolitieke spanningen (VS) brengen onzekerheid met zich mee. Vooralsnog verwachten wij dat financiële gevolgen beperkt blijven. Ons beleggingsbeleid blijft op de lange termijn gericht. Maar de geopolitieke onzekerheden brengen ook andere risico's met zich mee, zoals op het gebied van IT (o.a. dataveiligheid en cloudgevoeligheid). De ontwikkelingen op deze onderwerpen hebben en houden ook in 2026 de continue aandacht van het bestuur.
Algemeen
Ondanks de geschetste ontwikkelingen in het pensioendomein, blijft onze belangrijkste doelstelling in 2026 de dienstverlening aan onze deelnemers en werkgevers te continueren en waar mogelijk verder te verbeteren.
3.3 Hoofdpunten pensioenregeling
Pensioensysteem
De pensioenregeling is een middelloonregeling gebaseerd op een CDC (collectieve beschikbare premieregeling) waarbij het maximale opbouwpercentage 1,875% bedraagt. Het beschikbare budget is op basis van het premievolume 2018 door sociale partners vastgesteld op 12,3% van de loonsom. Het opbouwpercentage voor 2025 is vastgesteld op 1,66%. Per 1 januari 2026 wijzigt de pensioenregeling van een middelloonregeling naar een solidair premiecontract.
Toetredingsleeftijd
Een werknemer die in dienst is bij een werkgever die is aangesloten bij het pensioenfonds, neemt verplicht deel aan de pensioenregeling. De deelname gaat in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 18 jaar wordt.
Pensioenleeftijd
De pensioenleeftijd in 2025 is 67 jaar. Ondanks dat door de overheid de fiscale pensioenleeftijd in 2018 is verhoogd naar 68 jaar hebben sociale partners de pensioenleeftijd niet gewijzigd.
Belanghebbenden
Het pensioenfonds kent de volgende belanghebbenden:
- actieve deelnemers en arbeidsongeschikten;
- gewezen deelnemers;
- pensioengerechtigden (zowel nabestaanden als wezen);
- werkgevers.
Pensioengrondslag
De grondslag voor het pensioen is een tot een jaarbedrag herleid salaris tot een maximum van € 75.864 (in het jaar 2025) verminderd met een franchise van € 20.938 (in het jaar 2025). Hiermee komt de maximale pensioengrondslag voor 2025 op € 54.926. Onder pensioengevend salaris wordt verstaan het op de datum van vaststelling van de pensioengrondslag voor de deelnemer geldende basissalaris vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag zoals in het pensioenreglement omschreven.
Opbouwpercentage ouderdomspensioen
Opbouwpercentage ouderdomspensioen
In 2025 wordt 1,66% van de pensioengrondslag opgebouwd aan ouderdomspensioen.
Partnerpensioen
Het partnerpensioen bedraagt 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit wordt voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten nog vermeerderd met 70% van het ouderdomspensioen dat zij nog hadden kunnen opbouwen tot de pensioendatum. Voor dit deel van het partnerpensioen wordt uitgegaan van een opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen van 1,875%.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt 14% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit wordt voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten nog vermeerderd met 14% van het ouderdomspensioen dat zij nog hadden kunnen opbouwen tot de pensioendatum. Voor dit deel van het wezenpensioen wordt uitgegaan van een opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen van 1,875%. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot 18 jaar of tot 27 jaar voor studerende kinderen. Als beide ouders zijn overleden, wordt het wezenpensioen verdubbeld.
Premie
De premie in 2025 bedraagt 25,5% van de pensioengrondslagsom. De aangesloten werkgever is de premie voor de in zijn dienst zijnde deelnemers verschuldigd aan het pensioenfonds. Van de premie komt 40% voor rekening van de deelnemer.
Premievrijstelling
Als een deelnemer een WIA- of WAO-uitkering ontvangt, voorziet het reglement (onder voorwaarden) in een premievrije opbouw. Voor de voortzetting van de pensioenopbouw is over dit inkomensgedeelte geen bijdrage verschuldigd.
In de communicatie over de pensioenregeling wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het beschikbare budget, de daling of stijging van het opbouwpercentage en het risico dat deelnemers lopen in verband met een pensioenopbouw die over de jaren heen fluctueert.
Uitvoeringsreglement
Aangesloten werkgevers zijn naast de bepalingen in het pensioenreglement tevens gebonden aan de bepalingen in het uitvoeringsreglement. In dit reglement zijn onder andere afspraken vastgelegd over:
- De wijze van vaststelling van de premie;
- De betaling van de premie;
- De verplichting tot informatieverstrekking door de werkgever;
- Procedure bij niet nakomen betalingsverplichting.
3.4 Informatie over toezicht door AFM en DNB
AFM
De AFM is als toezichthouder belast met het bevorderen van een zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten, waaronder het bewaken van de informatie die pensioenfondsen verschaffen ten aanzien van juistheid en begrijpelijkheid.
Pensioenfondsen die overgaan naar het nieuwe stelsel zijn wettelijk verplicht een communicatieplan Wtp op te stellen. Hierin leggen zij vast hoe ze deelnemers meenemen in de transitie. In mei 2025 ontvingen we de goedkeuring van de AFM op het communicatieplan Wtp.
In juli 2025 stelden we de AFM op de hoogte van een overtreding van wettelijke informatieverplichtingen die zich had voorgedaan bij alle pensioenfondsen die het pensioenbeheer hebben uitbesteed aan TKP. TKP informeerde haar klanten dat sinds 2012 deelnemers in het jaar van pensioneren geen UPO meer hadden ontvangen. TKP beoogde hiermee verwarring te voorkomen door het verschil in bedragen op het UPO en in de pensioenaanvraag. Bepaalde gegevens die op het UPO worden getoond, zoals de factor A en de betaalde premie hadden echter automatisch verstrekt moeten worden. De AFM heeft kennisgenomen van het incident en van de maatregelen om de kwestie op te lossen en in de toekomst te voorkomen.
In augustus stuurden we onze reactie op een informatieverzoek van de AFM over de prognose transitieoverzichten voor deelnemers. In september gaf de AFM haar reactie in een terugkoppelingsbrief met daarin een aantal aandachtspunten. Deze punten zijn meegenomen bij de doorontwikkeling van de transitieoverzichten.
In december informeerden we de AFM dat niet al onze deelnemers de prognose transitieoverzichten vóór de wettelijk verplichte termijn van 1 december 2025 hadden ontvangen. Bijna 98% van onze deelnemers heeft het transitieoverzicht wél voor 1 december ontvangen. De deelnemers die we om diverse redenen nog geen transitieoverzicht konden sturen, ontvingen tijdig een vertragingsbericht. Tot deze groep behoorden de deelnemers die in november en december startten met de pensioenopbouw. De transitieoverzichten voor alle deelnemers zijn voor 1 januari 2026 verstuurd.
DNB
DNB is als toezichthouder belast met het prudentieel toezicht. Dit toezicht richt zich op de financiële stevigheid van financiële ondernemingen. Doel is bij te dragen aan de stabiliteit van de financiële sector. Het pensioenfonds legt daarom structureel alle wijzigingen in statuten, reglementen, Abtn en de jaarstukken voor aan DNB. Verder informeert het pensioenfonds DNB met de voorgeschreven rapportages periodiek over de financiële situatie van het pensioenfonds.
Er is reguliere correspondentie met de toezichthouder geweest in 2025. Zo ontving het pensioenfonds van DNB verschillende algemene brieven over op dat moment actuele thema’s voor pensioenfondsen. Dit waren onder andere de toezichtthema’s 2025, informatiebeveiliging en publicatie kwartaal- en jaarcijfers op website DNB.
Het bestuur heeft in 2025 echter voornamelijk contact gehad en onderhouden met DNB over de transitie als gevolg van de Wet toekomst pensioenen en de voortgang van de voorbereidingen op deze transitie. Vooral in de eindfase van het traject eind 2025 heeft er zeer intensief en pro actief contact plaatsgevonden tussen het bestuur en DNB. In goed overleg met DNB is er gewerkt naar een evenwichtige belangenafweging bij de verdeling van het fondsvermogen bij invaren. Dit heeft ertoe geleid dat DNB op 1 december 2025 de invaarbeschikking heeft afgegeven aan het pensioenfonds, waarin DNB heeft besloten geen verbod tot invaren op te leggen. Daarmee heeft het pensioenfonds toestemming gekregen om de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2026 te laten plaatsvinden. Met deze invaarbeschikking is een belangrijke mijlpaal bereikt na jaren van zorgvuldige voorbereiding. Ook in december 2025 is er met DNB nog contact geweest om de laatste puntjes op de i te zetten, waardoor de overgang per 1 januari 2026 een feit is geworden.
Geen sancties AFM of DNB
In 2025 zijn aan het pensioenfonds geen dwangsommen of boetes opgelegd door AFM en/of DNB. Er zijn door DNB geen aanwijzingen aan het pensioenfonds gegeven, noch is een bewindvoerder aangesteld of is bevoegdheidsuitoefening van organen van het pensioenfonds gebonden aan toestemming van DNB.
Onderzoeken vanuit DNB
In 2025 heeft geen fondsspecifiek onderzoek vanuit DNB plaatsgevonden.
3.5 Communicatie
Goede pensioencommunicatie is belangrijker dan ooit. Nu ons pensioenfonds is overgegaan naar het nieuwe stelsel is er het nodige veranderd in de manier waarop pensioen wordt opgebouwd en weergegeven. Dat vraagt meer dan ooit om heldere, relevante en toegankelijke communicatie die deelnemers meeneemt in wat er is veranderd, én wat hetzelfde is gebleven.
Wij maken pensioen begrijpelijk én toegankelijk, zodat deelnemers op het juiste moment in actie kunnen komen. Door inzicht te bieden in hun pensioen én hun bredere financiële situatie, ondersteunen we hen bij het nemen van weloverwogen beslissingen. Zo ervaren deelnemers dat zij zelf de regie hebben — en dat het fonds hen hierbij actief ondersteunt.
Met consistente en begrijpelijke communicatie bouwen we aan een duurzame relatie met onze deelnemers. Zo vergroten we hun vertrouwen in ons fonds en ervaren zij onze onderscheidende waarde: een fonds dat meedenkt, helder uitlegt en deelnemers helpt vooruit te kijken.
Communicatiebeleidsplan
Uitgangspunt voor onze communicatie is het meerjaren communicatiebeleidsplan en een jaarlijks communicatieplan. In verband met de transitie naar de Wtp beslaat het huidige beleidsplan de periode 2024 - 2026.
In ons communicatiebeleidsplan formuleerden we de volgende beleidsdoelen voor deelnemers en werkgevers:
Zelfredzaamheid:
- Onze deelnemers zijn zelfredzaam: ze hebben inzicht in hun pensioen en komen in actie als dat nodig is;
- Onze werkgevers zijn zelfredzaam: zij hebben inzicht in de pensioenregeling en weten wanneer zij of hun werknemers in actie moeten komen.
Relatie:
- Onze deelnemers en werkgevers hebben een sterke relatie met het pensioenfonds;
Deze beleidsdoelen worden verder geoperationaliseerd in het jaarplan. Ook in 2025 hebben we met onze communicatieactiviteiten verder gewerkt aan het behalen van onze beleidsdoelen. Naast het communicatiebeleidsplan 2023 - 2026 en het communicatiejaarplan 2025 was het communicatieplan Wtp leidend bij onze communicatieactiviteiten in 2025.
Communicatie in het teken van de transitie
In 2025 stond onze communicatie in toenemende mate in het teken van het meenemen van deelnemers en werkgevers in de veranderingen als gevolg van de nieuwe pensioenregeling. Uitgangspunt voor onze transitiecommunicatie was het wettelijk voorgeschreven communicatieplan Wtp. Medio 2025 ontvingen we voor ons communicatieplan Wtp de goedkeuring van de AFM.
Centraal in onze communicatieaanpak stond de website met de themapagina's voor deelnemers en werkgevers. Deze pagina's werden regelmatig geactualiseerd en verder aangevuld, onder andere met korte video's met uitleg over de nieuwe regels. Onze boodschap was niet alleen wat er veranderde maar ook wat er onder de nieuwe regels hetzelfde bleef, zoals een levenslang pensioen voor jezelf en een pensioen voor je partner en kinderen bij overlijden.
Gedurende het jaar intensiveerden we onze communicatieactiviteiten over de nieuwe regels voor pensioen. Zo organiseerden we meerdere webinars en wezen we deelnemers op het belang van het doorgeven van hun e-mailadres om op de hoogte te blijven. Om te meten in hoeverre we onze doelen zoals verwoord in het communicatieplan Wtp bereikten, voerden we een kennismeting uit onder onze deelnemers.
Voor werkgevers organiseerden we meerdere campagnes, bijvoorbeeld om aandacht te vragen voor het belang van juiste en tijdige gegevensaanlevering in de aanloop naar de transitie. Ook verzorgden we presentaties op locaties van de grotere werkgevers om hen mee in te nemen in de veranderingen voor henzelf en voor hun werknemers. Om werkgevers te faciliteren in hun rol als intermediar naar werknemers stelden we op de themapagina een informatiepakket beschikbaar, met communicatiemiddelen die de werkgevers in kunnen zetten voor hun interne communicatie.
Prognose transitieoverzichten
In het najaar konden we deelnemers voor het eerst inzicht geven in de persoonlijke gevolgen van de transitie. Alle deelnemers ontvingen een prognose transitieoverzicht met een inschatting van hun pensioen onder de nieuwe regels. Medio 2026 ronden we de transitiecommunicatie formeel af met het verzenden van de zogenoemde tweede berekening naar alle deelnemers: het transitieoverzicht met de pensioenbedragen per 1 januari 2026.
Website en portaal
Onze website heeft een centrale rol in onze communicatieaanpak. In onze uitingen, nieuwsbrieven, campagnes, LinkedIn, verwijzen we naar verdiepende informatie op onze website. De website geeft daarnaast toegang tot de mijn-omgeving: door in te loggen zien deelnemers wat voor hen relevant is, zoals hun persoonlijke gegevens, pensioenbedragen en documenten, waaronder het Uniform Pensioen Overzicht en de transitieoverzichten. Via de pensioenplanner berekenen deelnemers zelf eenvoudig hun pensioenbedragen.
Naast de focus op digitale dienstverlening willen we de mogelijkheid blijven bieden van persoonlijk contact, waaronder telefonisch contact met de front-office en videogesprekken. Eind 2024 zijn we ook gestart met een pilot op gebied van keuzebegeleiding.
Dit sluit goed aan op ons beleid om open, betrouwbaar en toegankelijk te zijn, waarbij het verkrijgen van een realistische kijk op de eigen pensioensituatie zo eenvoudig mogelijk wordt gemaakt.
Nieuwsbrieven
Naast campagnes over bepaalde thema's versturen we ieder kwartaal digitale nieuwsbrieven naar actieve en gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers en administratiekantoren. De hoofdboodschap in 2025 was de overgang naar de nieuwe regels. Daarnaast was er aandacht voor actuele ontwikkelingen, zoals de publicatie van het verkort jaarverslag en de oproep aan pensioengerechtigden om zich verkiesbaar te stellen als niet-uitvoerend bestuurslid namens pensioengerechtigden.
Verdergaande vorm van keuzebegeleiding
Eind 2024 is het pensioenfonds gestart met een pilot op gebied van keuzebegeleiding. Hoewel het fonds daarvoor reeds compliant was op gebied van keuzebegeleiding, reikt de ambitie van het fonds verder dan de wet vereist. Na een uitgebreid selectieproces is de samenwerking gezocht met de externe partij, Prikkl, die veel ervaring heeft met het begeleiden van mensen op gebied van financieel inzicht. In 2025 nodigden we deelnemers vanaf 55 jaar uit voor een gratis persoonlijk gesprek met een financieel coach van Prikkl om inzicht te krijgen in hun gehele financiële situatie. Dit inzicht stelt deelnemers in staat de voor hen passende pensioenkeuzes te maken. In 2025 hebben we verschillende activatiemethodes getest. Hieruit kwam naar voren dat de betrokkenheid van werkgevers in het uitnodigen van hun werknemers van doorslaggevende betekenis is omdat het leidt tot een hogere respons. De deelnemers die gebruik maakten van het aanbod van een financieel inzichtgesprek, reageerden uitermate positief.
Begin 2026 vindt de evaluatie plaats van de pilot keuzebegeleiding. Op basis daarvan besluit het bestuur tot de vervolgaanpak.
Relatie met werkgevers
Werkgevers hebben een belangrijke rol in pensioencommunicatie. Waar informatie van het pensioenfonds soms ongeopend blijft, zorgen betrokken werkgevers ervoor dat de boodschap aankomt bij deelnemers op het moment dat het ertoe doet. We ondersteunen werkgevers graag in hun rol als intermediair, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van kant-en-klare teksten, QR-codes en een flyer. Ook onze relatiemanager zorgt voor een sterkere binding met werkgevers. Om daarnaast de zichtbaarheid van het bestuur te vergroten gaat de relatiemanager regelmatig met een delegatie van het bestuur op bezoek bij een werkgever. Het doel is in gesprek te gaan over wat er bij de werkgever speelt en waar we hij of zij verder mee kunnen ondersteunen. We brengen verslag uit van deze gesprekken bijvoorbeeld via LinkedIn en onze nieuwsbrief. Hiermee brengen we de diversiteit van de sector en de betrokkenheid van onze bestuursleden en relatiemanager in beeld.
LinkedIn
Met de inzet van LinkedIn willen we de zichtbaarheid van ons pensioenfonds vergroten en de relatie versterken met de werkgevers. Ook in 2025 boekten we positieve resultaten met een gestage toename van het aantal volgers en engagement.
Uitbesteding pensioencommunicatie
De uitvoering van de pensioencommunicatie is uitbesteed aan TKP. Het bestuur stelt het communicatiebeleid vast. In de portefeuille pensioenzaken & communicatie is dit beleid belegd, evenals het toetsen van de uitvoering door TKP. Het bestuursbureau heeft een adviserende en controlerende rol.
3.6 Goed Pensioenfondsbestuur en Code Pensioenfondsen
Vanaf 2024 is een aangepaste Code Pensioenfondsen 2024 van kracht. Het fonds had een jaar de tijd om deze nieuwe code te implementeren. Het bestuur heeft op 16 april 2024 de aangepaste Code geïmplementeerd. In september 2025 heeft het bestuur aan de hand van een checklist de jaarlijkse check uitgevoerd op de Code Pensioenfondsen.
Het bestuur heeft ten aanzien van norm 35 "leeftijdsdiversiteit" het volgende geconstateerd:
"Op dit moment voldoet het bestuur aan het diversiteitsbeginsel. Het VO niet. In het VO zit geen vrouw en in het VO zitten geen mensen onder de 40 jaar. Het bewustzijn inzake diversiteit is binnen het bestuur in voldoende mate aanwezig. Het bestuur wil diversiteit bevorderen. De vereiste kwaliteit, aansluiting bij MVS en de beschikbaarheid van kandidaten maken ook onderdeel uit van de keuze voor nieuwe bezetting." Bij vacatures in het VO stuurt het bestuur het diversiteits- en inclusiebeleid mee aan de voordragende partijen. Het bestuur vraagt nadrukkelijk dit beleid mee te nemen in de voordracht en benoeming.
Ten aanzien van norm 37 "De eerste zittingstermijn van een lid van het bestuur, de raad van toezicht, het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan is maximaal vier jaar. Deze leden kunnen voor een tweede termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. Een bestuurslid en een lid van het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan kunnen als daarvoor aanleiding bestaat voor een derde termijn van maximaal vier jaar worden benoemd. In dat geval onderbouwt het bestuur de aanleiding voor een derde benoeming en deelt het bestuur dit met de overige organen. Leden van een visitatiecommissie zijn maximaal acht jaar betrokken bij hetzelfde pensioenfonds". In de statuten is het volgende opgenomen.
De benoeming geschiedt voor vier jaar. Het afgetreden bestuurslid is maximaal een keer herbenoembaar. Indien daar gegronde redenen voor zijn, zulks ter beoordeling door het bestuur, kan een bestuurslid meer dan een keer worden herbenoemd. Hiervan is in 2025 gebruik gemaakt voor de herbenoeming van de twee uitvoerende bestuursleden. Het pensioenfonds maakte sinds 2024 een voorbereiding door op een ingrijpende transitie: de overgang naar het door sociale partners gekozen nieuwe pensioencontract in het kader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Het fonds beoogt per 1 januari 2026 in te varen, wat inhoudt dat de transitie dan in IT- en financieel technische zin gereed is. Verwacht wordt dat in de periode na de transitiedatum nog veel nazorg, sturing en communicatie door het bestuur noodzakelijk zal zijn met de administrateur en andere externe partners.
De transitie heeft onder meer tot gevolg dat zowel het fondsbeleid als de uitvoering door de(kritieke) uitbestedingspartijen drastische wijzigen (‘change’) doormaakt. Deze uitbestedingspartijen worden vanuit het bestuur primair aangestuurd, in zowel de ‘going concern’ als de ‘change’, door de huidige uitvoerend bestuurders. Evalinde Eelens en Peter Priester vormen met de onafhankelijk voorzitter, een NUB-er en de projectmanager Wtp het team dat de transitie (doet) realiseren (de bestuurlijke regiegroep, BRG).
De aansturing van de transitie Wtp vergt in de voorbereiding en uitvoering, maar zeker ook tijdens de nazorg veel specifieke vaardigheden en kennis over het fonds en de kritieke uitbestedingspartijen.Die specifieke vaardigheden en kennis zijn nodig om in alle fases van de Wtp transitie beheerst en zorgvuldig te doorlopen. Een wisseling van het voltallige uitvoerend bestuur in die periode past daar niet bij. Het NUB heeft daarom gekozen om de uitvoerende bestuursleden nogmaals ter herbenoemen. DNB is hiermede akkoord gegaan.
Ondanks het pas-toe-of-leg-uit karakter van de Code Pensioenfondsen zijn er bepalingen die altijd een toelichting veronderstellen. Deze normen worden hieronder genoemd, met een verwijzing naar de toelichting in het jaarverslag.
| Rapportagenorm | Voldoet het pensioenfonds aan de norm? | Vindplaats toelichting jaarverslag of website |
|---|---|---|
| Norm 1 | ||
| Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag. | Ja | Missie, visie en strategie zijn opgesteld en zijn opgenomen in de ABTN. Het beleid wordt periodiek geëvalueerd en zo nodig herijkt. |
| Norm 4 | ||
| Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover in het bestuursverslag. | Ja | Het bestuur heeft in het kader van de voorbereiding van de Wtp-transitie een Risicobereidheidsonderzoek gehouden dat is gebruikt als input voor de vaststelling van de risicohouding en het nieuwe strategische beleggingsbeleid. Daarover is met het verantwoordingsorgaan gesproken. Het bestuur beoogt nu dit beleid per 1-1-2025 te implementeren en zal hierover na implementatie verslag doen in onder andere het bestuursverslag. |
| Norm 34 | ||
| Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid. |
Ja | Het bestuur heeft een geschiktheidsplan en een diversiteitsbeleid opgesteld. Het bestuur heeft hierin geen doelen ten aanzien van sociaal-culturele achtergrond. Het bestuur handelt in overeenstemming met het eigen beleid. |
| Rapportagenorm | Voldoet het pensioenfonds aan de norm? | Vindplaats toelichting jaarverslag of website |
|---|---|---|
| Norm 35 | ||
| Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste een persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de organen variatie is in geslacht of genderidentiteit. | nee | Op dit moment voldoet het bestuur aan het diversiteitsbeginsel. Het VO niet. In het VO zit geen vrouw en in het VO zitten geen mensen onder de 40 jaar. Het bewustzijn inzake diversiteit is binnen het bestuur in voldoende mate aanwezig. Het bestuur wil diversiteit bevorderen. De vereiste kwaliteit, aansluiting bij MVS en de beschikbaarheid van kandidaten maken ook onderdeel uit van de keuze voor nieuwe bezetting. |
3.7 Gedragscode en nevenfuncties
3.7.1 Compliance officer
Het pensioenfonds heeft mr. H. Pullen van maatschap Trivu als compliance officer aangesteld. Het bestuur heeft in de bestuursvergaderingen van de rapportages van de compliance officer kennisgenomen. Met de compliance officer vindt tevens op kwartaalbasis afstemming plaats via het overleg UB-Groot.
3.7.2 Naleving gedragscode
De compliance officer organiseert twee keer per jaar een uitvraag inzake de naleving van de Gedragscode van het pensioenfonds. De compliance officer heeft over het jaar 2025 de bevindingen inzake de beoordeling van de naleving van de gedragsregels door de Verbonden Personen aan het bestuur gerapporteerd. Verbonden personen zijn:
- Leden van het bestuur;
- Leden van het verantwoordingsorgaan en de auditcommissie;
- De externe leden van Portefeuille-overleggen en de externe beleggingsadviseur, alsmede leden van overige organen en externe adviseurs die niet onder het voorgaande vallen;
- Bestuursondersteuner(s);
- Sleutelfunctiehouders en sleutelfunctievervullers.
Het bestuur kan andere (groepen van) personen als verbonden persoon aanwijzen. Medewerkers van uitbestedingspartners zijn geen verbonden personen, tenzij deze op basis van bovengenoemde leden 3 en 4 van dit artikel wel als zodanig door het bestuur zijn aangewezen.
In paragraaf 8.1 is het verslag naar aanleiding van de rapportages van de compliance officer opgenomen.
3.7.3 Nevenfuncties
Jaarlijks worden de hoofd- en nevenfuncties van alle Verbonden Personen in kaart gebracht. Nieuwe nevenfuncties moeten door betrokkenen worden gemeld. Bij het aangaan van contracten met derden wordt in kaart gebracht welke mogelijke tegenstrijdige belangen gepaard kunnen gaan met de opgegeven hoofd- en nevenfuncties. Op grond van de Gedragscode is het aanvaarden van alle nevenfuncties onderworpen aan de goedkeuring van het bestuur en dient dit gemeld te worden aan de compliance officer.
In bijlage 12.3 is een overzicht van de nevenfuncties van de bestuursleden opgenomen.
3.8 Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen
De Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen (hierna: de Gedragslijn) is opgesteld door de Pensioenfederatie en heeft een dwingend karakter voor de pensioenfondsen welke als lid zijn aangesloten bij de Pensioenfederatie. Met deze gedragslijn laten pensioenfondsen zien op welke manier zij gegevens van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden of andere aanspraakgerechtigden beheren. Als lid van de Pensioenfederatie legt Pensioenfonds Particuliere Beveiliging middels dit jaarverslag verantwoording af over de toepassing van de normen uit de gedragslijn gedurende geheel 2025. Voor zover er mogelijk normen niet (volledig) zijn toegepast wordt dit gemotiveerd toegelicht. De toepassing van de Gedragslijn is vastgelegd in alle privacydocumenten. Naleving hiervan is in de (uitbestedings)processen geborgd. De Functionaris Gegevensbescherming van het pensioenfonds ziet hier ook actief op toe.
Daarnaast heeft bij alle kritische uitbestedingspartijen van Pensioenfonds Particuliere Beveiliging die persoonsgegevens verwerken een uitvraag plaatsgevonden naar de naleving van de Gedragslijn. Hierbij is ook gekeken naar de beschikbare assurance rapportages en is gebruik gemaakt van uitvragen en overleggen met de uitbestedingspartijen van het fonds die tevens als verwerker zijn geclassificeerd. Alle uitbestedingspartijen hebben verklaard de normen van de Gedragslijn na te leven, aanvullend op de geldende AVG-normen. Op basis van deze uitkomsten is vastgesteld dat aan de normen van de Gedragslijn is voldaan.
Pensioenfonds Particuliere Beveiliging verklaart zich in 2025 aan de Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens door pensioenfondsen te hebben gehouden.
3.9 Gedragslijn Goed omgaan met klachten
In de 2022 heeft de Pensioenfederatie de gedragslijn “Goed omgaan met klachten” opgesteld. Bij de Pensioenfederatie aangesloten pensioenfondsen dienden per 1 januari 2024 te voldoen aan deze gedragslijn. Het pensioenfonds heeft destijds de klachtenregeling en geschillenregeling vervangen door een nieuwe klachtenregeling die voldoet aan de gedragslijn. Ook heeft het pensioenfonds in samenwerking met de pensioenuitvoerder van het fonds de gedragslijn verder geïmplementeerd binnen de organisatie van het pensioenfonds. Het pensioenfonds wil leren van ingediende klachten. Daartoe worden klachten een vast agendapunt op de portefeuille Pensioenzaken & Communicatie. Het pensioenfonds heeft ook een klachtenbeleid vastgesteld. In 2025 heeft de Pensioenfederatie een derde meting gehouden op naleving van de gedragslijn. Het fonds heeft een score behaald van 92%. Een verbetering ten opzichte van 2024.
Voor een onderverdeling van het aantal klachten wordt verwezen naar hoofdstuk 4.3.5.
3.10 Statuten
De statuten van het pensioenfonds zijn op 15 december 2025 besproken in een bestuursvergadering. Geconstateerd is dat er een marginale aanpassing moet worden gedaan om de statuten aan te passen zodat deze compliant zijn voor het nieuwe solidaire contract. De procedure voor de notaris wordt begin 2026 afgerond.