Spring naar inhoud

10.6 Risicobeheer

In dit Hoofdstuk zijn tabellen opgenomen met betrekking tot risico’s inzake de beleggingen. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op het look through principe, waardoor de totalen van deze tabellen beperkt afwijken van de bedragen genoemd in de balans.  

Het pensioenfonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Voor het realiseren van deze doelstelling wordt gestreefd naar een toereikende solvabiliteit op basis van de reële waarde van de pensioenverplichtingen.

Het pensioenfonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor het pensioenfonds.

Het bestuur heeft de mogelijke risico’s van het pensioenfonds in kaart gebracht en bepaald hoe het bestuur met deze risico’s om wil gaan. Op basis van een actueel en volledig beeld van alle relevante risico’s kan het bestuur gepaste beheersmaatregelen nemen en is het bestuur in control. Dit vormt mede de basis voor het beleid van het pensioenfonds en toelichting hierna. Dit beleid is verwoord in de ABTN van het pensioenfonds. Het bestuur beschikt over een aantal beleidsinstrumenten ten behoeve van het beheersen van de risico's. Deze beleidsinstrumenten betreffen:

  • Beleggingsbeleid;
  • Premiebeleid;
  • Herverzekeringsbeleid;
  • Toeslagbeleid.

De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses ten aanzien van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de Asset Liability Management-studie (ALM-Studie) die in 2020 is uitgevoerd. Een ALM-studie is een analyse van de structuur van de pensioenverplichtingen en van verschillende beleggingsstrategieën en de ontwikkeling daarvan in diverse economische scenario's.

De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen als basis voor het uit te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid door de vermogensbeheerders moet plaatsvinden. Ze zijn gericht op het beheersen van de volgende belangrijkste (beleggings)risico's. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van derivaten.

Solvabiliteitsrisico's
Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen welke door de toezichthouder worden opgelegd.

Indien de solvabiliteit van het pensioenfonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het pensioenfonds de premie voor de onderneming en deelnemers moet verhogen en het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen.

De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:

    2023   2022
         
Dekkingsgraad per 1 januari   125,8%   123,9%
Premie   -0,9%   -0,9%
Uitkeringen   0,4%   0,2%
Toeslagverlening   -6,0%   -6,3%
Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen   -3,4%   64,9%
Beleggingsrendementen (exclusief renteafdekking)   5,9%   -32,6%
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   0,5%   0,1%
Wijziging Actuariële grondslagen   -1,2%   -1,6%
Overige oorzaken   0,3%   -21,9%
Dekkingsgraad per 31 december   121,4%   125,8%

De overige mutaties bestaan hoofdzakelijk uit zogenaamde kruiseffecten. De bepaling van de procentuele effecten van de diverse resultaatbronnen op de dekkingsgraad zijn conform de richtlijnen van DNB allen uitgedrukt ten opzichte van de primo dekkingsgraad. Dit zorgt ervoor dat de optelling van de primo dekkingsgraad plus alle afzonderlijke procentuele effecten niet leidt tot de ultimo dekkingsgraad. Het verschil tussen deze twee wordt verantwoord onder de noemer 'overige oorzaken' en betreft de kruiseffecten. In het algemeen geldt dat deze post groter wordt naarmate de verschillende effecten in de afzonderlijke resultaatscomponenten groter worden.

Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient het pensioenfonds buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de pensioenfonds specifieke restrisico's (na afdekking).

De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende tekort aan het einde van het boekjaar is als volgt:

    2023   2022
         
S1 Renterisico   93.209   88.619
S2 Risico zakelijke waarden   298.724   261.804
S3 Valutarisico   75.477   64.172
S4 Grondstoffenrisico   0   0
S5 Kredietrisico   59.396   54.536
S6 Verzekeringstechnische risico   53.735   47.874
S7 Liquiditeitsrisico   0   0
S8 Concentratierisico   0   0
S9 Operationeel risico   0   0
S10 Actief beheerrisico   5.094   55
Diversificatie-effect   -187.396   -167.084
Vereist Eigen Vermogen per 31 december   393.076   349.976
    2023   2022
         
Vereist pensioenvermogen   2.160.858   1.897.666
Voorziening pensioenverplichting   1.767.782   1.547.690
Vereist eigen vermogen   393.076   349.976
Aanwezig pensioenvermogen (Totaal activa -/- schulden)   377.698   399.607
Surplus   -15.378   49.631

Het pensioenfonds heeft ter afdekking van risico's derivatencontracten afgesloten. Hiermee is bij het bepalen van de vereiste buffers rekening gehouden. Bij de berekening van de buffers past het pensioenfonds het standaardmodel van DNB toe, waarbij uitgegaan wordt van het vereist vermogen in evenwichtssituatie, gebaseerd op de strategische asset mix.

Onderstaand in deze risicoparagraaf worden per risico een aantal cijfermatige overzichten getoond. De totalen per beleggingscategorie in deze overzichten sluiten niet in alle gevallen aan bij de beleggingsstanden in de balans. De reden hiervoor is dat de gegevens in de risicoparagraaf op basis van look through op detailniveau (2022: idem) zijn gepresenteerd. Dit geeft een getrouw beeld van de werkelijke risico's.

Marktrisico (S1 - S4)
Het marktrisico omvat het renterisico, het prijs(koers)risico en het valutarisico. Marktrisico omvat de mogelijkheden voor winst of verlies door een verandering van marktfactoren. Marktfactoren kunnen bijvoorbeeld marktprijzen zijn van aandelen, vastgoed en private equity (risico zakelijke waarden) of grondstoffen (grondstoffenrisico), maar ook valutakoersen (valutarisico) of rentes (renterisico).

De strategie van het pensioenfonds met betrekking tot het beleggingsrisico wordt bepaald door de beleggingsdoelstellingen. Het marktrisico wordt op dagelijkse basis beheerst in overeenstemming met de aanwezige beleidskaders en richtlijnen. De overallmarktposities worden periodiek gerapporteerd aan het bestuur.

De mate waarin de beleggingsportefeuille van het pensioenfonds gevoelig is voor het marktrisico is in de volgende alinea weergegeven, vervolgens worden de risico's die het pensioenfonds loopt nader toegelicht.

Renterisico (S1)
Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren.

Op balansdatum is de duratie van de beleggingen aanzienlijk korter dan de duratie van de verplichtingen. Er is derhalve sprake van een zogenaamde 'duratie-mismatch'. Dit betekent dat bij een rentestijging de waarde van beleggingen minder snel daalt dan de waarde van de verplichtingen (bij toepassing van de actuele marktrentestructuur); waardoor de dekkingsgraad zal stijgen. Bij een rentedaling zal de waarde van de beleggingen minder snel stijgen dan de waarde van de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad daalt.

Het bestuur monitort de renteafdekking ultimo iedere maand. Indien het renteafdekkingspercentage zich buiten de bandbreedte van +/- 3%-punt bevindt wordt geherbalanceerd. De renteafdekking ultimo jaar bedraagt 60% (portal DNB) (2022: idem).

De duratie en het effect van de renteafdekking kan per 31 december 2023 als volgt worden samengevat:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
    Waarde   Duration   Waarde   Duration
                 
Vastrentende waarden (excl. derivaten)   1.285.823   7,3   976.612   7,0
Vastrentende waarden (incl. derivaten)   1.134.731   21,6   963.788   22,5
(Nominale) pensioenverplichtingen   1.767.782   22,2   1.547.690   22,9

De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Resterende looptijd < 1 jaar   135.803   12,1%   63.706   6,8%
Resterende looptijd > 1 jaar en < 5 jaar   319.685   28,5%   320.481   34,0%
Resterende looptijd > 5 jaar en < 10 jaar   179.347   16,0%   172.173   18,3%
Resterende looptijd > 10 jaar en < 20 jaar   294.875   26,3%   247.657   26,3%
Resterende looptijd > 20 jaar   190.425   17,0%   137.409   14,6%
Totaal   1.120.135   100,0%   941.426   100,0%

De presentatie van de vastrentende waarden in bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van het pensioenfonds en het hiermee samenhangende beleid en ter vergelijking met de looptijden van de verplichtingen.

De resterende looptijd van de verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Resterende looptijd < 5 jaar   152.342   8,6%   126.484   8,2%
Resterende looptijd 5 < > 10 jaar   203.841   11,5%   166.597   10,8%
Resterende looptijd 10 < > 20 jaar   481.841   27,3%   402.571   26,0%
Resterende looptijd > 20 jaar   929.758   52,6%   852.038   55,1%
Totaal   1.767.782   100,0%   1.547.690   100,0%

Risico zakelijke waarden (S2)
Risico zakelijke waarden is het risico van waardewijzigingen van aandelen en vastgoed als gevolg van onzekerheid in de marktprijzen, die wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren.

Het risico zakelijke waarden wordt beheerst door het pensioenfonds, met als belangrijkste beheersmaatregel een weloverwogen spreiding van de onderliggende beleggingen. Voor deze beleggingen wordt verwezen naar de tabellen onder het prijsrisico.

Valutarisico (S3)
Het totaalbedrag van de gehele beleggingsportefeuille dat niet in euro's wordt belegd bedraagt ultimo 2023 € 1.005.215 (2022: €964.332). Van dit bedrag is 54% (2022: 53%) afgedekt door valutaderivaten.

De valutapositie per 31 december 2022 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

             
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   964.912   538.684   1.503.596
             
GBP   37.266   -17.649   19.617
JPY   45.318   -31.060   14.258
USD   602.847   -420.202   182.645
Overige   319.782   -69.250   250.532
Totaal   1.970.125   523   1.970.648

Onder de overige zijn onder andere de Hong Kong dollar, de australische dollar, de canadese dollar en de Zwitserse frank opgenomen.

De valutapositie per 31 december 2021 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

             
    Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   793.664   523.578   1.317.242
             
GBP   38.758   -19.722   19.036
JPY   43.354   -32.231   11.123
USD   569.475   -385.349   184.126
Overige   312.746   -74.346   238.400
Totaal   1.757.997   11.930   1.769.927

In de solvabiliteitstoets van het pensioenfonds is in de buffers voor het valutarisico rekening gehouden met bovenstaande valutaposities en afdekkingen.

Prijsrisico
Prijsrisico is het risico van waardewijzigingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren.

Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het pensioenfonds. In aanvulling hierop maakt het pensioenfonds voor afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.

Naast de strategische mix heeft het pensioenfonds in het mandaat aan de vermogensbeheerders richtlijnen gesteld aan het maximaal percentage dat namens het pensioenfonds in een sector, land of tegenpartij mag worden belegd. Naleving van deze richtlijnen vindt plaats door de beleggingscommissie op basis van onafhankelijke rapportages van de custodian.

De segmentatie van de aandelen naar regio is  per 31 december 2022 als volgt:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Europa   72.629   10,9%   63.018   10,4%
Europa (niet EU)   38.204   5,8%   43.580   7,2%
Noord-Amerika   412.619   62,2%   372.374   61,3%
Midden- en Zuid-Amerika   9.700   1,5%   9.030   1,5%
Pacific   50.388   7,6%   50.411   8,3%
Azië   70.472   10,6%   57.170   9,4%
Overige   9.436   1,4%   11.828   1,9%
Totaal   663.448   100,0%   607.411   100,0%

De segmentatie van aandelen naar sectoren per 31 december 2022 is als volgt:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Energie   25.245   3,8%   23.176   3,8%
Bouw- en grondstoffen   23.942   3,6%   23.016   3,8%
Industrie   70.552   10,6%   68.892   11,3%
Duurzame consumentengoederen   113.157   17,1%   111.185   18,3%
Gezondheidszorg   80.645   12,2%   87.238   14,4%
Financiële dienstverlening   121.684   18,3%   109.162   18,0%
Informatietechnologie   160.074   24,1%   124.610   20,5%
Telecommunicatie   49.927   7,5%   43.275   7,1%
Nutsbedrijven   16.432   2,5%   15.750   2,6%
Overige   1.790   0,3%   1.107   0,2%
Totaal   663.448   100,0%   607.411   100,0%

Grondstoffenrisico (S4)
Grondstoffenrisico is het risico van prijsfluctuaties in de grondstoffen als gevolg van veranderingen in de marktomstandigheden.

Kredietrisico (S5)
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het pensioenfonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld herverzekeraars.

Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het pensioenfonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het pensioenfonds financiële verliezen lijdt.

Beheersing van dit risico door het pensioenfonds vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het pensioenfonds; het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij het uitlenen van effecten; het hanteren van prudente verstrekkingsnormen. Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het pensioenfonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het pensioenfonds enkel gewerkt met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA overeenkomsten zijn afgesloten zodat posities van het pensioenfonds adequaat worden afgedekt door onderpand. Er wordt gebruik gemaakt van dagelijkse waarderingen.

Het kredietrisico ten aanzien van de te ontvangen pensioenpremies is gespreid over een groot aantal verschillende werkgevers.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's per 31 december 2023 kan als volgt worden samengevat:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Europa EU   856.249   76,4%   698.783   74,2%
Europa (niet EU)   40.880   3,6%   36.980   3,9%
Noord-Amerika   140.005   12,5%   127.615   13,6%
Midden- en Zuid-Amerika   19.301   1,7%   18.623   2,0%
Azië   37.876   3,4%   37.707   4,0%
Pacific   16.519   1,5%   10.376   1,1%
Overige   9.305   0,8%   11.342   1,2%
Totaal   1.120.135   100,0%   941.426   100,0%

De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren per 31 december 2023 is als volgt:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Bouw en grondstoffen   6.104   0,5%   4.885   0,5%
Industrie   15.979   1,4%   11.181   1,2%
Duurzame consumentengoederen   21.950   2,0%   25.140   2,7%
Informatietechnologie   7.993   0,7%   7.019   0,7%
Telecommunicatie   12.395   1,1%   10.741   1,1%
Nutsbedrijven   15.829   1,4%   16.305   1,7%
Overheid en overheidsinstellingen   539.600   48,2%   414.485   44,0%
Financiële instellingen   95.912   8,6%   70.426   7,5%
Niet-gespecificeerd binnen beleggingsfondsen   393.801   35,2%   370.861   39,4%
Overige   10.571   0,9%   10.383   1,1%
Totaal   1.120.135   100,0%   941.426   100,0%

Voor de bepaling van de kredietwaardigheid wordt afhankelijk van beschikbaarheid gebruik gemaakt van Standard & Poor's, Moody's of Fitch.

Ten aanzien van de kredietwaardigheid van de debiteuren van de vastrentende portefeuille wordt per 31 december 2023 het volgende overzicht gegeven:

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
AAA   216.887   19,4%   323.055   34,3%
AA   232.744   20,8%   165.540   17,6%
A   161.276   14,4%   149.740   15,9%
BBB   169.274   15,1%   174.979   18,6%
Lager dan BBB   75.550   6,7%   76.103   8,1%
Geen rating   264.404   23,6%   52.009   5,5%
Totaal   1.120.135   100,0%   941.426   100,0%

De vastrentende waarden waarvoor geen rating geldt, betreffen met name vorderingen en liquide middelen inzake vastrentende waarden.

Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven), arbeidsongeschiktheid en het toeslagrisico.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.

Ultimo 2023 zijn de technische voorzieningen van het pensioenfonds vastgesteld op basis van de Prognosetafel AG2022.

Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor door het pensioenfonds geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.

Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het pensioenfonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen ('schadereserve'). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien.

Het beleid van het pensioenfonds is om het arbeidsongeschiktheidsrisico niet te herverzekeren.

Toeslagrisico
Het toeslagrisico omvat het risico dat de ambitie van het bestuur om toeslagen op pensioen toe te kennen in relatie tot de algemene prijsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, beleggingsrendementen, looninflatie en demografie (beleggings- en actuariële resultaten) echter, afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toeslagverlening voorwaardelijk is.

Liquiditeitsrisico (S7)
Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies.

Het pensioenfonds voert periodiek stress scenario's van haar liquiditeitspositie uit gedurende het verslagjaar. Hiermee is beoordeeld in hoeverre het pensioenfonds, ten tijde van stress op financiële markten, in staat is om aan haar financiële verplichtingen op korte termijn te voldoen. Op basis van de uitgevoerde stress scenario's is geconcludeerd dat het pensioenfonds in staat is haar financiële verplichtingen na te komen in geval van stress op financiële markten. Bij de bepaling van het vereist vermogen is het liquiditeitsrisico vooralsnog op nihil gesteld.

Concentratierisico (S8)
Concentraties kunnen ertoe leiden dat het pensioenfonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.

De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt.

Per 31 december 2023 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:

Vastrentende waarden

    31-12-2023       31-12-2022    
                 
Europa   295.865   12,3%   229.772   10,4%
Totaal   295.865   12,3%   229.772   10,4%

In het algemeen geldt dat concentratierisico kan optreden als een adequate spreiding van activa en passiva ontbreekt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie van de portefeuille in regio's, economische sectoren of tegenpartijen.

Een portefeuille van beleggingen die sterk sectorgebonden is, kan door deze sectorconcentratie een verhoogd risico lopen. Indien aandelen in dezelfde sector worden aangehouden is sprake van een cumulatief concentratierisico.

Bij de bepaling van het vereist vermogen past het pensioenfonds het standaardmodel van de DNB toe. In dat model wordt het concentratierisico vooralsnog op nihil gesteld.

Op grond hiervan heeft het bestuur geconcludeerd dat geen sprake is van concentratie in de activa of verplichtingen en dat daarom geen buffer voor concentratierisico wordt aangehouden.

Operationeel risico (S9)
Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het pensioenfonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering betrokken zijn op gebieden zoals interne organisatie, procedures, processen en controles, kwaliteit geautomatiseerde systemen, enzovoorts.

De beleggingsportefeuille is ondergebracht bij SSgA, BlackRock, SAREF, PGGM Vermogensbeheer B.V. en Columbia Threadneedle Investments. Caceis is de custodian van het pensioenfonds. De pensioenuitvoering is uitbesteed aan TKP Pensioen B.V. Het niveau van de dienstverlening van zowel Caceis als TKP Pensioen B.V. is vastgelegd in een Service Level Agreements (SLA). Op basis van periodieke rapportages wordt de kwaliteit van de dienstverlening door het bestuur getoetst.

Aanvullend tonen zowel de pensioenbeheerder als de vermogensbeheerders met een ISAE3402-type II verklaring aan dat zij de operationele risico's van de uitvoering van de pensioenregeling en het vermogensbeheer op een adequate wijze beheersen.

Het bestuur is van mening dat hiermee sprake is van adequate beheersing van de operationele risico's, en heeft besloten om geen buffers aan te houden voor het operationeel risico in de solvabiliteitstoets.

Actief risico (S10)
De mate waarin het actieve beleggingsbeleid bijdraagt aan het totale risico van de beleggingen is mede afhankelijk van de correlatie die verondersteld wordt te bestaan tussen het benchmark rendement en het extra rendement als gevolg van actief beheer. Het bestuur is van mening dat er geen sprake is van een actief beleggingsbeleid van het pensioenfonds, heeft besloten om hiervoor geen buffers aan te houden voor het actief beheer risico in de solvabiliteitstoets.

Systeemrisico
Het systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het pensioenfonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor het pensioenfonds niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.

Derivaten
Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruik gemaakt van financiële derivaten. Hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico zo veel mogelijk af te dekken.

Derivaten hebben als voornaamste risico het kredietrisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand.

Gebruik wordt gemaakt van onder meer de volgende instrumenten:

  • Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt.
  • Aandelenderivaten / Futures: Deze zijn op de beurs genoteerde termijncontracten met verplichte levering van onderliggende waarden / goederen in de toekomst tegen een vooraf vastgestelde prijs. Het pensioenfonds gebruikt deze contracten voornamelijk om het aandelenrisico af te dekken.
  • Renteswaps: dit betreft met een betrouwbare partij via de Clearingorganisatie afgesloten contracten, met als doel om vaste en variabele rentes met elkaar uit te wisselen. Door middel van swaps kan het pensioenfonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2023:

Type contract   Gemiddelde looptijd   Contract-
omvang
  Saldo waarde   Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten   12-01-2024   543.435   516   3.028   2.512
Aandelenderivaten   24-09-2057   13   0   0    
Rentederivaten   14-10-2045   2.035.666   -149.481   74.056   223.537
Totaal       2.579.114   -148.965   77.084   226.049

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2022:

Type contract   Gemiddelde looptijd   Contract-
omvang
  Saldo waarde   Positieve waarde   Negatieve waarde
                     
Valutaderivaten   < 10-01-2023   591.101   11.894   12.538   644
Aandelenderivaten   < 03-12-2053   1   0   0   0
Rentederivaten   < 17-12-2044   1.774.656   -152.030   93.379   245.409
Totaal       2.365.758   -140.136   105.917   246.053
Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report