Spring naar inhoud

Besturing en naleving wetgeving

3.1 Algemeen

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging is opgericht op 1 juli 1990 en statutair gevestigd in Amsterdam. Het pensioenfonds is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam onder nummer 41209638. De laatste statutenwijziging vond plaats op 20 juni 2022. Het pensioenfonds is aangesloten bij de Pensioenfederatie.

3.1.1 Missie en visie en strategie

Periodiek wordt op basis van een interne en externe analyse gekeken of de Missie, Visie en Strategie van het pensioenfonds nog up-to-date zijn en worden deze, waar nodig, bijgesteld. In het najaar van 2021 is een aantal strategische sessies onder begeleiding van een externe partij gehouden waarna de Missie en Visie zijn geactualiseerd en de Strategie tot en met 2027 (‘Roadmap’) is opgesteld.

Missie – waar staan we voor?
Beveiligers beschermen elkaar via het pensioenfonds tegen financiële risico’s van ouderdom en overlijden. Die bescherming is er ook bij langdurige ziekte omdat de pensioenopbouw wordt voortgezet. Pensioenfonds Particuliere Beveiliging is een fonds waar beveiligers zich thuis voelen: beveiligers, en zij die dat waren, weten dat hun belangen evenwichtig worden gewogen. We waken over de pensioenen van beveiligers, zoals sociale partners dat met ons hebben afgesproken.

Visie – waar gaan we voor?
Pensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging is herkenbaar, service gericht, kostenbewust en heeft oog voor de omgeving. Die houding past bij de branche en de mensen die daarin werken. Het veilig beheren en laten groeien van de opgebouwde pensioenen staat voorop. We geven inzicht in de opgebouwde- en te bereiken pensioenen, zijn behulpzaam op de momenten die ertoe doen, handelen voorspelbaar en nemen alleen verantwoorde risico’s.

Strategie
Het pensioenfondsbestuur heeft op 15 december 2021 de strategie voor de periode 2022 – 2027 vastgesteld. De eindrapportage met betrekking tot het afgeronde strategietraject is vastgesteld en door het bestuur vertaald in de respectievelijke Jaarplannen waar de portefeuilles verantwoordelijkheid voor dragen. Jaarlijks vertaalt het bestuur de strategie vanuit de Roadmap in de jaarplannen voor het daaropvolgende jaar. Het bestuur neemt ook de ‘Early warning signals’, die kunnen duiden op een mogelijk gewenste strategiewijziging, mee in de jaarlijks op te stellen bestuurlijke agenda. In 2023 heeft het bestuur vastgesteld dat op basis van de 'Early warning signals' geen noodzaak bestaat om af te wijken van de eerder bepaalde strategie.

3.1.2 Het bestuur

Het bestuur is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstelling van het pensioenfonds, de strategie en (de uitvoering van) het beleid. De samenstelling van het uitvoerend bestuur in 2023 is als volgt:

Naam Rol Zittingstermijn
De heer mr. P. Priester
(geboortejaar 1964)
Bestuurslid Van 01-07-2022 tot 01-07-2026
Mevrouw ir. E.M.C. Eelens MBA FRM CAIA
(geboortejaar 1981)
Bestuurslid Van 10-07-2022 tot 10-07-2025

De samenstelling van het niet-uitvoerend bestuur (NUB) in 2023 is als volgt:

Naam Rol Zittingstermijn
De heer drs. J.C.A. Kestens
(geboortejaar 1950)
Voorzitter Van 01-07-2022 tot 01-07-2024

Inmiddels heeft bestuur met behulp van een externe partij een opvolger benoemd voor de heer Kestens per 1 juli 2024. Bestuurslid Chris van Loon treedt per 1 juli af, inmiddels loopt de procedure voor opvolging.

Benoemd namens de werkgevers

Naam Rol Zittingstermijn
De heer drs. R.J. de Vries
(geboortejaar 1968)
Bestuurslid Van 25-08-2020 tot 25-08-2024
De heer ir. M. Verbrugge
(geboortejaar 1968)
Bestuurslid Van 15-07-2021 tot 1-10-2023
De heer L.R. van Gelder
(geboortejaar 1984)
Bestuurslid van 14-07-2021 tot 14-07-2025

Benoemd namens de deelnemers

Naam Rol Zittingstermijn
De heer C.A. van Loon
(geboortejaar 1953)
Bestuurslid van 01-07-2020 tot 01-07-2024
De heer ir. W.J. Boot
(geboortejaar 1957)
Bestuurslid van 28-12-2017 tot 5-3-2024

De heer Boot en de voordragende partij organisatie hebben aangegeven dat de heer Boot in verband met zijn pensionering aftreedt per 6 maart 2024. Dit heeft inmiddels zijn beslag gekregen. Zijn opvolger is reeds benoemd en door DNB goedgekeurd.

Benoemd namens de pensioengerechtigden

Naam Rol Zittingstermijn
Mevrouw E.R. Schuring
(geboortejaar 1970)
Bestuurslid Van 11-07-2022 tot 11-07-2026
     

Bestuurslid namens werkgevers Mick Verbrugge is per 1 oktober 2023 afgetreden wegens het aanvaarden van een dienstbetrekking buiten de branche. Inmiddels is samen met de NVB een procedure voor opvolging gestart.

Het bestuur streeft naar diversificatie van leeftijd en geslacht. Bij de voordracht en/of de benoeming zijn diversiteit in de samenstelling naar leeftijd en geslacht en complementariteit in geschiktheid belangrijke uitgangspunten. De norm uit de Code Pensioenfondsen inzake diversiteit van het bestuur is dat in het bestuur en het verantwoordingsorgaan ten minste één lid onder de 40 jaar zitting neemt. In het verantwoordingsorgaan wordt niet aan deze norm voldaan. 

Het bestuur hanteert daarbij steeds de geldende geschiktheidseisen ten aanzien van leden van fondsorganen en leeft deze na.

In het bestuur is de heer Van Gelder jonger dan 40 jaar. In het bestuur hebben twee vrouwen zitting. In het verantwoordingsorgaan heeft geen vrouw zitting.

Bij vacatures geeft het bestuur bij voordragende partijen aan dat het bestuur streeft naar diversiteit en dat het bestuur vraagt of de voordragende partijen hier bij de voordracht aandacht aan willen schenken.

3.1.3 Organen, portefeuilles en gerelateerde partijen

Verantwoordingsorgaan
Het verantwoordingsorgaan bestaat uit vijf leden: drie namens de deelnemers (actieven), één namens de pensioengerechtigden, één namens de werkgevers. Het verantwoordingsorgaan is op 31 december 2023 als volgt samengesteld:

Naam Benoemd namens
De heer H.A. Dijksterhuis
(geboortejaar 1975)
Werkgevers (voorzitter)
De heer M. Dost
(geboortejaar 1964)
Deelnemers
De heer M.L.E. Zeegers
(geboortejaar 1968)
Deelnemers
De heer M. de Groot
(geboortejaar 1976)
Pensioengerechtigden
De heer A. Hoogendoorn
(geboortejaar 1960)
Deelnemers

Portefeuilles binnen het bestuursmodel
Het pensioenfonds stelt zich ten doel conform pensioenreglement en statuten de pensioenregeling uit te voeren die geldt voor werkgevers, werknemers, gewezen werknemers en hun nabestaanden in de bedrijfstak. Het bestuur heeft op basis van de opdrachtaanvaarding doelstellingen, risicohouding en beleidsuitgangspunten geformuleerd. Voor het zo optimaal mogelijk nastreven van de doelstellingen hanteert het pensioenfonds met ingang van 1 juli 2014 het Omgekeerd Gemengd Bestuursmodel. In 2018 is dit model geëvalueerd en met ingang van 1 januari 2019 concreter ingevuld door de Portefeuillestructuur toe passen, waarmee de tot dan toe opererende commissies kwamen te vervallen.

Binnen het governancemodel worden vier specifieke portefeuilles gehanteerd. Dit zijn de portefeuilles:

  1. Balansmanagement (vermogensbeheer & actuarieel/verslaglegging);
  2. Risk & Compliance;
  3. Pensioenzaken & Communicatie;
  4. Governance.

De portefeuilles overleggen minimaal viermaal in een jaar. In de portefeuille overleggen participeren 1 uitvoerend bestuurder, cq. de onafhankelijk voorzitter en 2 niet-uitvoerende bestuurders. Waar wenselijk participeren externe onafhankelijke adviseurs in de portefeuille.

De portefeuilles hebben een duidelijk afgebakend mandaat dat is vastgelegd in jaarplannen, de beleidsbepalende beslissingen worden door het bestuur genomen (in de bestuursvergaderingen). Dit houdt in dat alle informatie en voorstellen vanuit een bepaalde portefeuille uiteindelijk op het hoogste aggregatieniveau worden besproken en dat beleid wordt vastgesteld tijdens een bestuursvergadering. Hierin vindt consultatie plaats tussen de niet-uitvoerende en de uitvoerende bestuurders.

De voorbereiding van de bespreking binnen het bestuur vindt plaats via de portefeuilles, via het overleg tussen de uitvoerend bestuurders onderling of het overleg tussen de uitvoerend bestuurders en de voorzitter of via het niet-uitvoerend bestuur.

Partijen

Pensioenbeheer   Bestuursondersteuning
TKP Pensioen B.V.   Montae & Partners B.V.
Postbus 501   Verrijn Stuartlaan 1F
9700 AM Groningen   2288 EK Rijswijk
     
Custodian en beleggingsadministrateur   Fiduciair Manager
Caceis Investor Services   Columbia Threadneedle Investments
Postbus 24001   Postbus 75471
1000 DB Amsterdam   1070 AL Amsterdam
     
Beleggingsadviseur   Compliance officer
Drs. H.A. Kempen   Mr. H. Pullen
Kempen Management & Consultancy B.V.   Maatschap Trivu
Jacob van Lenneplaan 53   Akkerwendestraat 7
3743 AP Baarn   4761 ZG Zevenbergen
     
Adviserend actuaris   Adviseur SFDR
B. Weijers, AAG   Drs. R. Hadders
Willis Towers Watson Netherlands B.V.   Cardano
Prof. E.M. Meijerslaan 5   Weena 690 - 21e etage
1183 AV Amstelveen   3012 CN Rotterdam
     
Certificerend actuaris   Accountant
ir M.W. Heemskerk AAG   Drs. J.A. van Muijlwijk-Duijzer, RA
Mercer (Nederland) B.V.   Forvis Mazars Accountants N.V.
Startbaan 6   Eurogate II - Watermanweg 80
1185 XR Amstelveen   3067 GG Rotterdam

3.2 Bestuursaangelegenheden

3.2.1 Zelfevaluatie

In 2023 heeft een collectieve zelfevaluatie plaatsgevonden op 31 januari 2023, deze vond plaats onder begeleiding van een externe partij. De individuele gesprekken die de voorzitter in 2022 met de bestuursleden voerde, waren ook input voor deze collectieve zelfevaluatie in 2023. 

3.2.2 Intern toezicht (Verslag niet-uitvoerend bestuur)

Intern toezicht 

De bijdrage van het niet-uitvoerend bestuur aan het jaarverslag van 2023 heeft tot doel verantwoording af te leggen over het intern toezicht zoals is vastgelegd in de artikelen 103 lid 4, 101a lid 4 en 104 lid 2 van de Pensioenwet. Het niet-uitvoerend bestuur heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. Het niet-uitvoerend bestuur is ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur en legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan en sociale partners en in het bestuursverslag. Het niet-uitvoerend bestuur staat het bestuur waarvan zij zelf deel uitmaakt met raad ter zijde. 

Werkwijze en thema’s

Gedurende het verslagjaar is gewerkt met portefeuilles en portefeuillehouders binnen het niet-uitvoerend bestuur, toegespitst op de volgende beleidsgebieden: 

  • Governance;
  • Risk & Compliance;
  • Balansmanagement;
  • Pensioenzaken & Communicatie.

Ondanks dat er sprake is van een portefeuilleverdeling met aandachtsgebieden, houdt het gehele niet-uitvoerend bestuur toezicht op alle beleidsgebieden.

Het niet-uitvoerend bestuur heeft toezicht gehouden vanuit verschillende invalshoeken:

  • De zorg voor het pensioen van de deelnemer is leidend voor het toezichthouden.
  • De rol en bijbehorende kwaliteiten van de toezichthouder.
  • De jaarplanactiviteiten.

Het volledige verslag intern toezicht is te downloaden via de website van het pensioenfonds. Het niet-uitvoerend bestuur streeft naar continue verbetering. Hierna volgen daarom voor dit bestuursverslag samengevat de bevindingen van de door het niet-uitvoerend bestuur getoetste toezichtgebieden. Aan deze punten werkt het bestuur nadrukkelijk in 2024.

Besturing

Bevindingen
Het bestuur heeft, naar oordeel van het niet-uitvoerend bestuur, fondsorganen in het algemeen en het Verantwoordingsorgaan in voldoende mate bij het beleid betrokken.

Aanbevelingen/actiepunten
Samenwerking tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan behoeft constante aandacht, mede gezien vanuit de rol van het verantwoordingsorgaan in de Wet Toekomst Pensioenen transitie. Het bestuur wordt daarom uitgedaagd om te blijven investeren in de samenwerking met het verantwoordingsorgaan, bijvoorbeeld door middel van gezamenlijke kennissessies. 

Het functioneren van de governance

Bevindingen
De governance in het pensioenfonds werkt goed en effectief. De rollen van het uitvoerend bestuur, het niet-uitvoerend bestuur en de onafhankelijke voorzitter zijn helder omschreven en worden consequent nageleefd.

In het afgelopen jaar is het bestuur geconfronteerd met het (aanstaande) vertrek van enkele leden. In dat kader vraagt het niet-uitvoerend bestuur zich af of het bestuur voldoende proactief is geweest omtrent de opvolging van de vertrekkende leden.

Aanbevelingen/actiepunten
Het niet-uitvoerend bestuur adviseert het bestuur om te kijken of het pro-actiever kan zijn bij de vervulling van voorspelbare vacatures.

Het functioneren van het bestuur inclusief cultuur en gedrag

Bevindingen
Ondanks de bestuurlijke drukte, is het bestuur 'in control'; de kwaliteit van de voorbereiding en besluitvorming staat te allen tijde centraal. Verder is de norm dat de agenda van het bestuur volledig is, zonder onnodige agendapunten en wordt tijdens de vergaderingen het BOB-model (BOB: Beeldvorming-Oordeelsvorming-Besluitvorming) toegepast. Echter, het niet-uitvoerend bestuur constateert dat in sommige gevallen deze stappen te ver uit elkaar liggen. Daarnaast kan het vastleggen van deze besluitvorming en de motiveringen die daaraan ten grondslag liggen, verbeterd worden. 

Er wordt binnen het bestuur actief aandacht besteed aan kennis en ontwikkeling van individuele bestuursleden en er wordt gezocht naar voortdurende verbetering. Dat vindt het niet-uitvoerend bestuur een positieve ontwikkeling. Verder treden er in 2024 een nieuwe voorzitter en drie nieuwe niet-uitvoerend bestuursleden aan, dat zal resulteren in een impact op de bestuurscultuur en dynamiek. 

Er heerst een open cultuur binnen het fonds, waardoor bestuursleden elkaar kunnen en durven aanspreken op hun (professioneel) gedrag. Het niet-uitvoerend bestuur is voorts van mening dat het bestuur handelt op integere wijze. In de Integriteitregeling is het beleid ten behoeve van de beheersing van integriteitsrisico's vastgelegd. Een onafhankelijke externe compliance officer is aangesteld. Over de beleidsuitvoering wordt verantwoording afgelegd.

Aanbevelingen/actiepunten
Het bestuur wordt geadviseerd nog nadrukkelijker aandacht te hebben voor de bestuurlijke discussie, het trekken van gezamenlijke bestuurlijke conclusies, de motivering van bestuursbesluiten – zowel in de voorleggers als in de verslaglegging van de vergadering.

Het verdient voorts aanbeveling om de stappen beeldvorming – oordeelsvorming – besluitvorming in het proces zo dicht mogelijk bij elkaar te organiseren. Binnen WTP is er soms niet aan te ontkomen dat het BOB-model (‘Beeldvorming – Oordeelsvorming – Besluitvorming’) niet zuiver wordt gevolgd. Wel zou in de voorleggers bij de verschillende fases van "BOB" goed het gevolgde proces, eventueel eerder gevormde beelden of oordelen kunnen worden verwoord.

Het bestuur wordt aanbevolen te werken aan teamvorming en boardroom dynamics in de sterk vernieuwde samenstelling.

Het beleid van het bestuur

Bevindingen
De procedures rondom de beleidsvorming zijn goed gevolgd en het overleg met sociale partners verloopt goed. Ook een goede uitwisseling van standpunten in het kader van de Wet Toekomst Pensioenen met sociale partners. 

Tijdens de gesprekken over strategie waren missie, visie en strategie het uitgangspunt en stond de risicobereidheid van deelnemers aan de basis van het beleid. Ook heeft het niet-uitvoerend bestuur geen inconsistenties geconstateerd tussen de strategie en missie van het fonds, noch tussen het (staande) beleid van het fonds en de strategie. Tevens is de communicatie van het fonds in lijn met het staande beleid.

Mede door de Wet Toekomst Pensioenen discussie is er meer aandacht voor de verwoording van besluiten en het concreet weergeven van de overwegingen die tot het besluit hebben geleid. Het niet-uitvoerend bestuur juicht die ontwikkeling toe.

Naleving Code Pensioenfondsen

Bevindingen
Het pensioenfonds voldoet momenteel niet aan de diversiteitsnorm voor al haar organen, zoals is vastgelegd in de code voor pensioenfondsen. Zo bestaat het verantwoordingsorgaan volledig uit mannen. Het bestuur is zich hiervan bewust en neemt actief stappen om hier aandacht aan te besteden bij benoemingsprocessen. Wat betreft de andere aspecten van de voornoemde code, voldoet het pensioenfonds wel aan de gestelde normen.

Bij de vervulling van de vacante positie van de voorzitter heeft het bestuur getracht om iemand van buiten de pensioensector te zoeken. Diversiteit was één van de selectiecriteria maar het streven naar kwaliteit had de doorslaggevende factor. Hoewel het niet-uitvoerend bestuur de bestuurlijke keuze kan volgen, wordt met betreffende keuze een kans om beter te voldoen aan het eigen diversiteitsbeleid gepasseerd.

Aanbevelingen/actiepunten
Gelet op de diverse vacatures die dienen te worden vervuld in 2024, beveelt het niet-uitvoerend bestuur aan om samen met de voordragende partijen doelgericht te werken aan een meer divers samengesteld bestuur.

Algemene gang van zaken in het pensioenfonds inclusief specifiek de uitvoeringskosten

Bevindingen
De kosten per deelnemer zijn in het afgelopen jaarverslag duidelijker weergegeven, waarmee de transparantie van het fonds verhoogd is. Zorgelijk zijn echter de hoge kosten per deelnemer, mede als gevolg van de projectkosten die samenhangen met de Wet Toekomst Pensioenen. 

Aanbevelingen/actiepunten
Hoewel de kosten per deelnemer in vergelijking met fondsen van gelijke omvang vergelijkbaar zijn, acht het niet-uitvoerend bestuur het van belang om een blijvende focus op kostenbeheersing te houden als belangrijk element om het draagvlak bij deelnemers te behouden.

Het risicomanagement

Bevindingen
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het fonds de (niet-)financiële risico’s in voldoende mate beheerst. Kijkend naar de kwartaalrapportages van de sleutelfunctiehouders, kan geconcludeerd worden dat het fonds een overall gestructureerde aanpak van de risico’s hanteert middels effectieve beheersmaatregelen en risico’s tijdig worden gesignaleerd en gemonitord. Er ligt aldus volgens het niet-uitvoerend bestuur een sterke focus op risicobeheersing binnen het fonds.

Het niet-uitvoerend bestuur heeft geconstateerd dat er is sprake van een volledig werkend proces van strategische asset allocatie qua beleidsvorming, uitvoering, evaluatie en bijsturing. Monitoring vindt plaats via maandrapportage vermogensbeheer, kwartaalgewijze integrale bestuursrapportage en kwartaalrapportage vermogensbeheer.

Het niet-uitvoerend bestuur heeft geconstateerd dat mandaten helder zijn geformuleerd in overeenkomsten. Signalering van overschrijding van richtlijnen vindt plaats door de externe bewaarnemer (Caceis) en de uitvoerend bestuurder monitort de totale uitvoering van het (uitbestede) vermogensbeheer. Er is een in de organisatie verankerd proces voor selectie, monitoring etc. van vermogensbeheerders.

Het fonds belegt volgens een duidelijk en degelijk proces met oog voor de lange termijn. Geconstateerd kan worden dat bij de uitvoering van het (strategisch) beleggingsbeleid en de invulling daarvan wordt voldaan, al lijkt soms alsof zonder diepgaande discussie kennis wordt genomen van belangrijke uitkomsten van zowel de haalbaarheidstoets als de toetsing van het strategisch beleggingsbeleid.  

Aanbevelingen/actiepunten
Het bestuur wordt uitgedaagd om na te denken of en hoe balansmanagement onderwerpen meer bestuurlijke aandacht/verdieping kunnen krijgen bijvoorbeeld door in de voorbereidende notities prikkelende, tot discussie uitnodigende vragen te stellen. Ook zou dit meegenomen kunnen worden in een volgende zelfevaluatie.

Met de komst van 4 nieuwe bestuurders zou nagedacht kunnen worden om educatie en verdieping structureel in te plannen in de bestuurlijke agenda.

Toeslagverlening

Het bestuur was gezien de verbeterde financiële positie in staat een toeslag toe te kennen. Per 1 januari 2023 zijn de pensioenen van de pensioengerechtigden en (gewezen) deelnemers met 7% verhoogd. Het niet-uitvoerend bestuur acht het verlenen van toeslag en de hoogte ervan, ook gezien de komende transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, verantwoord. Daarnaast is het niet-uitvoerend bestuur in zijn algemeenheid van oordeel dat ook bij de vaststelling van het opbouwpercentage er sprake is van een solide en prudente financiering.

Duurzaam beleggen

Bevindingen
Het fonds zet, op lange termijn binnen haar begrensde mogelijkheden als relatief klein fonds, ambitieuze stappen ten aanzien van ESG. Deze stappen worden gemonitord en periodiek geëvalueerd en bijgesteld. Echter, de ontwikkelingen ten aanzien van ESG zijn aan constante ontwikkeling onderhevig, wat van het bestuur een meer diepgaande evaluatie en heroriëntatie op het duurzaamheidsbeleid verlangt.

In 2023 heeft het fonds gewerkt aan een landenbeleid. Ook liep het IMVB-Convenant af, maar ging deze door in het beleid rond SFDR. Een bestuurlijke afhechting, evaluatie of eindrapportage van het convenant is er (nog) niet geweest. Het niet-uitvoerend bestuur heeft geconcludeerd dat er sprake is van een positieve ontwikkeling, nu er ten aanzien van SFDR goede stappen zijn gezet die door het fonds als een artikel 8 worden gekwalificeerd.

Aanbevelingen/actiepunten
Binnen het duurzaam beleggen (ESG)-beleid worden – als onderdeel van het strategisch beleggingsbeleid – stappen gezet. Echter het niet-uitvoerend bestuur beveelt het bestuur aan om ook het (strategisch) beleid periodiek te (blijven) evalueren en de focus te houden op het (middel)lange termijnperspectief ten aanzien van ESG en de daarvoor benodigde kennis en kunde in het bestuur te organiseren.

Ook beveelt het niet-uitvoerend bestuur aan om bestuurlijk de afloop van het IMVB-convenant te markeren middels een eindevaluatie en rapportage.

Uitbestedingsbeleid

Bevindingen
Conform artikel 14 lid 2 Besluit PW besteedt het fonds een groot deel van haar activiteiten (pensioenbeheer en -administratie, communicatie, fiduciair management, bestuursondersteuning) uit aan verschillende partijen waarmee al langjarig wordt samengewerkt. Die langjarige samenwerking zorgt ervoor dat in het transitieproces naar de Wet Toekomt Pensioen terug kan worden gevallen op een betrouwbare relatie waarin partijen precies van elkaar weten wat ze kunnen verwachten. Ook zorgt het ervoor dat deze uitbestede partijen – ondanks de druk op de noodzakelijke stappen op weg naar het nieuwe stelsel – een beheerste en integere bedrijfsvoering kunnen blijven borgen.

Aanbevelingen/actiepunten
Het niet-uitvoerend bestuur vraagt – specifiek voor 2024 – om, ondanks de aandacht die uit moet gaan naar de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, vanuit het oogpunt van risicobeheersing voldoende aandacht te houden bij de strategische uitbestedingspartners om de dienstverlening kwalitatief op het niveau te houden dat nodig en afgesproken is.

Verder beveelt het niet-uitvoerend bestuur aan of – na de transitie naar het nieuwe stelsel – is te evalueren of de (voor de periode na de transitie de huidige) strategische uitbestedingspartners nog steeds passen bij de dan geldende strategische ambities van het fonds.

Datakwaliteit, datamanagement, informatiebeveiliging

Bevindingen
Het niet-uitvoerend bestuur heeft vastgesteld dat het bestuur er in voldoende mate voor zorgt dat de kwaliteit, het onderhoud, de actualiteit, het beheer, de betrouwbaarheid en de veiligheid van de pensioenadministraties en de gegevensverwerking en verstrekking zo hoog mogelijk wordt gehouden en – waar nodig - (verder) wordt verhoogd. In dat kader is onder andere het IT-beleid vastgesteld en audit de sleutelfunctiehouder Risicobeheer in een multi-client aanpak verschillende IT-processen bij TKP.

Aanbevelingen/actiepunten
Grootste uitdaging voor het pensioenfonds ligt in de nabije toekomst op de realisatie van de overgang/implementatie naar het nieuwe pensioenstelsel. Deze transitie naar een nieuwe regeling stelt extra eisen aan IT-systemen, datamanagement en informatiebeveiliging. 

De evenwichtige belangenafweging

Bevindingen
Het niet-uitvoerend bestuur constateert dat het toepassen van het ontwikkelde beleidskader evenwichtige belangenafweging in elk geval leidt tot een gedegen evenwichtigheidsbeoordeling ex artikel 105 lid 2 Pensioenwet. De documentatie van de belangenafweging met vastlegging van de overwegingen is duidelijk verbeterd. De besluitvorming over de indexatie, is mede daardoor op een goede manier verlopen.

Aanbevelingen/actiepunten
Belangrijk is om ook het verantwoordingsorgaan goed mee te nemen in de evenwichtigheidsbeoordeling.

Transparante en begrijpelijke communicatie

Bevindingen
Het niet-uitvoerend bestuur zag toe op een transparante en begrijpelijke communicatie met alle stakeholders. Richting deelnemers betekent dat communicatie op taalniveau B1.

Geen aanbevelingen/actiepunten.

Wet Toekomst Pensioenen

Het niet-uitvoerend bestuur constateert dat het bestuur en de projectgroep zich bijzonder hebben ingespannen om de aanbeveling van het niet-uitvoerend bestuur na te leven, namelijk te komen tot een consequente vastlegging van alle relevante besluiten en de daarbij aan de grondslag liggende motivering. De benodigde milestones zijn behaald. Het niet-uitvoerend bestuur onderkent echter wel het risico dat, door veelal externe omstandigheden, de kans op het naar achteren moeten doorschuiven van de transitiedatum groter wordt. Het niet-uitvoerend bestuur constateert dat de (deel)besluitvorming rondom de Wet Toekomst Pensioenen zeer gefaseerd en gestructureerd verloopt waarbij de toepassing van het BOB-model wel wordt gehanteerd, maar dat er soms veel tijd zit tussen beeld- en oordeelsvorming en het uiteindelijke besluit. Het niet-uitvoerend bestuur vraagt zich af of het bestuur door het hanteren van het (vanuit de projectaansturing begrijpelijke) BOB-model, de besluitvorming en de evenwichtigheid daarvan als geheel nog wel goed kan overzien. Gedurende het jaar zijn niet-uitvoerend bestuursleden nadrukkelijker dan strikt passend in de governance – soms vanuit hun expertise – intensiever betrokken geweest bij de beleidsvoorbereiding. Dit past volgens het niet-uitvoerend bestuur bij de majeure transitie die het fonds te doorstaan heeft. Echter, het is wel zaak dat na implementatie Wet Toekomst Pensioenen de governance, de rolverdeling tussen uitvoerend bestuur en het niet-uitvoerend bestuur en de rolvastheid daarbinnen, teruggaat naar hetgeen vanuit het bestuursmodel beoogd is.

Opvolging eerdere aanbevelingen intern toezicht

Het bestuur heeft de aanbevelingen van het intern toezicht adequaat opgevolgd. Resterende acties zijn in het toezichtplan 2024 opgenomen.

3.2.3 Verslag auditcommissie

Conform het omgekeerd gemengd bestuursmodel heeft het bestuur ter ondersteuning van de interne toezichtfunctie een externe auditcommissie ingesteld. In voorjaar 2020 is het reglement van de auditcommissie aangepast om het adviserende karakter van de auditcommissie te verduidelijken (zie jaarverslag 2020). De niet-uitvoerende bestuursleden benoemen en ontslaan de leden van de auditcommissie.

In 2023 bestond de auditcommissie uit twee onafhankelijke leden: de heer W.S. Zeverijn en mevrouw E.J.J. Vlastuin.

In het verslagjaar hebben de leden diverse contacten met de voorzitter en de respectievelijke niet-uitvoerende bestuursleden gehad. Ook hebben de leden twee vergaderingen van het niet-uitvoerend bestuur fysiek bijgewoond. 

In het verslagjaar hebben de leden het niet-uitvoerend bestuur onder andere geadviseerd over:

  • De invulling en uitvoering van het intern toezicht;
  • Het toezichtplan 2023 en 2024 van het niet-uitvoerend bestuur;
  • De wijze waarop het niet-uitvoerend bestuur kan steunen op activiteiten van onder andere sleutelfunctiehouders.

De leden hebben gemerkt dat het niet-uitvoerend bestuur open stond voor deze adviezen en hiermee aantoonbaar aan de slag is gegaan.

De leden hebben ervaren dat het niet-uitvoerend bestuur transparant is richting de auditcommissie en de auditcommissie van adequate informatie heeft voorzien.

3.2.4 Geschiktheid van het bestuur

In 2023 heeft het bestuur voornamelijk educatie sessies Wet Toekomst Pensioenen gehouden om de geschiktheid van de bestuursleden, naast individuele opleidingen, mede op peil te houden. In deze sessies is ook het onderwerp "Datakwaliteit" aan de orde gesteld: 'Welke acties kan het bestuur nemen om tot een optimalisatie te komen van data in de administratie?' Dit mede om te zorgen dat het uitgangspunt voor de transitie naar de nieuwe solidaire pensioenregeling geoptimaliseerd kan worden. Daarnaast hebben bestuurders individueel educatie gevolgd.

3.2.5 Beloningsbeleid

In 2023 is het beloningsbeleid aangepast. Vanwege economische omstandigheden ("hoge inflatie") is de hoogte van de beloning geindexeerd per 1 januari 2023 met 3,8%.
Als basis is genomen het indexgetal CAO-lonen. Ook het beloningsbeleid voor het verantwoordingsorgaan is aangepast. Naast de vier reguliere vergaderingen is een aantal korte vergaderingen gehouden die twee uur of korter hebben geduurd. Het fonds heeft beoordeeld dat voor een dergelijke korte vergadering de helft van de standaard vergoeding aan het VO in rekening kan worden gebracht. Het verantwoordingsorgaan heeft een positief advies gegeven op het aangepaste beloningsbeleid.

Het beloningsbeleid is in te zien via de website van het pensioenfonds.

3.2.6 Vergaderdata, studie/beleidsdagen en overige bijeenkomsten

Het bestuur heeft in 2023 vijftien keer vergaderd. Acht keer kwam het bestuur bijeen voor een reguliere vergadering, daarnaast vond in januari een zelfevaluatie plaats. Zes vergaderingen zijn specifiek besteed aan de overgang naar het nieuwe pensioencontract.  

3.2.7 Actuariële en bedrijfstechnische nota

Op 13 december 2023 heeft een update van de Abtn plaatsgevonden naar de situatie van 1 januari 2024. Deze aanpassing behelzen:

  • De verplichtstelling is in lijn gebracht met de door het ministerie gepubliceerde tekst;
  • Actualisatie parameters/kerncijfers;
  • Actualisatie beleggingsbeleid;
  • Actualisatie actuariële grondslagen;
  • Verklaring inzake beleggingsbeginselen;
  • De heer Verbrugge is geen lid meer van het bestuur namens de werkgever;
  • Actualisatie premiebeleid.

3.2.8 Wet- en regelgeving - relevante ontwikkelingen

Wet toekomst pensioenen
Een zeer belangrijk aandachtspunt voor het bestuur in was 2023 de implementatie van de Wet toekomst pensioenen. Het bestuur heeft gemerkt dat er veel op hen afkwam en heeft hier in samenwerking met uitbestedingspartijen, adviseurs en in nauwe afstemming met de externe toezichthouders hard aan gewerkt. Het bestuur heeft in 2023 gestreefd naar voorbereidingen met als doel een transitiedatum per 1 januari 2025.

De Eerste Kamer heeft de wet op 30 mei 2023 aangenomen. De wet is in werking getreden op 1 juli 2023. Het wetgevingstraject, met name de lagere wetgeving verliep helaas langzamer dan gehoopt. 

Datakwaliteit
In 2023 is onder leiding van een bestuurlijk aangestelde projectleider in samenwerking met de pensioenuitvoerder conform het kader datakwaliteit een project optimalisatie van de datakwaliteit opgepakt en deels afgerond. 

Tekortkomingen in de datakwaliteit zouden kunnen leiden tot foutief vastgestelde pensioenuitkeringen, inefficiënte processen, onjuiste rapportages en extra kosten en daarmee tot financiële schade of reputatieschade. Adequate en aantoonbare beheersing van de datakwaliteit zorgt voor transparantie naar deelnemers en toezichthouders en draagt bij aan een goede reputatie, robuustheid van de pensioenuitvoering, compliance, kostenbeheersing en kan een versneller zijn voor innovatie.

Daarbij was het doel van het bestuur door de focus op de vereiste datakwaliteit bij te dragen aan een beheerste overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. In het kader van de overgang naar een nieuw pensioencontract deden sociale partners het verzoek tot invaren vanuit van de reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten aan het fondsbestuur. Met het project datakwaliteit is gewerkt aan een belangrijke randvoorwaarde voor het invaren. Optimale datakwaliteit helpt recht te doen aan de reeds opgebouwde aanspraken en rechten en voorkomt mogelijke geschillen met (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden daarover. In 2023 zijn onder andere vele sessies gehouden om knelpunten nader te analyseren en in kaart te brengen zodat deze kunnen worden opgelost.

Aanpassing verplichtstelling
Onderdeel van de Wet toekomst pensioenen is dat per 1 januari 2024 de minimum toetredingsleeftijd tot de pensioenregeling wijzigt van 21 jaar naar 18 jaar. Op verzoek van sociale partners heeft het bestuur na inwerkingtreding van de wet een verzoek tot wijziging ingediend bij het ministerie. Het ministerie is akkoord gegaan waardoor ook 18- tot en met 20-jarigen vanaf 1 januari 2024 onder de verplichtstelling vallen.

ZZP als deelnemer in de pensioenregeling
Op verzoek van sociale partners en in samenwerking met hen, heeft het pensioenfonds in 2022 beoordeeld of het brengen van ZZP’ers onder de verplichtstelling een haalbare kaart is. Het bestuur heeft na dit onderzoek geconcludeerd dat het op dit moment niet verantwoord is om ZZP’ers onder de verplichtstelling te brengen. Het bestuur adviseert sociale partners om ZZP’ers vooralsnog niet onder de verplichtstelling te brengen.

In navolging op dit onderzoek heeft het fonds in het najaar van 2023 een seminar gehouden over dit onderwerp. Een spreker van de Pensioenfederatie heeft een overzicht gegeven van de stand van zaken met betrekking tot wetgeving. Een spreker van een uitvoeringsorgaan gaf een overzicht van de vragen waarmee een fonds te maken krijgt als zelfstandigen onder een verplichtstelling vallen. Uit geluiden van de aanwezigen werd duidelijk dat het op dit moment niet passend is om zelfstandigen onder de verplichtstelling te brengen. Dit is een bevestiging van de uitkomsten van het onderzoek in 2022.

3.2.9 Vooruitblik 2024

2024 zal voor het pensioenfonds weer een jaar vol dynamiek zijn. Op basis van het in 2023, samen met Sociale Partners, op gestelde transitieplan zullen we overgaan naar het nieuwe pensioencontract, dat past binnen de kaders van de Wet toekomst pensioenen. Het was de ambitie om aan het eind van 2024 de huidige pensioenen ‘in te varen’ in het nieuwe stelsel.  Bij de overgang spelen meerdere partijen naast het pensioenfonds een belangrijke rol, zoals TKP (onze uitvoeringsorganisatie) maar ook DNB en de AFM. Het bestuur heeft als leidend beschouwd, het belang dat het hecht aan een beheerste en zorgvuldige overgang. Geconcludeerd is dat een overgang per 1 januari 2025 niet mogelijk is. Om een zorgvuldige overgang zeker te stellen, besloot het bestuur op 15 maart 2024 de overgang een jaar uit te stellen, naar 1 januari 2026. De afspraken, gemaakt door en met onze sociale partners, blijven daarbij ongewijzigd. 

Ondanks het uitstel verwachten we dat de druk op het fonds en partijen die ons bij de implementatie helpen, niet afnemen. Daarbij is onze verwachting dat, ondanks de turbulentie, de Nederlandse politiek, de huidige wetgeving niet zal wijzigen. 

Op grond van hun aflopende bestuurstermijn, zullen 3 bestuursleden, waaronder de voorzitter, medio 2024 aftreden. Omdat deze mutaties voorzien waren, zijn tijdig procedures gestart om in de vacatures te voorzien. De verwachting is dat per 1 juli 2024 het bestuur weer volledig is, zodat continuïteit is verzekerd.

In 2024 zal de branche verdergaand inzetten op publiek-private samenwerking in het veiligheidsdomein. Hierdoor wordt de toegevoegde waarde van particuliere beveiliging in het publieke domein nog zichtbaarder, wat de veiligheid dient. Maar ook samenwerking binnen het domein van private veiligheid is een groot goed waarbij onder andere de verdere integratie tussen mensbeveiliging en beveiligingstechniek verder ontwikkeld gaat worden. Dat is ook nodig om een antwoord te vinden op de uitdagingen die er zijn zoals een krappe arbeidsmarkt maar ook de mogelijke invloed van kunstmatige intelligentie op de sector. 

Behalve de onzekere situatie in de binnenlandse politiek, brengen ook buitenlandse crises onzekerheid met zich mee. Vooralsnog verwachten wij dat financiële gevolgen beperkt zullen zijn. Ons beleggingsbeleid blijft op de lange termijn gericht. 

Ondanks de geschetste ontwikkelingen in het pensioendomein, blijft onze belangrijkste doelstelling de dienstverlening aan onze deelnemers en werkgevers te continueren en waar mogelijk verder te verbeteren.

3.3 Hoofdpunten pensioenregeling

Pensioensysteem
De pensioenregeling is een middelloonregeling gebaseerd op een CDC (collectieve beschikbare premieregeling) waarbij het maximale opbouwpercentage 1,875% bedraagt. Het beschikbare budget is op basis van het premievolume 2018 door sociale partners vastgesteld op 12,3% van de loonsom. Het opbouwpercentage voor 2023 is vastgesteld op 1,60%. Voor 2024 is het opbouwpercentage vastgesteld op 1,84%.

Toetredingsleeftijd
Een werknemer die in dienst is bij een werkgever die is aangesloten bij het pensioenfonds, neemt verplicht deel aan de pensioenregeling. De deelname gaat in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 21 jaar wordt. Per 1 januari 2024 is deze leeftijd gewijzigd naar 18 jaar. 

Pensioenleeftijd
De pensioenleeftijd in 2023 is 67 jaar. Ondanks dat door de overheid de fiscale pensioenleeftijd in 2018 is verhoogd naar 68 jaar hebben sociale partners de pensioenleeftijd niet gewijzigd.

Belanghebbenden
Het pensioenfonds kent de volgende belanghebbenden:

  • actieve deelnemers en arbeidsongeschikten;
  • gewezen deelnemers;
  • pensioengerechtigden (zowel nabestaanden als wezen);
  • werkgevers.

Pensioengrondslag
De grondslag voor het pensioen is een tot een jaarbedrag herleid salaris tot een maximum van € 66.956 (in het jaar 2023) verminderd met een franchise van € 20.938 (in het jaar 2023). Hiermee komt de maximale pensioengrondslag voor 2023 op € 46.018. Onder pensioengevend salaris wordt verstaan het op de datum van vaststelling van de pensioengrondslag voor de deelnemer geldende basissalaris vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag zoals in het pensioenreglement omschreven.

Opbouwpercentage ouderdomspensioen

Opbouwpercentage ouderdomspensioen
In 2023 wordt 1,60% van de pensioengrondslag opgebouwd aan ouderdomspensioen.

Partnerpensioen
Het partnerpensioen bedraagt 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit wordt voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten nog vermeerderd met 70% van het ouderdomspensioen dat zij nog hadden kunnen opbouwen tot de pensioendatum. Voor dit deel van het partnerpensioen wordt uitgegaan van een opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen van 1,875%.

Wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt 14% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Dit wordt voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten nog vermeerderd met 14% van het ouderdomspensioen dat zij nog hadden kunnen opbouwen tot de pensioendatum. Voor dit deel van het wezenpensioen wordt uitgegaan van een opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen van 1,875%. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot 18 jaar of tot 27 jaar voor studerende kinderen. Als beide ouders zijn overleden, wordt het wezenpensioen verdubbeld.

Premie
De premie in 2023 bedraagt 32% van de pensioengrondslag. De aangesloten werkgever is de premie voor de in zijn dienst zijnde deelnemers verschuldigd aan het pensioenfonds. Van de premie komt 40% voor rekening van de deelnemer.

Premievrijstelling
Als een deelnemer een WIA- of WAO-uitkering ontvangt, voorziet het reglement (onder voorwaarden) in een premievrije opbouw. Voor de voortzetting van de pensioenopbouw is over dit inkomensgedeelte geen bijdrage verschuldigd.

In de communicatie over de pensioenregeling wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het beschikbare budget, de daling of stijging van het opbouwpercentage en het risico dat deelnemers lopen in verband met een pensioenopbouw die over de jaren heen fluctueert.

Uitvoeringsreglement
Aangesloten werkgevers zijn naast de bepalingen in het pensioenreglement tevens gebonden aan de bepalingen in het uitvoeringsreglement. In dit reglement zijn onder andere afspraken vastgelegd over:

  • De wijze van vaststelling van de premie;
  • De betaling van de premie;
  • De verplichting tot informatieverstrekking door de werkgever;
  • Procedure bij niet nakomen betalingsverplichting.

3.4 Informatie over toezicht door AFM en DNB

AFM
De AFM is als toezichthouder belast met het bevorderen van een zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten, waaronder het bewaken van de informatie die pensioenfondsen verschaffen ten aanzien van juistheid en begrijpelijkheid.

Contact met de AFM
Er is in 2023 correspondentie met de AFM geweest over de volgende onderwerpen:

  • Op 15 maart 2023 heeft het pensioenfonds van AFM een brief ontvangen over de terugkoppeling onderzoek tijdelijke toeslagverlening. Het fonds is aangesproken op het feit dat informatie omtrent de toeslagverlening niet tijdig heeft plaatsgevonden. De informatie op zich was wel correct.
  • Op 29 maart 2023 heeft het AFM de vooraankondiging Toezichtsrapportage Twedepijlerpensioen aan het fonds gezonden.
  • Op 3 mei 2023 heeft het fonds de definitieve uitvraag informatieverzoek Toezichtsrapportage Tweedepijlerpensioen ontvangen.
  • Op 28 juni 2023 heeft het fonds het terugkoppelingsrapport Sectorbeeld Pensioen 2023 ontvangen.

DNB
DNB is als toezichthouder belast met het prudentieel toezicht. Dit toezicht richt zich op de financiële stevigheid van financiële ondernemingen. Doel is bij te dragen aan de stabiliteit van de financiële sector. Het pensioenfonds legt daarom structureel alle wijzigingen in statuten, reglementen, Abtn en de jaarstukken voor aan DNB. Verder informeert het pensioenfonds DNB met de voorgeschreven rapportages periodiek over de financiële situatie van het pensioenfonds.

Er is reguliere correspondentie met de toezichthouder geweest in 2023. Zo ontving het pensioenfonds van DNB verschillende algemene brieven over op dat moment actuele thema’s voor pensioenfondsen. Dit waren onder andere de toezichtthema’s 2023, informatiebeveiliging en publicatie kwartaal- en jaarcijfers op website DNB.

Daarnaast heeft het bestuur diverse malen contact gehad met DNB over Wet Toekomst Pensioenen vraagstukken en de voortgang van de implementatie. 

Geen sancties AFM of DNB
In 2023 zijn aan het pensioenfonds geen dwangsommen of boetes opgelegd door AFM en/of DNB. Er zijn door DNB geen aanwijzingen aan het pensioenfonds gegeven, noch is een bewindvoerder aangesteld of is bevoegdheidsuitoefening van organen van het pensioenfonds gebonden aan toestemming van DNB.

Onderzoeken vanuit DNB
In 2023 heeft geen fondsspecifiek onderzoek vanuit DNB plaatsgevonden.

3.5 Communicatie

Goede pensioencommunicatie is erg belangrijk. Met goede, aantrekkelijke en relevante communicatie activeren we deelnemers om in beweging te komen en gepaste keuzes te maken. We willen ze de juiste inzichten geven, zodat ze zelf actie ondernemen wanneer dat nodig is. Met als doel dat deelnemers  zelf de regie te kunnen nemen over hun eigen pensioensituatie. We bouwen aan een sterke en goede relatie met onze deelnemers zodat zij vertrouwen hebben in en tevreden zijn over het pensioenfonds.

Communicatiebeleidsplan 2021-2023
De communicatie van Pensioenfonds Particuliere Beveiliging gebeurt op basis van een communicatiebeleidsplan en een jaarlijkse communicatieplan. Wij stellen het beleidsplan telkens voor een periode van drie jaar vast. Het huidige communicatiebeleidsplan is tot en met 2023 vastgesteld.

De twee beleidsdoelen voor deelnemers en werkgevers zijn:

Zelfredzaamheid:

  • Onze deelnemers zijn zelfredzaam: ze hebben inzicht in hun pensioen en komen in actie als dat nodig is;
  • Onze werkgever (of administratiekantoor) is zelfredzaam: hij heeft inzicht in de pensioenregeling en weet wanneer hij of zijn werknemers in actie moeten komen.

Relatie:

  • Onze deelnemers hebben een sterke relatie met Pensioenfonds Particuliere Beveiliging;
  • Onze werkgever (of administratiekantoor) heeft een sterke relatie met het pensioenfonds.

Met communicatie dragen wij bij aan het realiseren van bovenstaande beleidsdoelen.

Eind 2021 is naar aanleiding van het herijken van de missie en visie ook de strategische ambitie verder aangescherpt. Deze strategische ambitie is verwerkt in het communicatiejaarplan 2023.  

Nieuw pensioenstelsel
In 2023 zijn we ook gestart met het opstellen van het verplichte communicatieplan in het kader van de Wet Toekomst Pensioenen. De pensioenuitvoerder TKP is penvoerder van het document. Toezichthouder AFM heeft bepalingen waar het plan aan moet voldoen vastgelegd in een leidraad. 

Al in 2022  heeft Pensioenfonds Particuliere Beveiliging op haar website een aparte themapagina ‘Nieuwe pensioenregels’ gepubliceerd. Deelnemers worden op deze plek geïnformeerd over de voortgang van en de veranderingen door het nieuwe pensioenstelsel. De themapagina wordt continu geactualiseerd. 

Website en portaal
Wij bieden veel informatie via de website aan. Voor de deelnemer wordt na inloggen op het persoonlijke portaal specifiek die informatie getoond die voor zijn of haar persoonlijke situatie relevant is. Actieven, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden hebben daarmee rechtstreeks toegang tot hun persoonlijke gegevens, opgebouwde aanspraken en documenten. Via de pensioenplanner kunnen deelnemers zelf eenvoudig online pensioen aanvragen, uitrekenen hoeveel pensioen zij later krijgen, of bijvoorbeeld nagaan wat het betekent als zij eerder met pensioen gaan. Ook kunnen deelnemers hun gegevens controleren en waar nodig aanpassen dan wel aanvullen. Naast digitale dienstverlening biedt het pensioenfonds ook de mogelijkheid om via pensioenconsulenten te worden ondersteund.

Dit sluit goed aan op ons beleid om een open, betrouwbare en toegankelijke organisatie te zijn, waarbij het verkrijgen van een realistische kijk op de eigen pensioensituatie zo eenvoudig mogelijk wordt. Op de website hebben wij specifieke thema-pagina’s gemaakt. Informatie over belangrijke actuele onderwerpen zijn makkelijk te vinden voor deelnemers en we kunnen deelnemers ernaar verwijzen.

Campagnes
Onze campagnes zijn laagdrempelig van aard en zoomen zoveel mogelijk in op de fase waarin de werkgever of deelnemer zich bevindt. Dat betekent dat we relevante informatie op het juiste moment in een aansprekende vormgeving aanbieden. We activeren op deze manier deelnemers (eventueel via de werkgever) om meer inzicht te krijgen in hun individuele pensioensituatie en de mogelijkheden die de pensioenregeling biedt. Naast het pensioenregister is het persoonlijk pensioenportaal een belangrijk communicatiemiddel waar een deelnemer zoveel mogelijk op maat wordt bediend. In 2023 waren de belangrijkste campagnes:

  • Verkort Jaarverslag 2022 uitgevoerd in een nieuw format – in deze verkorte versie geeft het pensioenfonds een beeld van de belangrijkste cijfers en feiten van 2022. We sturen de e-mailing naar werkgevers en deelnemers met emailadres. Ook berichten we over het (verkort) jaarverslag op onze website;
  • Videogesprekken – we nodigen actief deelnemers van 55 jaar en ouder uit om hiervan gebruik te maken. De mogelijkheid voor het maken van een videogesprek staat ook openbaar op de contactpagina van de website;
  • Pensioen3daagse – we volgen in onze communicatie het landelijke thema van de Pensioen3daagse. Veel werkgevers, pensioenaanbieders en pensioenadviseurs nemen deel om Nederlanders in beweging te krijgen voor hun pensioen. Het thema van 2023 was net als in 2022: ‘Heb jij later goed geregeld? Check het nu!’. De campagne is gestuurd naar alle deelnemers die digitaal bereikbaar zijn en we hebben ook de werkgevers hierover geïnformeerd;
  • Campagne e-mailadressen verzamelen – we willen zoveel mogelijk digitaal communiceren en activeren deelnemers om hun e-mailadres te registreren. Deelnemers zonder e-mailadres ontvangen een kaart met activatie om hun e-mailadres te registreren en hun communicatie-voorkeur op digitaal te zetten in hun portaal.  Deelnemers 80+ en gewezen deelnemers met kleine pensioenen onder de afkoopsom hebben we geen kaart gestuurd;
  • Mijn werknemer gaat met pensioen – we geven de werkgevers concrete handvatten om met de werknemer in gesprek te gaan over pensioen. Met deze campagne helpen we de werkgever en zijn werknemers op weg met het nadenken over met pensioen gaan. De e-mailing is gestuurd naar die werkgevers met werknemers in dienst die maximaal 5 jaar voor pensioendatum zitten.

Naast bovenstaande specifieke campagnes zetten we ook (nieuws)brieven in waarin we meer inzoomen op actualiteit of persoonlijk relevante ontwikkelingen zoals wijzigingen in de regeling, status nieuw pensioenstelsel, verhogen van de pensioenen etc.

Panels

  • Werkgevers;
  • Deelnemers.

We hebben ook in 2023 digitale panelbijeenkomsten georganiseerd. Doel is om in gesprek te gaan met werkgevers en deelnemers zodat we weten wat er leeft. Met als belangrijkste vraag hoe kunnen  wij de werkgevers kunnen ondersteunen. En waar hebben deelnemers behoefte aan, welke communicatie spreekt aan en over welke onderwerpen wil men informatie ontvangen.

Het blijkt lastig te zijn om pensioen op de agenda te krijgen bij werkgevers en deelnemers. Voor 2024 bespreken we de inzet van panels en hoe we hier meer aandacht voor kunnen krijgen.

Relatiemanager
We hebben in 2022 de relatiemanager geïntroduceerd om de binding van het pensioenfonds met de sector en de werkgevers te vergroten. Insteek is om de werkgevers extra aandacht te geven, niet om afwijkende processen op werkgeversniveau af te spreken.  De aandacht en de korte lijnen worden erg gewaardeerd: werkgevers weten de relatiemanager te vinden met al hun vragen over pensioen en de pensioenuitvoering. 

LinkedIn
Eind 2022 zijn we gestart met de voorbereidingen van de implementatie van de bedrijfspagina Pensioenfonds Particuliere Beveiliging op LinkedIn. Met de inzet van LinkedIn willen we de zichtbaarheid van ons pensioenfonds vergroten en de relatie versterken met de werkgevers. We hebben in 2023 goede resultaten geboekt met een toenamen van het aantal volgers en de mate van engagement.

Doelgroep: werkgevers (direct), deelnemers (indirect), andere stakeholders zoals andere pensioenfondsen (indirect).

Uitbesteding pensioencommunicatie
Wij hebben de uitvoering van de pensioencommunicatie uitbesteed aan TKP. Het door het bestuur vastgestelde communicatiebeleid is uitgevoerd via de Portefeuille Pensioenzaken & Communicatie, die ook de uitvoering door TKP toetst en goedkeurt. Het bestuursbureau heeft een controlerende rol.

Keuzebegeleiding
Op 1 juli 2023 ging de Wet toekomst pensioenen in, met daarin een nieuw artikel: keuzebegeleiding. Pensioenfondsen worden daarmee verplicht om deelnemers te begeleiden bij hun pensioenkeuzes.

Het artikel luidt als volgt:
De pensioenuitvoerder begeleidt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde op een adequate wijze bij het maken van een keuze binnen de pensioenovereenkomst, zorgt voor de inrichting van de keuzeomgeving en stelt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde daarmee in staat om een passende keuze te maken.

De AFM publiceerde daarnaast een leidraad die richting en duidelijkheid geeft aan pensioenuitvoerders bij het inrichten, uitvoeren en doorlopend verbeteren van de open norm keuzebegeleiding.

Wij hebben op basis van de nieuwe wetgeving en de leidraad vastgesteld en bevestigd dat de keuzebegeleiding voor ons pensioenfonds compliant is per 1 juli 2023.

Opvolging
We overwegen om de huidige invulling van keuzebegeleiding uit te breiden. Het pensioenfonds wil deelnemers verder ontzorgen en meer begeleiden zodat zij een goede keuze kunnen maken, zoals bij het plannen van hun pensioen.

Voor de uitbreiding van deze dienstverlening kijken we naar externe partijen omdat TKP dit niet kan bieden. We zijn in 2023 gestart met een inventarisatie naar wat voor soort producten er worden aangeboden op het gebied van keuzebegeleiding en dan specifiek de combinatie machine & men: digitale tooling ondersteund met persoonlijke begeleiding.

In 2024 gaan we verder met het selecteren van een geschikte partij met als doel om op een januari 2025 de uitgebreide keuzebegeleiding te kunnen aanbieden aan onze deelnemers.

3.6 Goed Pensioenfondsbestuur en Code Pensioenfondsen

In 2023 heeft het bestuur zich met inachtneming van het onderstaande aan de Code Pensioenfondsen 2018 gehouden. Over deze code dient in het bestuursverslag van 2023 gerapporteerd te worden. Inmiddels is er een nieuw code, namelijk de Code Pensioenfondsen 2024. Het fonds heeft een jaar de tijd om deze nieuwe code te implementeren.
Code Pensioenfondsen 2018.
Het bestuur heeft geconstateerd dat norm 33 “In zowel het bestuur als in het VO of het BO is er ten minste één vrouw en één man” niet geheel wordt nageleefd. In het bestuur zitten zowel mensen van boven als van onder de 40 jaar, zoals toegelicht in pararaaf 3.1.2 van het bestuursverslag. In het bestuur zitten twee vrouwen. Eén vrouw is van niet-Nederlandse afkomst. In het VO zit geen vrouw. Er zitten in het verantwoordingsorgaan geen mensen onder de 40 jaar. Het bestuur is van mening dat het bewustzijn inzake diversiteit binnen het bestuur in voldoende mate aanwezig is. Daarnaast wil het bestuur diversiteit binnen de fondsorganen bevorderen. Bij een vacature wordt bij de voordragende en verkiesbare partij het belang van diversiteit onder de aandacht gebracht. De vereiste kwaliteit is een randvoorwaarde.

Ondanks het pas-toe-of-leg-uit karakter van de Code Pensioenfondsen zijn er bepalingen die altijd een toelichting veronderstellen. Deze normen worden hieronder genoemd, met een verwijzing naar de toelichting in het jaarverslag.

Rapportagenorm Voldoet het pensioenfonds aan de norm? Vindplaats toelichting jaarverslag of website
Norm 5    
Het bestuur legt verantwoording af over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten van dit beleid en de beleidskeuzes die het eventueel voor de toekomst maakt. Het bestuur weegt daarbij de verschillende belangen af van de groepen die bij het pensioenfonds betrokken zijn.

Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn, gerelateerd aan het overeengekomen ambitieniveau.
Ja Het bestuur beschrijft in het bestuursverslag bij de betreffende beleidsonderwerpen het beleid dat het in 2022 voerde, de gerealiseerde uitkomsten van dat beleid en de beleidskeuzes die het bestuur maakte.
Norm 31    
De samenstelling van pensioenfondsorganen is wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit, vastgelegd in beleid. Zowel bij de aanvang van een termijn, als ook tussentijds bij de zelfevaluatie vindt een check plaats.
Ja Het bestuur rapporteert in het bestuursverslag over de samenstelling van pensioenfondsorganen en de geschiktheid van de leden en over diversiteit.
Norm 33    
In zowel het bestuur als in het verantwoordingsorgaan of het BO is er tenminste één vrouw en één man. Er zitten zowel mensen van boven als van onder de 40 jaar in. Het bestuur stelt een stappenplan op om diversiteit in het bestuur te bevorderen.
Nee In het bestuursverslag rapporteert het bestuur over de diverse samenstelling van pensioenfondsorganen, de doelen ten aanzien van diversiteit en de stappen voor het bevorderen van diversiteit.
Norm 47    
Het intern toezicht betrekt deze Code bij de uitoefening van zijn taak. Ja De niet uitvoerende bestuursleden betrekken de Code bij de uitoefening van hun taak en rapporteren hierover in hun rapportage.
Norm 58    
Het bestuur geeft publiekelijk inzicht in missie, visie en strategie.
Ja In het bestuursverslag beschrijft het bestuur de missie, visie en strategie van het pensioenfonds.
Norm 62    
Het bestuur legt zijn overwegingen omtrent verantwoord beleggen vast en zorgt ervoor dat deze beschikbaar zijn voor belanghebbenden.
Ja Het bestuur licht in hoofdstuk ‘beleggingen’ de overwegingen toe om maatschappelijk verantwoord te beleggen.
Norm 64    
Het bestuur rapporteert in het jaarverslag over de naleving van de interne gedragscode (zoals bedoeld in de normen 15 en 16) en deze Code, net als over de evaluatie van het functioneren van het bestuur.
Ja In het bestuursverslag rapporteert het bestuur over de naleving van de integriteitregeling en over de evaluatie van het functioneren van het bestuur.
Norm 65    
Het bestuur zorgt voor een adequate klachten- en geschillenprocedure die voor belanghebbenden eenvoudig toegankelijk is. In het jaarverslag rapporteert het bestuur over de afhandeling van klachten en de veranderingen in regelingen of processen die daaruit voortvloeien.
Ja In het bestuursverslag wordt gerapporteerd over de behandeling van klachten en geschillen.

3.7 Gedragscode en nevenfuncties

3.7.1 Compliance officer

Het pensioenfonds heeft met ingang van 2022 mr. H. Pullen van maatschap Trivu als compliance officer aangesteld. Het bestuur heeft in de bestuursvergaderingen van de rapportages van de compliance officer kennisgenomen. Met de compliance officer vindt tevens op kwartaalbasis afstemming plaats via het Vervullersoverleg. 

3.7.2 Naleving gedragscode

De compliance officer organiseert tweejaarlijks een uitvraag inzake de naleving van de Gedragscode van Pensioenfonds Particuliere Beveiliging. De compliance officer heeft over het jaar 2023 de bevindingen inzake de beoordeling van de naleving van de gedragsregels door de Verbonden Personen aan het bestuur gerapporteerd. Verbonden personen zijn:

  1. Leden van het bestuur;
  2. Leden van het verantwoordingsorgaan en de auditcommissie;
  3. De externe leden van Portefeuille-overleggen en de externe beleggingsadviseur, alsmede leden van overige organen en externe adviseurs die niet onder het voorgaande vallen;
  4. Bestuursondersteuner(s);
  5. Sleutelfunctiehouders en sleutelfunctievervullers.

Het bestuur kan andere (groepen van) personen als verbonden persoon aanwijzen. Medewerkers van uitbestedingspartners zijn geen verbonden personen, tenzij deze op basis van bovengenoemde leden 3 en 4 van dit artikel wel als zodanig door het bestuur zijn aangewezen.

In paragraaf 8.1 is het verslag naar aanleiding van de rapportages van de compliance officer opgenomen.

3.7.3 Nevenfuncties

Jaarlijks worden de hoofd- en nevenfuncties van alle Verbonden Personen in kaart gebracht. Nieuwe nevenfuncties moeten door betrokkenen worden gemeld. Bij het aangaan van contracten met derden wordt in kaart gebracht welke mogelijke tegenstrijdige belangen gepaard kunnen gaan met de opgegeven hoofd- en nevenfuncties. Op grond van de Gedragscode is het aanvaarden van alle nevenfuncties onderworpen aan de goedkeuring van het bestuur en dient dit gemeld te worden aan de compliance officer.
In bijlage 12.3 is een overzicht van de nevenfuncties van de bestuursleden opgenomen.

3.8 Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen

De Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens Pensioenfondsen (hierna: de Gedragslijn) is opgesteld door de Pensioenfederatie en heeft een dwingend karakter voor de pensioenfondsen die als lid zijn aangesloten bij de Pensioenfederatie. Met deze gedragslijn laten pensioenfondsen zien op welke manier zij gegevens van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden of andere aanspraakgerechtigden beheren. De pensioenfondsen rapporteren voor het eerst per 1 januari 2020 over de naleving van de gedragslijn. Deze gedragslijn is geactualiseerd en de “Gedragslijn verwerking persoonsgegevens pensioenfondsen 2023” geldt per 1 januari 2023. Als lid van de Pensioenfederatie legt pensioenfonds Particuliere Beveiliging door middel van dit jaarverslag verantwoording af over de toepassing van de normen uit de gedragslijn gedurende geheel 2023. Voor zover er mogelijk normen niet (volledig) zijn toegepast wordt dit gemotiveerd toegelicht.

De toepassing van de Gedragslijn is vastgelegd in alle privacydocumenten. Naleving hiervan is in de (uitbestedings)processen geborgd. De Functionaris Gegevensbescherming van het pensioenfonds ziet hier ook actief op toe.

Daarnaast heeft bij alle kritische uitbestedingspartijen van pensioenfonds Particuliere Beveiliging die persoonsgegevens verwerken een uitvraag plaatsgevonden naar de naleving van de Gedragslijn. Hierbij is ook gekeken naar de beschikbare assurance rapportages en is gebruik gemaakt van uitvragen en overleggen met de uitbestedingspartijen van het fonds die tevens als verwerker zijn geclassificeerd. Alle uitbestedingspartijen hebben verklaard de normen van de Gedragslijn na te leven, aanvullend op de geldende AVG-normen. Op basis van deze uitkomsten is vastgesteld dat aan de normen van de Gedragslijn is voldaan.

Pensioenfonds Particuliere Beveiliging verklaart zich in 2023 aan de Gedragslijn Verwerking Persoonsgegevens door pensioenfondsen te hebben gehouden.

3.9 Gedragslijn Goed omgaan met klachten

In de 2022 heeft de Pensioenfederatie de gedragslijn “Goed omgaan met klachten” opgesteld. Bij de Pensioenfederatie aangesloten pensioenfondsen dienen per 1 januari 2024 te voldoen aan deze gedragslijn. In 2023 heeft het pensioenfonds de huidige klachtenregeling en geschillenregeling vervangen door een nieuwe klachtenregeling die voldoet aan de gedragslijn. Ook heeft het pensioenfonds in samenwerking met de pensioenuitvoerder van het fonds de gedragslijn verder geïmplementeerd binnen de organisatie van het pensioenfonds. Het pensioenfonds wil leren van ingediende klachten. Daartoe worden klachten een vast agendapunt op de portefeuille Pensioenzaken & Communicatie. Ook bereidt het pensioenfonds op dit moment een klachtenbeleid voor. 

In 2023 zijn 9 klachten ontvangen waarvan er 1 niet naar tevredenheid van de deelnemers is afgewikkeld. Onderverdeeld naar onderwerp (AFM classificatie) geeft dat het volgende beeld: 

  totaal aantal waarvan geëscaleerd
o service en klantgerichtheid 0 0
o behandelingsduur 0 0
o informatieverstrekking 0 0
o deelnemersportaal 0 0
o keuzebegeleiding 0 0
o pensioenberekening en -betaling 0 0
o registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 1 0
o toepassing wet- en regelgeving: algemeen 2 0
o toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0
o financiële situatie 6 1
o duurzaamheid 0 0
o overig 0 0
Totaal 9 1

3.10 Statuten

De statuten van het pensioenfonds zijn voor het laatst op 20 juni 2022 gewijzigd. De statuten zijn voor 2024 geagendeerd om opnieuw aangepast te worden. De tekst van de aangepaste verplichtstelling moet worden overgenomen en er is regulier onderhoud.

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report